
Noersalim: “Als iemand kan bewijzen dat ik iets met een mennoniet heb getekend, laat ik mezelf vrijwillig opsluiten”
| waterkant | Door: Redactie
LVV-minister Mike Noersalim blijft erbij dat hij geen enkele mennoniet toestemming heeft verleend om zich in Suriname te vestigen en in het binnenland aan kaalkap te doen. Ook ontkent hij geld van de mennonitische gemeenschap te hebben aangenomen. Noersalim stelt dat hij bereid is zich door de politie te laten aanhouden indien iemand het tegendeel kan bewijzen.
“Wij hebben volgens het boekje gewerkt en volgens het beleid van de president over de landbouwsector. LVV no abi tingi. A minister disi no teken neks. Efu wan man kan bewijs mi wan sani san mi teken nanga wan mennoniet of wan mennoniet tyari moni gi mi… mi e go vrijwillig go sroto mi srefi. Niets is van Braganza! Omdat LVV ne gi grong”, zei Noersalim in het programma Bakana Tori.
Volgens Noersalim was het directeur Lionel Blokland van de Braganza Marketing Group die LVV benaderde en gesprekken voerde met het Bureau Agrarische Productie, een
Vervolgens werd een jurist bij het traject betrokken en verleende het ministerie een voorwaardelijke toestemming om met de teelt te starten, mits aan de gestelde voorwaarden werd voldaan. In totaal gaat het om iets meer dan 34.000 hectare aan terrein verdeeld over twee gebieden in het district Para.
De bewindsman voerde verder aan dat hierna de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) en de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) in beeld moesten komen voor toetsing. Het verzoek van Braganza valt onder categorie A, de hoogste categorie, wat volgens hem betekent dat er aan een aantal strenge voorwaarden moet worden voldaan. Enkele hiervan zijn een volledige milieustudie en het beschikken van het bedrijf over een projectleider die minimaal een MSc-titel heeft. Hieraan is echter nog niet voldaan.
Dat is volgens Noersalim de reden waarom het echte werk in de gebieden nog niet kan starten. “En efu onderzoek fu NMA sori dati drape na primair, dan yu no mang du noti. En al die plekken waar de vorige regering primair bos heeft gezet voor LVV, gaan terug naar GBB”, stelde hij.
In het eerste gesprek met het Bureau Agrarische Productie is volgens Noersalim echter met geen woord door Braganza gerept over de inzet van mennonieten. Het gesprek had betrekking op een nv die een bedrijfsplan wilde uitvoeren en daarbij aangaf over de benodigde arbeidskrachten te beschikken. Ten aanzien van de inzet van buitenlandse arbeidskrachten benadrukte Noersalim dat hiervoor eveneens de geldende procedures en regelgeving in acht moeten worden genomen.
“In geen van de stukken zie ik iets over mennonieten. Ook in het businessplan zie ik niets over mennonietverhalen. Ik zie iets over technische mensen en dergelijke. Daarom ben ik blij
Volgens de minister is het document over de samenwerking met Braganza opgesteld door een topjurist. Naar zijn oordeel is de overeenkomst juridisch waterdicht. Hij voerde aan dat het ministerie van LVV er is om mensen te faciliteren, maar niemand gronden kan toewijzen. Het probleem dat zijn ministerie wel heeft overgenomen, zijn de vele public-private partnerships (PPP’s) die in verschillende modellen tijdens de vorige regeerperiode tussen de overheid en particulieren zijn gesloten. Achteraf bekeken merkt hij dat zulke overeenkomsten nadelig zijn voor de Staat.
“In die overeenkomsten heeft de Staat een rol. Zij moet zorgen voor goede waterhuishouding en infrastructuur. Efu a
| waterkant | Door: Redactie




































