
REGERING FOCUST OP GHANA
| united news | Door: Redactie
Opinie | Auteur Armand Snijders
De regering van president Jennifer Geerlings-Simons heeft de focus opvallend gericht op Ghana. Bezoekers uit het Afrikaanse land worden enthousiast door haar verwelkomd en richten vooral op het Surinaamse beroepsonderwijs dat zij zeggen te kunnen versterken. In dat kader is minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur onlangs naar Afrika gereisd.
Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking (BIS) ontmoette vrijwel gelijktijdig zijn Ghanese ambtgenoot over eventuele hulp bij de ordening van de goudsector. Maar heeft dat land echt iets te bieden waar Suriname wat aan heeft?
De relatie met Ghana is niet
Naar schatting is vandaag de dag een vijfde deel van de Afro-Surinaamse bevolking een nazaat van voorouders die afkomstig zijn van wat nu Ghana (de voormalige Goudkust) heet. Suriname heeft sinds 2019 zelfs een ambassade in de hoofdstad Accra, maar menigeen vraagt zich af wat die het land oplevert.
Ghana heeft op zijn beurt geen permanente diplomatieke vertegenwoordiging in Paramaribo. Wel werd het land november 2025 tijdens de onafhankelijkheidsviering vertegenwoordigd door
Het is dus overdreven om te zeggen dat beide landen op dit moment innige banden onderhouden. Maar deze regering denkt misschien: wat niet is, kan nog komen. Dan zal er vooral moeten worden gekeken waar beide landen een belang bij (willen) hebben.
Ghana wordt beschouwd als één van de meest stabiele en veelbelovende economieën van West-Afrika, waar de levenstandaard van de burgers de laatste decennia behoorlijk is opgekrikt. De economie behoort qua omvang inmiddels tot de top tien van het Afrikaanse continent. Voor dit jaar wordt zelfs een groei verwacht van tussen de 5 en 6 procent.
Het land is geclassificeerd als een lager-middeninkomensland, terwijl Suriname te boek staat als een hoger-middeninkomensland. Maar gevoelsmatig zal dat door veel Surinamers niet zo worden ervaren, gezien de moeilijke crisis waar het land nog aan het uitkomen is met een torenhoge inflatie en de uitholling van inkomens – lees de koopkracht. Overigens, voor Suriname wordt een economische groei van 3,7 procent verwacht.
Voor de rest valt er echter moeilijk een vergelijking te maken tussen Ghana en Suriname. De Afrikaanse natie is qua oppervlakte 1,5 keer groter dan Suriname en heeft 55 keer zoveel inwoners (ruim 35 miljoen). En zoveel mensen op een relatief klein grondgebied zorgen voor problemen die bij zo’n land horen.
Dat de Surinaamse regering zich nu inspant om de samenwerking met Ghana een boost te geven, valt toe te juichen. Zeker tegen de achtergrond van de toenemende onrust in de rest van de wereld. Het land doet het goed op het gebied van politieke stabiliteit en democratie en is dus een betrouwbare partner waar Suriname veel aan kan hebben.
Echter, de vraag is waar de focus op komt te liggen en of daar wel goed over is nagedacht. Op onderwijsgebied bijvoorbeeld heeft Suriname waarschijnlijk niet zoveel aan de Afrikanen. Het onderwijs in het land heeft een absoluut dieptepunt bereikt en moet welbeschouwd van de grond af aan weer worden opgebouwd en daar zal ook Ghana niet aan kunnen bijdragen.
Dat president Geerlings-Simons vorige maand een Ghanese delegatie heeft ontvangen om “de samenwerking op het gebied van het beroepsonderwijs te versterken, te moderniseren en toekomstbestendig te maken en de arbeidsmarkt beter voor te bereiden op de komende economische ontwikkelingen”, komt daarom erg voorbarig over.
Of deze delegatie spontaan naar Suriname is gekomen of op uitnodiging van de regering, werd niet bekendgemaakt. Door dergelijke informatie achter te houden, voedt de regering de argwaan in de samenleving.
Onderwijsminister Currie reisde recentelijk met een delegatie naar Ghana om daar dingen te doen die vooraf niet waren gemeld aan de bevolking. Na zijn terugkeer meldde hij dat hij in opdracht van de president een kijkje heeft genomen bij het Design and Technology Institute, met als doel Surinaamse studenten daar te laten trainen, specifiek gericht op de groeiende olie- en gassector. Daarmee moet worden voorkomen dat in de toekomst op grote schaal buitenlandse arbeidskrachten moeten worden aangetrokken.
Dat is op zich een nobel streven, maar voormalig Onderwijsminister Henry Ori (VHP) had tijdens de vorige regeerperiode ook al zoiets gedaan. Hij maakte met een omvangrijke delegatie een reisje naar het verre Azerbaijan om daar te leren van de Baku Higher Oil School. Dat zou Suriname veel voordeel opleveren, maar uiteindelijk bleek de trip gewoon het zoveelste snoepreisje zonder enig resultaat.
In de ogen van het sceptische volk is de regering het wiel opnieuw aan het uitvinden en wordt gevreesd dat ook de Currie-trip uiteindelijk vruchteloos blijft. Want Currie is nou niet bepaald een minister die van aanpakken weet en resultaten boekt. De NPS-bewindsman heeft de grootste moeite om oplossingen te bereiken voor de immense problemen in het onderwijs in eigen land.
Ook zou hij in Ghana hebben gesproken om de banden te versterken op onder meer het gebied van (ordening van) de goudsector. Daar zou Suriname wel iets aan kunnen hebben, gezien de Ghanese ervaringen daarmee.
Het is één van de drie meest belangrijke pijlers van de economie (naast cacao, olie en gas) en inmiddels al behoorlijk opgeschoond, terwijl Suriname daar hopeloos mee achterloopt. Maar Currie heeft daar geen enkele affiniteit mee, zodat oprecht de vraag mag worden gesteld of die gesprekken iets concreets hebben opgeleverd.
Gelukkig liep BIS-minister Bouva in diezelfde periode tijdens één van zijn vele reisjes in het Colombiaanse Bogotá zijn Ghanese collega Samuel Okudzeto Ablakwa tegen het lijf en maakte met hem afspraken om te werken naar “een gezamenlijke roadmap voor de periode 2026-2029”.
Daarbij is nagedacht over concrete samenwerking op het gebied van de ordening van de kleinschalige goudmijnbouw, met uitwisseling van ervaringen via de Ghana Gold Board. Dat klinkt nog erg vaag, maar het is in ieder geval concreter dan wat Currie wist te vertellen.
Bij aanpak van corruptie doet Ghana het aanmerkelijk beter dan Suriname. Het is weliswaar nog een hardnekkig probleem, maar in vergelijking met veel andere Afrikaanse landen presteert Ghana relatief goed. Volgens de meest recente gegevens van de Corruption Perceptions Index 2025 van Transparency International scoort het land 43 van de honderd punten.
Daarmee staat het op de 76ste plaats van de 182 onderzochte landen wereldwijd. Ter vergelijking: Suriname neemt de 96ste positie in met 38 punten. Ghana heeft bijvoorbeeld een zogeheten Office of the Special Prosecutor. Dit is een onafhankelijk orgaan dat specifiek is opgezet om corruptie op hoog niveau te onderzoeken en te vervolgen, los van het politiek aangestuurde Openbaar Ministerie.
Dat zou voor Suriname ook een idee zijn om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in gevoelige zaken te garanderen, zodat daar daadwerkelijk de tanden in worden gezet.
Maar samenwerking bij de corruptiebestrijding is vooralsnog niet aan de orde; dat is voor de regering waarschijnlijk een te gevoelige kwestie, waarbij ze liever geen pottenkijkers heeft. Dit wordt het volk natuurlijk niet verteld.
De burgerij moet het doen met de verhaaltjes over samenwerking op onderwijsgebied, de goudsector en over hoe met Ghanese hulp optimaal kan worden geprofiteerd van de oliedollars. Met het oog daarop zullen regeringsvertegenwoordigers en andere notabelen waarschijnlijk regelmatig naar Accra moeten gaan.
UNITEDNEWS
| united news | Door: Redactie




































