Een aandeelhouder van Self Reliance heeft in een open brief ernstige zorgen geuit over de aangekondigde Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders (BAVA) en de voorgenomen bestuurswijzigingen binnen het verzekeringsbedrijf. Volgens de schrijver raken de ontwikkelingen niet alleen de interne governance van Self Reliance, maar ook het vertrouwen in financiële instellingen, transparantie en de rechtsstatelijke principes binnen Suriname.
Hieronder is de volledige open brief te lezen:
Als aandeelhouder van Self Reliance wend ik mij tot u met ernstige zorgen over de recente ontwikkelingen rond de aangekondigde Buitengewone Algemene Vergadering van Aandeelhouders (BAVA). Deze gebeurtenissen raken niet alleen de interne governance van
een verzekeringsmaatschappij, maar hebben bredere implicaties voor het vertrouwen in onze financiële instellingen en de rechtsstatelijke principes die ons economisch bestel ondersteunen.
De gang van zaken — gekenmerkt door een plotselinge oproep tot ingrijpende bestuurswijzigingen — roept fundamentele vragen op. In het bijzonder vragen wij ons af op basis van
welke feiten, analyses en juridische gronden deze besluiten zijn genomen. Transparantie hierover is geen gunst, maar een vereiste binnen een goed functionerende corporate governance-structuur.
Als aandeelhouders hebben wij recht op duidelijke, consistente en controleerbare informatie. Dit recht vloeit niet alleen voort uit de statuten van de vennootschap, maar ook uit
algemene beginselen van behoorlijk bestuur en internationaal erkende standaarden voor corporate governance. Wanneer besluiten met verstrekkende gevolgen voor de leiding van een onderneming worden genomen zonder heldere onderbouwing, ontstaat er onzekerheid die het vertrouwen ondermijnt — zowel intern als extern.
Onafhankelijke toezichthoudende organen, zoals een Raad van Commissarissen, vervullen een
cruciale rol in het waarborgen van continuïteit, integriteit en verantwoord ondernemingsbestuur. De verzekeringssector is bij uitstek een sector die draait op vertrouwen. Verzekerden vertrouwen erop dat hun premies veilig worden beheerd, dat verplichtingen worden nagekomen en dat de onderneming stabiel en voorspelbaar wordt bestuurd. Internationale partners en herverzekeraars baseren hun
samenwerking op dezelfde uitgangspunten. Elke verstoring in governance of reputatie heeft daarom potentieel verstrekkende economische gevolgen.
Laat allereerst een essentieel punt helder zijn: Self Reliance is geen staatsbedrijf. De Staat Suriname houdt naar schatting circa 40% van de aandelen, terwijl de overige circa 60% in handen is van particuliere aandeelhouders.
Dit betekent dat er sprake is van een privaatrechtelijke vennootschap waarin de Staat een minderheidsbelang heeft. Vanuit zowel juridisch als governance-oogpunt brengt dit met zich mee dat de Staat niet eenzijdig kan optreden alsof zij enig aandeelhouder is.
Als aandeelhouder spreek ik mijn volste vertrouwen uit in de huidige Raad
van Commissarissen, de directie en het team van Self Reliance. Tijdens de meest recente Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 13 maart 2026 is een uitgebreide en transparante presentatie gegeven over de financiële positie en de toekomstplannen van het bedrijf, conform het vastgestelde beleidsplan. Daarbij is onder meer gebleken dat het
bedrijf winstgevend is en concrete stappen zet om de achterstand in jaarrekeningen en verslaglegging in te lopen. Daarnaast heeft de onderneming met succes één van de meest complexe ISO-certificeringen behaald en kan worden vastgesteld dat Self Reliance inmiddels een toonaangevende positie bekleedt binnen de Oil & Gas-sector.
Dit staat in
schril contrast met diverse andere ondernemingen waarin de Staat participeert en waar structurele problemen op het gebied van verslaglegging en governance al jarenlang voortduren en die bovendien verlieslatend zijn. Het is daarom des te onbegrijpelijker dat juist bij een onderneming die aantoonbaar vooruitgang boekt, wordt overwogen om in te grijpen
op een wijze die destabiliserend werkt.
De afgelopen jaren zijn bovendien gekenmerkt door ingrijpende macro-economische en wettelijke veranderingen die het ondernemingsklimaat in Suriname aanzienlijk hebben bemoeilijkt. De invoering en naleving van internationale verslaggevingsstandaarden, zoals IFRS, vergen specialistische kennis die schaars is in de huidige markt. Factoren zoals hyperinflatie en de
beperkte beschikbaarheid van gekwalificeerde accountants en actuarissen hebben de druk op bedrijven verder vergroot. De kosten om deze deskundigheid aan te trekken en te behouden zijn aanzienlijk en vormen een reële belemmering voor tijdige compliance.
Tegen deze achtergrond is het des te belangrijker dat stabiliteit in bestuur en toezicht wordt
gewaarborgd. Het abrupt ter discussie stellen of ontslaan van onafhankelijke leden van de Raad van Commissarissen zonder transparante en deugdelijke motivering is in strijd met fundamentele beginselen van behoorlijk ondernemingsbestuur.
Op grond van algemeen aanvaarde corporate governance-principes en relevante bepalingen binnen het vennootschapsrecht geldt dat commissarissen hun taak onafhankelijk en
in het belang van de vennootschap en haar stakeholders moeten vervullen. Ingrijpen dat deze onafhankelijkheid ondermijnt, kan worden aangemerkt als strijdig met de zorgvuldigheidsplicht en mogelijk zelfs als onrechtmatig handelen jegens de vennootschap en haar aandeelhouders.
Het verzwakken of ontwrichten van de Raad van Commissarissen heeft verstrekkende gevolgen. Het raakt:
de strategische aansturing van de onderneming; de interne controle- en risicobeheersingssystemen; de relatie met toezichthouders zoals de CBvS; het vertrouwen van verzekerden en polishouders; de positie van werknemers en hun gezinnen (circa 250 personen); de samenwerking met herverzekeraars en internationale partners; en de waarde van de investering van álle aandeelhouders.
Zonder een volledig en functionerend toezichthoudend orgaan komt besluitvorming tot stilstand en ontstaat bestuurlijke verlamming. Dit risico wordt verder vergroot wanneer potentiële nieuwe leden nog niet zijn goedgekeurd door de toezichthouder en bovendien niet beschikken over de vereiste sectorspecifieke ervaring. De verzekeringsbranche is immers complex en vereist diepgaande kennis van
regelgeving, risicomodellen en financiële structuren.
Deze situatie vraagt om terughoudendheid, zorgvuldigheid en respect voor de institutionele verhoudingen binnen een private onderneming. De Staat, als minderheidsaandeelhouder, heeft rechten — maar ook grenzen. Het overschrijden van die grenzen kan blijvende schade toebrengen aan het investeringsklimaat in Suriname.
Laat wij daarom gezamenlijk waken
voor ontwikkelingen die het vertrouwen in onze financiële instellingen ondermijnen. Laten we voorkomen dat een gezond en winstgevend bedrijf in gevaar wordt gebracht.
Deze oproep is ingegeven door betrokkenheid en verantwoordelijkheid. Als aandeelhouder ben ik mede-eigenaar van deze instelling en heb ik belang bij haar stabiliteit, integriteit en toekomstbestendigheid. Maar
als burger van Suriname gaat mijn zorg verder: het vertrouwen in onze instituties is een collectief goed dat zorgvuldig beschermd moet worden.
De investeringen van particulieren in beursgenoteerde bedrijven worden vaak gezien als een aanvullende vorm van pensioenvoorziening. In vergelijking met de inkomsten die de Staat uit dergelijke ondernemingen ontvangt,
is het rendement voor particuliere aandeelhouders beperkt. De Staat ontvangt jaarlijks inkomsten uit onder meer loonbelasting, AOV-premies, btw, inkomstenbelasting, dividend en dividendbelasting. Particuliere aandeelhouders ontvangen daarentegen uitsluitend dividend, waarop bovendien dividendbelasting wordt ingehouden.
Ik vertrouw erop dat de verantwoordelijke autoriteiten deze zorgen serieus nemen en zullen handelen in het belang
van transparantie, rechtszekerheid en institutionele stabiliteit.
De Slimme Aandeelhouder