Een opiniestuk gebaseerd op economische trends, IMF-data, exportcijfers en openbare staatsinformatie.
Suriname is geen arm land.
Dat is misschien de grootste leugen die we onszelf al decennialang vertellen.
Een land met:
•
goud
• olie
• hout
• waterkracht
• vruchtbare landbouwgrond
zou geen bevolking moeten hebben die structureel worstelt met koopkracht, inflatie en onzekerheid.
En toch is dat precies waar Suriname vandaag staat.
Niet omdat er nooit geld is geweest.
Maar omdat rijkdom nooit duurzaam is beheerd.
De economische realiteit
/>Volgens data van onder andere:
• Internationaal Monetair Fonds (IMF)
• Wereldbank
• Centrale Bank van Suriname (CBvS)
• Algemeen Bureau voor de Statistiek Suriname (ABS)
• jaarverslagen van Staatsolie Maatschappij Suriname
kan één conclusie worden getrokken:
Over de afgelopen 40+ jaren zijn via goud, olie, bauxiet en andere sectoren
naar schatting 37 miljard US-dollar door de Surinaamse economie gegaan. Maar structurele nationale rijkdom bleef uit.
Overzicht per periode
1980–2000
Dominantie van bauxietsector en Nederlandse ontwikkelingsgelden.
Overlevingseconomie, weinig diversificatie.
2000–2010
Financieel herstel, stijgende goudinkomsten.
Stabilisatie, maar beperkte modernisering.
2010–2020
Historisch hoge goudprijzen en sterke olie-inkomsten.
Grootste gemiste economische kans.
2020–2025
IMF-herstructurering
en economisch herstel.
Stabilisatie onder zware sociale druk.
2025–heden
Voorbereiding op offshore olie-inkomsten.
Historisch kantelpunt voor Suriname.
De periode Ronald Venetiaan: herstel en discipline
De regering-Venetiaan bracht:
• relatieve financiële rust
• herstel van internationale geloofwaardigheid
• betere monetaire discipline
• stabiliteit na moeilijke jaren
Dat verdient erkenning.
In
een periode waarin Suriname economisch kwetsbaar was, werd geprobeerd de staatsfinanciën te stabiliseren en internationale relaties te herstellen.
Maar tegelijkertijd:
• bleef economische hervorming beperkt
• werd de economie onvoldoende gediversifieerd
• kwam digitalisering nauwelijks van de grond
Suriname werd stabieler, maar niet fundamenteel sterker.
De periode Desi Bouterse:
de grootste gemiste kans
Onder Bouterse kende Suriname:
• uitzonderlijk hoge goudprijzen
• stijgende inkomsten uit olie
• sterke exportgroei
Volgens internationale economische rapporten groeide de economie in meerdere jaren aanzienlijk.
Dit had het moment moeten zijn waarop Suriname:
• een nationaal investeringsfonds opzette
• de economie had gemoderniseerd
•
digitalisering invoerde
• reserves opbouwde voor toekomstige generaties
Maar dit gebeurde helemaal niet.
Wat ging mis?
Explosieve overheidsuitgaven
De overheid groeide sterk:
• meer politieke benoemingen
• hogere uitgaven
• toenemende afhankelijkheid van staatsmiddelen
Geen structurele buffers
Toen de inkomsten hoog waren:
• werden geen reserves opgebouwd
• bleef de
economie afhankelijk van grondstoffen
Toen de prijzen daalden, werd Suriname extreem kwetsbaar.
Toenemende schuldenlast
In plaats van hervormen:
• werd geleend
• werden tekorten gefinancierd met schulden
Dat leidde uiteindelijk tot:
• zware inflatie
• waardeverlies van de SRD
• koopkrachtvernietiging
De harde conclusie
De Bouterse-jaren waren economisch gezien de
grootste gemiste kans uit de moderne geschiedenis van Suriname.
Niet omdat er geen inkomsten waren.
Maar omdat de rijkdom niet werd omgezet in duurzame ontwikkeling.
De periode Chan Santokhi: saneren onder druk
De regering-Santokhi erfde:
• hoge schulden
• inflatie
• ernstige economische instabiliteit
Het IMF-traject bracht:
• herstel van
internationale geloofwaardigheid
• strengere financiële discipline
• gedeeltelijk economisch herstel
Maar:
• de sociale druk op de bevolking was zwaar
• koopkracht nam verder af
• structurele hervormingen gingen traag
De eerste maanden van Jennifer Geerlings-Simons en Gregory Rusland
De verwachtingen zijn hoog.
Vooral omdat Suriname aan de vooravond
staat van enorme offshore olie-inkomsten via internationale spelers zoals:
• TotalEnergies
• APA Corporation
• Petronas
Maar verwachtingen alleen zijn waardeloos zonder systeemverandering.
De echte test wordt:
• durft deze regering de overheid radicaal te digitaliseren?
• durft zij politieke verspilling af te bouwen?
• durft zij transparantie wettelijk af
te dwingen?
Want Suriname heeft niet langer een inkomstenprobleem.
Suriname heeft een politiek- en bestuursprobleem.
Wat nu noodzakelijk is
1. Versnelde digitalisering van de overheid
Binnen maximaal 3 jaar:
• digitale belastinginning
• volledig traceerbare staatsbetalingen
• online aanbestedingen
• digitale vergunningen
Dit zal leiden tot:
• minder corruptie
•
minder bureaucratie
• hoge efficiëntie
Corruptie moet niet alleen worden bestreden.
Het systeem moet corruptie technisch moeilijk maken.
2. Wettelijk beschermd rijkdomsfonds
Een vast percentage van olie- en goudinkomsten moet:
• automatisch worden opgeslagen
• buiten politieke invloed blijven
• volledig transparant zijn
3. Hervorming van het staatsapparaat
4. Investeren in productie en innovatie
Niet alleen afhankelijk blijven van export van grondstoffen.
Ook de samenleving draagt verantwoordelijkheid.
blijft verandering beperkt.
Suriname heeft alles om succesvol te zijn.
De komende olie-inkomsten worden beslissend.
• de grootste herhaling van verspilde rijkdom in onze geschiedenis.
Deze keer zal de geschiedenis geen excuses meer accepteren.