• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Nigeria en Suriname willen samenwerken aan landbouwontwikkeling

Ingediend door admin op

In een belangrijke stap naar internationale samenwerking op het gebied van landbouw en productie is op dinsdag 12 november een delegatie van de Agro Tourism and Investment Group uit Nigeria in Suriname aangekomen. Het team zal van 12 tot 16 november samenwerkingsmogelijkheden verkennen, die een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan de landbouwontwikkeling in zowel Suriname als Nigeria.

Dit bezoek vindt plaats op uitnodiging van The Bridge, een diaspora-bemiddelingsbureau onder leiding van Sandra Esseboom en Danio Ceder, in samenwerking met de honorair consul van Suriname in New York, Anandkoemar Jagessar. The Bridge, opgericht om Surinaamse en buitenlandse investeerders met elkaar

te verbinden, vervult een sleutelrol in het faciliteren van deze missie. “Wij fungeren als schakel tussen Surinaamse en buitenlandse investeerders die de potentie van Suriname’s landbouwsector willen benutten”, zegt Esseboom.

Gedurende het bezoek zullen de afgevaardigden van de Agro Tourism and Investment Group, waaronder mr. Akinbami, mr. Elan en mrs. Bukky, verschillende productiebedrijven bezoeken om de uitdagingen en kansen binnen de sector te analyseren. Ook staan er ontmoetingen gepland met Surinaamse boeren om inzicht te krijgen in hun praktijken en behoeften. Daarnaast zullen zij gesprekken voeren met minister Parmanand Sewdien van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en CELOS-directeur Soedeshchand

Jairam. De missie zal voor zichzelf een analyse maken van de capaciteit voor landbouwexport en de logistieke ondersteuning van de productieketen. Zij zal zich dan ook laten informeren over de lokale vegetatie, landbeschikbaarheid en haveninfrastructuur.

De doelen van het project met The Bridge zijn om door buitenlandse investeringen technologie te stimuleren; de cassaveproductieketen in Suriname te optimaliseren, waardoor opbrengsten zullen stijgen en productkwaliteit zal verbeteren. Dit verhoogt ook de exportmogelijkheden en zal het Suriname’s positie als betrouwbare leverancier op de wereldmarkt versterken. Een efficiënte cassave-industrie kan tevens bijdragen aan werkgelegenheid voor Surinamers in verschillende sectoren, van landbouw tot verwerking en export. Met dit gezamenlijke initiatief hopen Suriname en Nigeria tevens een positieve impuls te geven aan de landbouw- en productiesectoren in beide landen.

Shell wint hoger beroep tegen baanbrekende Nederlandse klimaatuitspraak

Ingediend door admin op

Olie- en gasgigant Shell heeft dinsdag een hoger beroep gewonnen tegen een baanbrekende uitspraak die het verplichtte om de inspanningen voor koolstofreductie te versnellen, wat een klap was voor campagnevoerders die zich tot juridische kanalen hebben gewend om klimaatactie te ondernemen.Het hof van beroep in Den Haag zei dat Shell de verantwoordelijkheid had om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen
om mensen te beschermen tegen opwarming van de aarde. Maar het verwierp de uitspraak uit 2021 die Shell beval om zijn absolute koolstofemissies met 45% te verminderen tegen 2030 vergeleken met de niveaus van 2019, inclusief die veroorzaakt door het gebruik van zijn producten.Sindsdien heeft de Russische invasie van Oekraïne in 2022, die leidde tot een piek in de olie- en gasprijzen, de focus van regeringen en aandeelhouders op kosten aangescherpt en in veel gevallen de klimaatambities verzwakt.De uitspraak van dinsdag valt samen met de COP29 VN-klimaattop in Bakoe, Azerbeidzjan, waar de openingsprocedures maandag werden vertraagd door een geschil over
hoe prominent de toekomst van fossiele brandstoffen op de agenda zou moeten staan.Vrienden van de Aarde Nederland, dat de Nederlandse zaak in 2019 aanspande, zei dat het zijn strijd tegen grote vervuilers zou voortzetten, maar zei niet of het een nieuw beroep zou starten bij de Hoge Raad van Nederland."Dit doet pijn", zei directeur Donald Pols. "Tegelijkertijd heeft deze zaak laten zien dat grote vervuilers niet boven de wet staan."Shell CEO Wael Sawan zei dat Shell geloofde dat de beslissing "de juiste was voor de wereldwijde energietransitie, Nederland en ons bedrijf".Ook op dinsdag drongen Shell en het Noorse Equinor er bij een Schotse rechtbank op aan om de Britse goedkeuring voor de ontwikkeling van twee olie- en gasvelden in de Noordzee te handhaven, terwijl milieuactivisten probeerden de projecten te blokkeren.KlimaatbeperkingDe zaak in Den Haag, waar Shell haar hoofdkantoor had totdat het in 2022 naar Londen verhuisde, werd gezien als cruciaal en hielp andere rechtszaken te inspireren.Tijdens de hogerberoepszittingen eerder dit jaar zei Shell dat eisen aan bedrijven om de emissies te verminderen niet door rechtbanken konden worden gesteld, maar alleen door staten.De rechtbank was het met Shell eens dat een absoluut bevel om de emissies van haar producten te verminderen wereldwijd een negatief effect zou kunnen hebben, omdat het ertoe zou kunnen leiden dat klanten overstappen van het gebruik van Shell's gas naar meer vervuilende steenkool."Over het algemeen is elke vermindering van de uitstoot van broeikasgassen positief om klimaatverandering tegen te gaan", aldus rechter Carla Joustra."Maar dat betekent niet dat een reductiebevel voor Shell hetzelfde effect heeft."Shell zei dat het goed op weg was om te voldoen aan het gerechtelijk bevel voor zijn eigen productie, waar de emissies vorig jaar 30% lager waren dan in 2016.Net als sommige van zijn concurrenten, heeft Shell zijn hernieuwbare activiteiten teruggeschroefd, die langer kunnen duren om winst te genereren in vergelijking met olie en gas.Het is echter van plan om tussen 2023 en 2025 $ 10-15 miljard te investeren in koolstofarme energie.In maart verzwakte het de doelstellingen voor de producten die het verkoopt, tot een reductie van 15-20% in netto koolstofintensiteit in 2030 ten opzichte van 2016, terwijl het een eerdere doelstelling om zijn koolstofintensiteit met 45% te verminderen in 2035 introk.Citi-analisten zeiden dat de uitspraak van dinsdag de beste uitkomst was voor Shell. "Hoewel succes bij het hof van beroep misschien niet het einde van het juridische proces betekent, geloven we dat het een positieve impact heeft door aan te geven dat de strategie van het bedrijf nu steviger in handen is van aandeelhouders," aldus Citi.

Kassierster niet tevreden over werk; steelt uit boosheid geld uit kassa

Ingediend door admin op

Afgelopen weekend stapte een ondernemer uit Marienburg naar de politie in Suriname en diende een klacht in tegen een van zijn medewerkers. Het ging om een kassierster die naar verluidt niet alleen ontevreden was over haar werk, maar ook haar frustratie op een zeer onprofessionele manier uitte.

Volgens de ondernemer viel het hem al geruime tijd op dat de vrouw zich vreemd gedroeg. Haar houding op de werkvloer wekte argwaan, vooral nadat ze meermaals had aangegeven ontevreden te zijn met de werkzaamheden die ze moest verrichten.

De ondernemer, die beschikt over een geavanceerd camerasysteem in zijn zaak, besloot het zekere voor het

onzekere te nemen en de beveiligingsbeelden terug te kijken. Wat hij daar aantrof, bevestigde zijn vermoedens.

De camera’s registreerden hoe de medewerkster G.H. tijdens werktijd op een uitgekiende manier een geldbedrag uit de kassa griste, het in haar broekzak stopte en vervolgens nonchalant wegliep.

Met dit onweerlegbare bewijs in handen besloot de ondernemer onmiddellijk naar het politiebureau te stappen.

De politie van Marienburg liet er geen gras over groeien en riep G.H. direct op voor verhoor. Tijdens het gesprek bekende ze zonder omwegen dat ze het geld had meegenomen.

Haar verklaring? Pure boosheid over haar werksituatie. De vrouw bood aan het geld terug

te geven, omdat het volgens haar een impulsieve actie was geweest.

Na haar verhoor en overleg met een lid van het Surinaamse Openbaar Ministerie, werd G.H. voorlopig vrijgelaten. Het verdere onderzoek naar de zaak ligt nu in handen van de politie van Marienburg.

Workshop ‘Srefidensi in beeld’ succesvol afgesloten

Ingediend door admin op

De workshop ‘Srefidensi in beeld, die georganiseerd werd door het Instituut Beeld en Geluid in Hilversum (BG), het Nationaal Archief Suriname (NAS) en de Academie voor Hoger Kunst-en Cultuuronderwijs (AHKCO), is op 5 november succesvol afgesloten. Twee dagen, op maandag 28 en dinsdag 29 oktober 2024, kregen deelnemers in het NAS-gebouw de kans om met videoproducties de rijke geschiedenis en cultuur van Suriname vast te leggen en tot leven te brengen. Onder begeleiding van experts uit de media- en archiefwereld waaronder Erik Lucassen van Beeld en Geluid en mediacoach Sharma Chin A Foeng, leerden deelnemers waardevolle vaardigheden op het

gebied van videoarchiefonderzoek, tekstschrijven voor presentaties en het samenstellen van een volledig videoproductie-item. Ook praktijkdocenten van de opleiding Journalistiek & Communicatie, zoals Indra Dwarkasing, Harvey Panka en Clayton Hiwat, boden ondersteuning. Deelnemers werkten in groepen aan onderwerpen zoals Srefidensi in onderwijs, kunst en cultuur, Srefidensi in economie, ontwikkeling en politiek, en Srefidensi alom. Elke groep creëerde een kort video-item waarin ze de impact van onafhankelijkheid in beeld brachten. De producties varieerden van nieuwsitems tot korte informatieve video’s, waarbij verschillende technieken werden ingezet, zoals muziek, interviews, voice-overs en standupper. Op 5 november werd de workshop afgesloten met een presentatie van de
videoproducties en de uitreiking van certificaten aan de deelnemers. Het is de bedoeling dat de eindproducties na enkele technische aanpassingen via Surinaamse televisiestations worden vertoond. Het project ‘Srefidensi in beeld’ is een zoveelste voorbeeld van samenwerking tussen het NAS en externe partners, in deze BG en AHKCO. Het bood tevens een platform waarin deelnemers niet alleen hun vaardigheden konden aanscherpen, maar ook hun waardering voor Suriname’s erfgoed konden verdiepen.

IBC – Suriname Edition moet investeerders voor regio aantrekken

Ingediend door admin op

De International Business Conference (IBC) – Suriname Edition, die in februari 2025 in Suriname wordt gehouden, moet voor internationale investeerders de deuren naar de regio, maar meer nog Suriname, openen. Dit evenement zal georganiseerd worden door de Suriname – Guyana Chamber of Commerce (SGCC) oftewel Suriname – Guyana Kamer van Koophandel. Op dinsdag 12 november 2024 heeft in het gebouw van de Suriname Trade & Investment Agency (SITA) de launch van de voorbereidingen naar de IBC – Suriname Edition plaatsgevonden.

Rahul Lildhar, CEO van SGCC, wees op de noodzaak van internationale investeerders voor de ontwikkeling van beide landen en hun

bedrijfsleven. Lildhar acht het van belang dat Suriname en Guyana in hun bedrijfsleven gaan investeren. Hij is ook van mening dat Surinaamse en Guyanese bedrijven de handen ineen moeten slaan. De IBC – Suriname Edition moet bij uitstek die mogelijkheden bieden dat bedrijven gaan netwerken en daarmee werken aan hun groei. Leden van SGCC hebben voordelen doordat ze een partnership met de organisatie hebben gesloten.

SITA CEO, Amar Alakhramsing, zegt dat ondernemers van Suriname ervan bewust moeten zijn dat dit het moment is waarbij een ruim aantal landen geïnteresseerd zijn in Guyana vanwege de geldstroom die er nu plaatsvindt. “Grote bedrijven

bezoeken Guyana om na te gaan hoe ze kunnen investeren. Vooral de private sector maakt grote impact. Dit is ook de reden waarom gekozen is voor deze conferentie. Met deze conferentiee gaan wij ontdekken wat wij missen”, aldus Alakhramsing.

Een voordeel van SITA is dat het onder het ministerie van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking (BIBIS) de nodige verbinding maakt tussen de private sector en de overheid. Zij screent positieve investeringen en beoordeelt als het gaat om investeringen of exporten. Alakhramsing meent dat Surinaamse ondernemingen het moment moet aangrijpen om te onderzoeken en ervaren hoe er op internationaal niveau zaken worden gedaan. Hij stelt dat de IBC – Suriname Edition een eyeopener zal zijn om Suriname te promoten.

IMF-PROGRAMMA HELPT SURINAME OP DE WEG NAAR ECONOMISCH HERSTEL

Ingediend door admin op

Fotocompilatie: Maurice Roemer, gouvernor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS).

Volgens Maurice Roemer, gouvernor van de Centrale Bank van Suriname (CBvS), heeft Suriname met steun van het herstelprogramma van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een cruciaal keerpunt bereikt in de economische crisis.

Tijdens een persconferentie op dinsdag 12 november 2024, gehouden op het ministerie van Financiën en Planning, benadrukte Roemer samen met minister van Financiën Stanley Raghoebarsing, IMF-missieleider Anastasia Guscina, en IMF-directeur André Rocaglia de betekenis van de achtste evaluatie van de Extended Fund Facility (EFF).

Roemer verklaarde dat er belangrijke successen zijn behaald, al erkent hij dat het herstelprogramma niet alle

maatschappelijke verwachtingen kan vervullen. Het doel van het programma ligt bij het scheppen van een stabiele basis voor economische groei en ontwikkeling via een consistent fiscaal en monetair beleid.

Sinds de invoering van het IMF-programma in 2021 is de economie gestabiliseerd, wat blijkt uit dalende inflatiecijfers en een sterkere kasreserve. Samen met het IMF en andere partners werkt de CBvS aan een gefaseerde aanpassing van het monetaire beleid om geleidelijk prijsstabiliteit te bereiken.

Roemer ziet bovendien nieuwe kansen door de recente Final Investment Decision (FID) in de olie- en gassector, die toekomstige staatsinkomsten aanzienlijk kan verhogen.

Minister Raghoebarsing onderstreepte de vooruitgang in lonen

en salarissen, zowel voor overheidswerknemers als voor de private sector via belastingmaatregelen. De hervorming van energie- en brandstoftarieven heeft niet tot problemen geleid, maar juist bijgedragen aan het zekerstellen van deze essentiële voorzieningen. Daarnaast benadrukte de minister dat de herstructurering en regulering van deze sectoren effectief zijn gebleken, wat zelfs een stijging van energie- en brandstofgebruik heeft opgeleverd. Verdere verbeteringen zijn zichtbaar in de versterkte banken, de afgenomen nationale en buitenlandse schulden, en de stijgende internationale kredietwaardering van Suriname.

Raghoebarsing concludeerde dat het IMF-programma succesvol was in het redden van de Surinaamse economie. Ondanks deze vooruitgang blijft discipline essentieel. Hij riep op tot voorzichtigheid bij toekomstige uitgaven, vooral in het licht van de verwachte inkomsten uit olie en gas.

UNITEDNEWS

 

IMF ZIET POSITIEVE ONTWIKKELINGEN BIJ LAATSTE FASE VAN SURINAAMS HERSTELPROGRAMMA

Ingediend door admin op

Fotocompilatie:Anastasia Guscina, leider van de IMF-delegatie en André Roncaglia, Surinames vertegenwoordiger binnen de IMF Board.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft vertrouwen in de succesvolle afronding van de Extended Fund Facility (EFF) met Suriname.

Anastasia Guscina, leider van de IMF-delegatie, verklaarde tijdens een persconferentie op 12 november 2024 dat het IMF optimistisch uitkijkt naar de negende en laatste evaluatie, die in maart gepland staat. Indien deze laatste review positief verloopt, zal Suriname voor het eerst in zijn geschiedenis een IMF-herstelprogramma volledig hebben afgerond, wat een mijlpaal voor het land zou betekenen.

Tijdens hun bezoek heeft de delegatie overleg gevoerd met een breed scala

aan belanghebbenden, van rijstboeren uit Nickerie tot vrouwelijke leiders, om obstakels voor economische groei te identificeren en oplossingen te bespreken. Er zijn volgens Guscina vruchtbare gesprekken gevoerd met diverse ministeries en het parlement over de toekomstige welvaart van het land.

Ze benadrukte dat het macro-economische beeld zich aanzienlijk verbetert en dat de overheid haar monetaire doelen bereikt. Tegelijkertijd blijft het voor het IMF belangrijk dat de voordelen van het herstelprogramma alle lagen van de samenleving bereiken; vooral de kwetsbare groepen zouden beter ondersteund moeten worden.

André Roncaglia, Surinames vertegenwoordiger binnen de IMF Board, wees op de vooruitgang die het land geboekt heeft

onder het herstelprogramma. Hij noemde de dalende inflatie, economische groei, afname van de publieke schuld, en een sterkere fiscale balans als belangrijke resultaten. Deze verbeteringen bieden de overheid en ondernemers meer ruimte voor investeringen en creëren nieuwe werkgelegenheidskansen. Roncaglia benadrukte dat het essentieel is om deze positieve ontwikkelingen vast te houden en riep de Surinaamse samenleving op om zich gezamenlijk in te zetten voor voortzetting van deze vooruitgang. “De vruchten van het herstel zullen zichtbaar worden, maar we moeten vasthouden aan dit pad,” aldus Roncaglia.

UNITEDNEWS

 

REISJE NAAR AZERBAIJAN BELANGRIJKER DAN INTERNE PROBLEMEN

Ingediend door admin op

Foto: president Chandrikapersad Santokhi, de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev en VN-secretaris-generaal António Guterres.| Auteur: Armand Snijders

Terwijl iedereen het belang en zelfs de noodzaak inziet van dat er heel snel een andere minister van Binnenlandse Zaken wordt benoemd, ziet president Chandrikapersad Santokhi dat helemaal anders. Hij is ondanks een op handen zijnde crisis weer op het vliegtuig gestapt naar Azerbaijan.

Eerst was Santokhi twaalf dagen naar Curaçao, Aruba, Miami en Colombia. Na zijn terugkeer werd verwacht dat hij in eigen land de politieke koe bij de horens zou pakken en een nieuwe minister zou benoemen. Hij staat wat dat betreft voor een

enorm dilemma want Bronto Somohardjo, de gewipte bewindsman, is van coalitiepartner Pertjajah Luhur (PL) en die partij wil de post weer bekleden. Maar Ronnie Brunswijk, voorzitter van coalitiepartner Abop, eist deze ministerspost op. Het is immers oorlog tussen die twee partijen die een paar weken geleden nog samen optrokken maar elkaar nu het licht niet meer in de ogen gunnen en elkaar op een onvolwassen wijze voor rotte vis uitmaken.

Dat geruzie is tijdens Santokhi’s afwezigheid alleen maar erger geworden. Dat had hij aan zichzelf te danken doordat hij zo nodig op reis moest. Na zijn terugkeer had hij het vooral

druk met andere plichtplegingen en was het overleg binnen coalitieverband niet voldoende om eindelijk wel een knoop door te hakken. Althans, niet voordat hij afgelopen vrijdag weer op reis moest gaan, nu naar de klimaattop – COP29 – van de Verenigde Naties in Azerbaijan. Ook gaat hij weer even naar Nederland, alsof premier Dick Schoof niet genoeg dingen aan zij eigen hoofd heeft. Het is maar de vraag of hij tijd kan en wil vrijmaken voor Santokhi.

Overigens heeft Schoof wel besloten niet af te reizen naar de klimaattop vanwege de ‘grote maatschappelijke impact’ rond het recente geweld in Amsterdam, waarbij Israëlische voetbalsupporters werden belaagd en mishandeld door relschoppers. Dat betekent dat hij wél doet wat Santokhi nalaat: het landsbelang vooropstellen boven externe belangen, in dit geval de klimaattop. Minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei zal namens het kabinet wel aanwezig zijn.

En zo zijn er meer wereldleiders die het om verschillende redenen laten afweten. De voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen zal de klimaattop niet bijwonen, eveneens vanwege politieke ontwikkelingen in Brussel. Daar screenen EU-wetgevers de leden van haar nieuwe Europese Commissie, die de komende vijf jaar leiding zal geven aan de beleidsvorming van de EU. Ook de Amerikaanse president Joe Biden zal niet naar het evenement reizen en de Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva heeft zijn reis geannuleerd na een hoofdletsel vorige maand. Regeringsleiders uit China, Japan, Australië en Mexico ontbreken ook op de top, waarvan menigeen vindt dat er weinig concrete afspraken worden gemaakt.

Dat deze president onder vrijwel alle omstandigheden niet in staat is zaken te delegeren, is bekend. Of hij wil het gewoon niet omdat hij graag zijn gezicht aan de wereld wil laten zien en – in dit geval – weer vol trots zijn clichéverhaal kan afsteken dat Suriname voor 93 procent met bos bedekt is en dat het een van de drie landen ter wereld is met een carbon negatieve status. Zoals hij dat ook in Glasgow (2021), Sharm el-Sheikh (2022) en Dubai (2023) heeft gedaan. Maar al die jubelverhalen hebben Suriname tot op heden weinig opgeleverd.

Bovendien kun je je afvragen of het staatshoofd koste wat het kost persoonlijk bij de COP29 aanwezig moet zijn. Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, die uiteraard ook weer van de partij is, en Santokhi zelf benadrukken voor iedere reis dat het van groot belang is dat Suriname aanwezig is bij een bepaald evenement. Maar wat het voordeel daarvan is als niet alleen de vakminister of andere Surinaamse deskundigen aanwezig zijn, kunnen ze niet uitleggen.

“Het is belangrijk voor Suriname om altijd aanwezig te zijn op dit soort conferenties”, zei Ramdin ook deze keer. Maar waarom wordt niet gewoon de verantwoordelijke minister Marciano Dasai van Ruimtelijke Ordening en Milieu met een klein groepje deskundigen afgevaardigd? Dat zou ook heel wat belastinggeld schelen, maar daar kijkt deze president allang niet meer naar.

Dasai is overigens wel mee; de indruk bestaat echter dat hij daar niet vrijelijk zijn eigen plan voor wat de Surinaamse belangen betreft kan trekken, want Santokhi en Ramdin moeten nu ook de olie-en gasbelangen behartigen nu TotalEnergies heeft aangekondigd in 2028 met boringen te beginnen.

Ondertussen leven Surinamers in het ongewisse over hoe het politiek hier verder gaat. Kort voor zijn vertrek vrijdag gaf Santokhi nog wel een verklaring af, zoals gebruikelijk in een interview met zijn eigen Communicatie Dienst Suriname (CDS) en niet tegenover kritische journalisten. Hij zei daarin dat hij “in de huidige situatie binnen de coalitie een beslissing zal nemen die in lijn is met de principes van goed bestuur” en “dat de kwestie momenteel eerst juridisch zal worden afgewikkeld.”

“Vervolgens zal de coalitie, met het oog op het nationaal belang, een politiek besluit nemen.” Hoe lang deze beslissing op zich zal laten wachten, zei hij niet. Alleen dat “een besluit in overeenstemming moet zijn met de beginselen van goed bestuur en dat de politieke leiders van de coalitie gezamenlijk een oplossing moeten zoeken die het nationale belang dient”.

Dit is weer zo’n typische verklaring waaruit blijkt dat het staatshoofd ook nog niet weet wat hij met de hele situatie aan moet – zoals zo vaak. Van de zijde van Abop en PL wordt momenteel vreselijk aan hem getrokken, beiden claimen de BiZa-ministerspost. PL lijkt daar redelijkerwijs de meeste aanspraak op te maken en heeft zelfs al maar liefst 28 (!) potentiële kandidaten naar voren geschoven. Maar Brunswijk beweert dat op basis van oude afspraken zijn partij aan de beurt is. Hij moet nu aan Santokhi uitleggen en bewijzen dat die afspraken er inderdaad zijn. En daarna zal die weer moeten wikken en wegen, dus het zal nog wel een tijdje duren voor er een nieuwe bewindsman of -vrouw zit.

Het is overigens zeer opmerkelijk dat Brunswijk persoonlijk aanwezig was om op vrijdag 1 november op Zanderij Santokhi te verwelkomen na zijn terugkeer uit Cali en afgelopen vrijdag weer met een heuse brasa uitzwaaide bij zijn vertrek naar Nederland, vanwaar hij doorreist naar Azerbaijan. Door de verstoorde verhoudingen deed hij dat de voorbije jaren nog maar zelden. Maar nu zijn Santokhi en Brunswijk naar de buitenwereld (in ieder geval voor de camera’s van de CDS) toe opeens weer de grootste vrienden. Dat is iets waar ze zich bij PL zorgen over moeten maken, want het zou wel eens de voorbode kunnen zijn op wat komen gaat.

ANALYSE

 

 

Bezoek van Nigeriaans Agro Tourism and Investment Group aan Suriname opent nieuwe samenwerkingskansen

Ingediend door admin op

In een belangrijke stap naar internationale samenwerking op het gebied van landbouw en productie is op dinsdag 12 november een delegatie van de Agro Tourism and Investment Group uit Nigeria in Suriname aangekomen.  Het team zal van 12 tot 16 november samenwerkingsmogelijkheden verkennen, die een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan de landbouwontwikkeling in zowel Suriname als Nigeria. Dit bezoek vindt plaats op uitnodiging van The Bridge, een diaspora-bemiddelingsbureau onder leiding van Sandra Esseboom en Danio Ceder, in samenwerking met de honorair consul van Suriname in New York, Anandkoemar Jagessar.

The Bridge, opgericht om Surinaamse en buitenlandse investeerders met elkaar te

verbinden, vervult een sleutelrol in het faciliteren van deze missie. “Wij fungeren als schakel tussen Surinaamse en buitenlandse investeerders die de potentie van Suriname’s landbouwsector willen benutten”, aldus Esseboom. “Onze focus ligt op het faciliteren van samenwerkingen die kennisuitwisseling en een stabiele basis voor duurzame groei bevorderen.”

Gedurende het bezoek zullen de afgevaardigden van de Agro Tourism and Investment Group, waaronder mr. Akinbami, mr. Elan en mrs. Bukky, verschillende productiebedrijven bezoeken om de uitdagingen en kansen binnen de sector te analyseren. Ook staan er ontmoetingen gepland met Surinaamse boeren om inzicht te krijgen in hun praktijken en behoeften. Daarnaast zullen zij

gesprekken voeren met minister Parmanand Sewdien van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) en CELOS-directeur Soedeshchand Jairam.

De missie zal voor zichzelf een analyse maken van de capaciteit voor landbouwexport en de logistieke ondersteuning van de productieketen. Zij zal zich dan ook laten informeren over de lokale vegetatie, landbeschikbaarheid en haveninfrastructuur. Het uiteindelijke doel is om de haalbaarheid van een samenwerkingsproject tussen Suriname en Nigeria vast te stellen.

De doelen van het project met The Bridge zijn om door buitenlandse investeringen technologie te stimuleren; de cassaveproductieketen in Suriname te optimaliseren, waardoor opbrengsten zullen stijgen en productkwaliteit zal verbeteren. Dit verhoogt ook de exportmogelijkheden en zal het Suriname’s positie als betrouwbare leverancier op de wereldmarkt versterken. Een efficiënte cassave-industrie kan tevens bijdragen aan werkgelegenheid voor Surinamers in verschillende sectoren, van landbouw tot verwerking en export. The Bridge streeft ook naar het opleiden van lokaal talent, zodat Surinaamse werknemers een actieve rol kunnen spelen in deze innovatieve industrie.

“Het project streeft ernaar nieuwe markten aan te boren voor Surinaamse landbouwproducten, wat verdere groei en versterking van de lokale economie mogelijk maakt”, benadrukt Esseboom. Met dit gezamenlijke initiatief hopen Suriname en Nigeria tevens een positieve impuls te geven aan de landbouw- en productiesectoren in beide landen. Gestreefd wordt naar economische ontwikkeling, werkgelegenheid en versterken van de bilaterale banden.