
SER moet richting helpen geven aan duurzame ontwikkeling Suriname
| cds | Door: Redactie
President Jennifer Simons heeft de Sociaal Economische Raad (SER) geïnstalleerd. De raad moet de regering en De Nationale Assemblee (DNA) gevraagd én ongevraagd adviseren over het sociaaleconomisch beleid. De installatie vond plaats op donderdag 26 maart 2026 op het Kabinet van de President en bestaat uit vertegenwoordigers van de overheid, het bedrijfsleven en de vakbeweging.
President Simons benadrukte het belang van de SER in het licht van de huidige internationale ontwikkelingen en sociale rechtvaardigheid. Zij gaf aan dat Suriname zich niet uitsluitend moet blindstaren op de inkomsten die op termijn worden verwacht, maar ook aandacht moet besteden aan andere, met
Volgens Nelson moet het adviesorgaan nagaan welke sectoren duurzaam ontwikkeld kunnen worden. “Dat zullen we gezamenlijk moeten oppakken en vastleggen, waarna we daaromheen gericht beleid moeten ontwikkelen.” De SER-voorzitter benadrukt dat samenwerking essentieel is, gezien de grote uitdagingen. “We worden geconfronteerd met een oorlog waarvan de gevolgen voelbaar zijn voor de regering, de vakbeweging en het bedrijfsleven.”
Robby Berenstein, plaatsvervangend voorzitter namens de vakbeweging, stelt dat de SER een belangrijke bijdrage levert aan
Mervel Kotzebue, plaatsvervangend voorzitter namens het bedrijfsleven, wijst erop dat het adviesorgaan lange tijd inactief is geweest; zij spreekt haar waardering uit voor de hernieuwde inzet. “Wij als ondernemers hebben aangegeven dat we ons volledig willen inzetten om deze raad te ondersteunen.” Zij pleit voor een nationale ontwikkelingsvisie en verwijst naar de vele schokken die Suriname de afgelopen decennia heeft doorgemaakt. Volgens Kotzebue moet de raad zich richten op stabiliteit en weerbaarheid. “Deze raad is met name gefocust op een langetermijnvisie voor het land, om de weerbaarheid van de samenleving te versterken.”
Recente internationale ontwikkelingen tonen volgens de plaatsvervangend voorzitter opnieuw de kwetsbaarheid aan. Ook de economische situatie blijft een aandachtspunt: “Het IMF-programma is afgerond, maar we zien dat Suriname toch weer in een neerwaartse fase terechtkomt”, aldus Kotzebue. Zij ziet tegelijkertijd kansen in toekomstige olie-inkomsten, maar plaatst vraagtekens bij de langetermijneffecten. “We moeten die bijdrage leveren om Suriname als geheel weerbaar te maken, ook voor de komende generatie.”
| cds | Door: Redactie






























