
Simons beloofde niets, maar wil nu veel: waar is de samenhangende visie?
| snc.com | Door: Redactie
President Jennifer Simons heeft vanaf het begin duidelijk gemaakt dat zij de samenleving geen snelle oplossingen heeft beloofd. Haar inmiddels bekende uitspraak dat zij niets heeft beloofd deed de nodige wenkbrauwen fronsen. De boodschap daarachter was duidelijk: herstel van Suriname kost tijd, zal offers vragen en kan niet met mooie verkiezingsbeloften worden gerealiseerd.
Maar inmiddels lijkt het tij te keren. Wie de recente uitspraken van de president volgt, ziet dat Simons steeds nadrukkelijker vertelt wat zij wél wil. En dat is nogal wat.
De president wil grootschalige landbouw in het regenwoud tegengaan, beschadigde natuurgebieden laten herstellen, harder optreden tegen goudbedrijven die de regels overtreden en drugsvliegtuigen uit het binnenland weren. Ze wil infrastructuur inzetten om productiegebieden beter met markten te verbinden en toekomstige olie-inkomsten onder meer benutten voor ontwikkeling, wonen en zorg.
Daarnaast moet Suriname zich voorbereiden op first oil, dat medio 2028 wordt verwacht. De Local Content Wet
Het zijn stuk voor stuk onderwerpen die aandacht verdienen. Maar juist de hoeveelheid ambities roept een belangrijke vraag op: ¨wat is de overkoepelende strategie?¨
Veel willen is nog geen strategie
Een regering kan tientallen goede voornemens hebben zonder dat er sprake is van een duidelijke ontwikkelingsstrategie. Strategie betekent immers niet alleen bepalen wat je wilt doen. Het betekent vooral keuzes maken: wat heeft prioriteit, wat komt later en welke concrete resultaten moeten binnen een bepaalde periode worden bereikt?
Daar ligt een risico voor de regering-Simons.
Veel recente beleidsuitspraken lijken voort te komen uit actuele problemen en ontwikkelingen. Er ontstaat daardoor het beeld van een bestuur dat sterk reageert op wat zich aandient. Dat kan kenmerken krijgen van reactief of incidentgedreven leiderschap.
Dat betekent niet dat een regering niet op actuele
Het probleem ontstaat wanneer de actualiteit de bestuurlijke agenda gaat bepalen in plaats van andersom.
Dan dreigt symptoombestrijding. Het probleem van vandaag wordt aangepakt, waarna de aandacht verschuift naar het volgende urgente dossier. Structurele oorzaken kunnen ondertussen blijven bestaan en langetermijnprojecten raken op de achtergrond.
Voor Suriname is dat extra riskant. Het land beschikt niet over onbeperkte financiële, menselijke en bestuurlijke capaciteit. Als landbouw, goud, woningbouw, zorg, infrastructuur, veiligheid, natuur, belastinghervormingen en olie allemaal tegelijkertijd prioriteit krijgen, ontstaat uiteindelijk de vraag: ¨wat is dan werkelijk prioriteit?¨
First oil als nieuw kompas
Opvallend is bovendien hoe nadrukkelijk first oil inmiddels aanwezig is in het regeringsbeleid.
Dat is begrijpelijk. De geplande olieproductie vanaf 2028 kan grote gevolgen hebben voor de Surinaamse economie. Voorbereiding op die ontwikkeling is daarom noodzakelijk. Het Spaar- en Stabilisatie
Maar hierin schuilt ook een gevaar.
Olie mag niet het antwoord worden op vrijwel ieder structureel probleem waarmee Suriname vandaag worstelt.
Wanneer toekomstige olie-inkomsten worden genoemd in relatie tot woningbouw, zorg, infrastructuur en economische ontwikkeling, moet tegelijkertijd duidelijk zijn welke economie Suriname naast de olie-industrie wil opbouwen.
Wat wordt bijvoorbeeld de positie van landbouw, toerisme, industrie, technologie en lokaal ondernemerschap? Hoe wordt het onderwijs gekoppeld aan de economie die Suriname over tien of twintig jaar nodig heeft? En hoe voorkomen we dat de overheid opnieuw sterk afhankelijk wordt van inkomsten uit natuurlijke hulpbronnen?
De olie zou een middel moeten zijn waarmee Suriname een langetermijnstrategie kan uitvoeren. De olie zelf mag niet de strategie worden.
Van mooie woorden naar meetbare resultaten
Juist op het punt van uitvoering begint voorzichtig kritiek
De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft aangegeven dat de plannen van de regering moeten worden vertaald naar concrete maatregelen, duidelijke termijnen en meetbare resultaten.
Ook ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk plaatste kanttekeningen bij de jaarrede van Simons. Zijn boodschap kwam erop neer dat er mooie woorden zijn uitgesproken, maar dat nog moet blijken hoe deze in de praktijk zullen uitwerken.
Dat raakt de kern van het probleem.
Suriname heeft in de afgelopen decennia geen gebrek gehad aan plannen, commissies, beleidsdocumenten en ontwikkelingsprogramma's. De grote uitdaging ligt vaak bij de uitvoering.
Daarom zou bij ieder belangrijk voornemen van de regering uiteindelijk een aantal eenvoudige vragen beantwoord moeten kunnen worden: Wat gaan we precies doen? Wie is verantwoordelijk? Wat gaat het kosten? Wanneer moet het klaar zijn? En aan welke resultaten kunnen burgers zien dat het beleid daadwerkelijk werkt?
Pas wanneer die antwoorden duidelijk zijn, kan de samenleving een regering werkelijk afrekenen
De echte test voor Simons
De regering heeft inmiddels wel contouren van een meerjarige koers gepresenteerd. De komende jaren moeten in het teken staan van financieel herstel, versterking van de economie en voorbereiding op de olieproductie.
De vraag is daarom niet simpelweg of Simons een visie heeft. De belangrijkere vraag is of alle aangekondigde maatregelen onderdeel zijn van ¨één samenhangende, meetbare en uitvoerbare strategie¨.
Want een president moet uiteraard reageren op de actualiteit. Maar leiderschap betekent ook vooruitkijken, prioriteiten stellen en soms bewust besluiten wat níét onmiddellijk wordt gedaan.
Zeker nu Suriname richting een mogelijk historisch economisch kantelpunt gaat, is dat essentieel.
First oil kan Suriname financiële ruimte geven die het land lange tijd niet heeft gehad. Maar zonder sterke instituties, duidelijke prioriteiten en een economische strategie voor de periode vóór én na de olie kan die kans ook worden gemist.
Daarom moet de discussie niet blijven
De president wil inmiddels veel. Dat is duidelijk.
De echte test is of haar regering al die ambities kan omzetten in samenhangend beleid, duidelijke prioriteiten en meetbare resultaten. Want uiteindelijk wordt leiderschap niet beoordeeld op wat een president wil, maar op wat een regering aantoonbaar realiseert.
| snc.com | Door: Redactie



































