• maandag 23 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

ORCA Crew Services opens office in Suriname to support offshore growth

Ingediend door admin op

Suriname’s offshore energy sector is entering a new phase, with new discoveries and major developments in the Guyana–Suriname Basin attracting growing international attention. As activity accelerates and first production from projects such as GranMorgu is expected in 2028, the need for structured workforce solutions and strong local compliance frameworks is becoming increasingly important.

Against this backdrop, ORCA Crew Services, a globally recognized crew management company serving the offshore energy industry worldwide, has officially opened a new office in Paramaribo, Suriname. The office, located at Nieuwe Haven Business Center NV, Building Van ‘T Hogerhuysstraat 13–15, entrance Havenlaan West, is fully operational and will deliver comprehensive

crew management services tailored to upcoming offshore projects in Suriname. The expansion reflects ORCA Crew Services’ commitment to establishing a local presence in emerging offshore markets while ensuring full compliance with national tax and labor regulations.

The decision to establish a permanent presence in Suriname was not made overnight. ORCA Crew Services has been closely monitoring developments in the Guyana–Suriname Basin for several years. The company has already supplied manpower to offshore units operating in neighboring Guyana, gaining firsthand insight into the region’s rapid transformation.

According to Rob Vermeulen, Managing Director of ORCA Crew Services, the recent offshore discoveries in Suriname created

the right momentum to move forward with a local office.

“We closely monitor new market developments, including in the Guyana–Suriname Basin. The recent announcements of new oil discoveries offshore Suriname provided the ideal momentum for us to establish a presence,” he explains. “We aim to be among the pioneers supporting the industry’s growth.”

Suriname’s cultural and linguistic connection to the Netherlands also plays a practical role in the expansion. The widespread use of Dutch and a shared business culture allow the new Paramaribo office to integrate smoothly into the company’s existing international structure.

While Guyana’s offshore sector is already well established, with a steadily growing local workforce, Suriname’s maritime and offshore industry remains at an earlier stage of development. At present, the sector relies on a relatively small pool of maritime professionals.

With first production from major projects such as GranMorgu expected in 2028, workforce demand is anticipated to rise significantly in the coming years. ORCA Crew Services sees this as a crucial moment to begin preparing local professionals for long-term participation in the offshore energy sector.

“We anticipate that, as offshore oil and gas activities accelerate, the local workforce will grow substantially,” says Rob Vermeulen. “At ORCA Crew Services, we are committed to training and preparing Surinamese personnel to become qualified offshore workers, helping build a skilled and sustainable workforce for the region.”

By investing early in talent development, the company aims to contribute to a structured and responsible expansion of Suriname’s offshore industry.

ORCA Crew Services emphasizes that personal relationships are central to how it works, both with clients and with crew members.

“Maintaining close, direct contact with both clients and employees is essential,” says Rob Vermeulen. “A permanent establishment in Paramaribo allows us to welcome employees for job interviews, conduct thorough debriefings after offshore assignments, and provide ongoing personal support.”

The local office also ensures full compliance with Surinamese tax and labor regulations. By managing in-country payroll directly, ORCA Crew Services provides structured and fully compliant employment solutions for both Surinamese and international crew working on offshore projects in the region.

A central pillar of ORCA Crew Services’ strategy in Suriname is the development of local professionals who can actively participate in the country’s emerging offshore sector.

The company works closely with Suriname’s maritime academies, training centers and educational institutions to identify motivated candidates and guide them toward offshore careers. It also participates in key industry platforms, including the Suriname Energy, Oil & Gas Summit, to connect directly with individuals interested in entering the sector.

“At ORCA Crew Services, we are dedicated to providing those with the right motivation and mindset the opportunity to receive comprehensive, industry-standard training,” says Rob Vermeulen. “Our goal is to equip local Surinamese professionals with the skills and certifications needed to succeed as qualified offshore workers.”

By combining structured training with international best practices, ORCA Crew Services aims to help build a skilled and sustainable workforce that supports Suriname’s long-term energy ambitions.

While developing Surinamese professionals is a core priority, ORCA Crew Services also brings extensive international experience to the region. The company is well established in the European maritime and offshore sector and has a strong track record supporting leading offshore construction companies.

By integrating the Paramaribo office into its global network, ORCA Crew Services aims to transfer proven best practices, operational standards and compliance expertise to the local market. This approach allows the company to support complex offshore projects while creating meaningful opportunities for Surinamese professionals to grow within an international framework.

“Our priority is to develop skilled Surinamese professionals, both for our onshore team and our offshore workforce,” says Rob Vermeulen. “By drawing on the experience of our international organization, we are confident this will lead to sustainable, long-term success in the region.”

As offshore projects move closer to production, ORCA Crew Services brings structured crew management, full regulatory compliance and long-term investment in local workforce development to support Suriname’s continued growth.

Man loopt tweede graads brandwonden op bij ontploffing in woning; slachtoffer in ziekenhuis overleden

Ingediend door admin op

De 64-jarige C.S. is op donderdag 12 februari 2026 in het Academisch Ziekenhuis Paramaribo (AZP) overleden, nadat hij op zondag 8 februari 2026 bij een ontploffing in zijn woning in de omgeving van de Merkiwiwiriestraat tweede graads brandwonden had opgelopen.

De politie van het bureau Houttuin die op de dag van de ontploffing niet was ingeschakeld, werd op12 februari 2026 door het personeel van AZP in kennis gesteld dat het slachtoffer C.S. als gevolg van opgelopen brandwonden in het ziekenhuis is komen te overlijden. Reden waarom de wetsdienaren zich direct begaven naar het betreffende adres voor onderzoek en bleek bij

aankomst de verrichte schade grotendeels reeds te zijn opgeruimd.

De afdeling Forensische Opsporing (FO) was eveneens ter plaatse voor het technisch onderzoek, maar omdat de locatie deels reeds was opgeruimd, zijn de sporen beperkt. Er werden slechts een verbrande oliefles en enkele beschadigde kunststof bloempotten aangetroffen. De gascilinder is intact aangetroffen. Een mogelijke oorzaak van het incident kan een lekkage zijn, maar dit wordt nog nader onderzocht.

Volgens verklaring van de vrouw, bevonden zij en haar partner zich in de wasruimte om te poetsen. Op het moment toen zij het licht aanmaakte, hoorden zij in dezelfde ruimte een harde knal. De vrouw

liep brandwonden op aan haar benen en werd na medische behandeling heengezonden, terwijl haar man ter verpleging met tweede graads brandwonden in het AZP werd opgenomen.

Het onderzoek in deze zaak duurt voort.

De politie doet nadrukkelijk een beroep op de samenleving om bij elk incident die zich voordoet, ook wanneer het gaat om een beginnende brand of ontploffing, direct contact op te nemen met de politie, zodat tijdig een onderzoek kan worden verricht.

BREDE STEUN VOOR DERDE RECHTSINSTANTIE WANKELT DOOR VERDEELDHEID OVER INVULLING

Ingediend door admin op

In het parlement lijkt consensus te bestaan over de wenselijkheid van een derde beroepsinstantie als versterking van de rechtsbescherming. De verdeeldheid ontstaat echter bij de vraag welke structuur het meest passend is voor Suriname. Daardoor komt de beoogde kamerbrede steun voor de grondwetswijziging mogelijk in gevaar.

De commissie van rapporteurs, de initiatiefnemers en verschillende fracties hebben inmiddels hun eerste standpunten gepresenteerd. De regering moet nu haar visie geven op het voorstel. De voortgang wordt nog deze week verwacht.

Volgens initiatiefnemer Ebu Jones en mede-initiatiefnemer Ronnie Asabina moet het parlement zich in deze fase richten op het scheppen van de constitutionele ruimte.

De inhoudelijke discussie over het uiteindelijke model, regionaal, nationaal of een combinatie, zou pas daarna moeten volgen.

Jones stelde tijdens de beraadslagingen dat de kern van het voorstel niet ligt bij de keuze tussen het Caribisch Hof van Justitie (CCJ) of een nationale Hoge Raad, maar bij het eerst aanpassen van de Grondwet. Zonder die wijziging kan een cassatievoorziening juridisch niet worden gerealiseerd. Jones introduceerde daarbij de mogelijkheid van een hybride constructie.

In zo’n model zou Suriname bijvoorbeeld lokaal een kamer kunnen instellen met rechters uit dezelfde rechtsfamilie, terwijl in specifieke zaken aansluiting wordt gezocht bij het CCJ. Hij gaf aan

dat het regionale hof verschillende scenario’s heeft geschetst, onder meer gericht op beheersing van de kosten.

De behandeling in De Nationale Assemblee (DNA) over de invoering van cassatierechtspraak verschuift steeds meer naar de vraag hoe deze nieuwe beroepsmogelijkheid constitutioneel moet worden verankerd. Hoewel er brede steun bestaat voor een derde rechterlijke instantie, dreigt verdeeldheid over de concrete invulling het draagvlak onder druk te zetten.

Tegelijkertijd waarschuwde hij voor het creëren van wantrouwen rond het initiatief. Volgens hem is er geen sprake van verborgen agenda’s, maar van een gefaseerde aanpak.

UNITEDNEWS

 

Simons heeft geen spijt van samenwerking met ABOP

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft geen spijt dat zij de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij in Suriname (ABOP) ook in de coalitiesamenwerking heeft meegenomen.

“Ik heb geen spijt. We zijn met zes partijen en dat is niet eenvoudig. Dus we moeten met elkaar praten. We hebben laatst afgesproken om weer vaker gezamenlijk te zitten. We weten dat de ABOP in de vorige regeerperiode zat en dat dit bepaalde dingen met zich mee zou brengen. En dat moeten we accepteren”, zei het staatshoofd, dat ook leider is van de NDP, in het programma Bakana Tori.

Het is geen geheim dat de ABOP niet blij is

met bepaalde besluiten die nu in de regering Simons-Rusland worden genomen. De druppel die de emmer heeft doen overlopen, is de recente non-actiefstelling van ABOP-topper Wensley Rozenhout als president-directeur bij Grassalco nv.

Simons stelt dat iedereen moet beseffen dat dingen nu anders moeten worden gedaan. “We moeten dingen anders gaan doen. We weten dat het niet in één keer gaat, maar ik ga blijven proberen om de mensen te overtuigen. Ook mijn mensen en de andere partijen.

We moeten stappen zetten richting verandering. Alles gaat niet direct kunnen, maar we moeten toch stappen zetten”, aldus de Surinaamse president.

AFBOUW RONDHOUTEXPORT VRAAGT KWART MILJARD DOLLAR| SECTOR NIET KLAAR VOOR OMSLAG

Ingediend door admin op

De voorgenomen afbouw van de export van rondhout dwingt Suriname tot een ingrijpende herstructurering van de bos- en houtsector. Waar de maatregel moet leiden tot meer binnenlandse verwerking en hogere toegevoegde waarde, blijkt de huidige capaciteit daar bij lange na niet op berekend.

Volgens berekeningen van bosbouwconsultant Sietze van Dijk is een investering van minimaal USD 220 tot 250 miljoen noodzakelijk om de omschakeling haalbaar te maken. Deze geraamde investering over een periode van vijf jaar omvat zowel de bouw en modernisering van zagerijen en verwerkingsbedrijven als de versterking van deze basisinfrastructuur.

Van Dijk presenteerde zijn analyse deze week tijdens een

stakeholdersbijeenkomst van de sector. Uitgangspunt in het onderzoek is een jaarlijkse verwerking van circa 400.000 kubieke meter rondhout, het gemiddelde oogstniveau van de afgelopen jaren. Dat volume zou, bij adequate uitbreiding en modernisering, kunnen resulteren in 150.000 tot 160.000 kubieke meter verwerkt hout.

Om deze productie te realiseren, zijn naar schatting acht tot twaalf grootschalige zagerijen en 15 tot 25 secundaire houtverwerkingsbedrijven nodig. Elke zagerij zou jaarlijks tussen de 35.000 en 50.000 kubieke meter rondhout moeten verwerken.

Onder de huidige omstandigheden wordt dat als onhaalbaar bestempeld, gezien de beperkte schaal, verouderde machines en inefficiënte logistiek binnen de sector. Daarmee dreigt de

ambitie om meer waarde in eigen land te creëren vast te lopen op praktische beperkingen. Zonder forse uitbreiding kan de binnenlandse industrie de huidige oogstvolumes simpelweg niet absorberen.

Naast investeringen in productiefaciliteiten wijst het onderzoek op structurele tekorten in ondersteunende infrastructuur. Verbetering van transportverbindingen, opslagcapaciteit en een stabiele energievoorziening zijn cruciaal om de keten efficiënt te laten functioneren. Zonder deze randvoorwaarden blijven kosten hoog en concurrentiekracht beperkt.

De herstructurering van de sector wordt gezien als een strategische stap om de economische waarde van de bosbouw te verhogen en minder afhankelijk te worden van de export van onbewerkt hout. Indien de noodzakelijke middelen niet tijdig worden vrijgemaakt, bestaat het risico dat de afbouw van de rondhoutexport eerder tot productieverlies en economische terugval leidt dan tot de beoogde versterking van de sector.

UNITEDNEWS

 

 

Minister Stephen Tsang ondertekent de “pledge van IK-BEN” om bij te dragen aan optimale kinderbescherming.

Ingediend door admin op

Minister Stephen Tsang heeft op woensdag 12 februari 2026 de “pledge van IK-BEN”ondertekent. Het doel van de pledge is het versterken van de samenwerking tussen overheidsinstanties om een veilig netwerk voor kinderen te creëren en de implementatie van het Kinderrechtenverdrag te ondersteunen.

Bij de ondertekening waren aanwezig Mw. Angela Salmo en Mw. Dana Plet Wardi, de Focal Points van het Integraal Kinderbeschermingsnetwerk (IK-BEN) en de Focal Point van het Ministerie van OWRO, Mw. Claudine Sakimin.

Met de ondertekening geeft minister Tsang blijk te zullen bijdragen aan de uitvoering van het Kinderrechtenbeleid om de kinderrechtenbescherming te optimaliseren.

Het Ministerie OWRO denkt dit te

kunnen doen door het creëren van aantrekkelijke, kindvriendelijke en bovenal veilige omgevingen, bijvoorbeeld parken, pleinen en tuinen met voorzieningen, waardoor de kinderen meer aandacht en liefde krijgen.

NPS-FRACTIELID ATOMPAI VRAAGT OM OPHELDERING OVER SALARISSEN BINNEN RECHTERLIJKE MACHT

Ingediend door admin op

​NPS-parlementariër Poetini Atompai heeft donderdag de regering om volledige transparantie gevraagd met betrekking tot de bezoldiging van leden van het Hof van Justitie en het Openbaar Ministerie. De aanleiding voor deze vragen zijn recente mediaberichten over mogelijk zeer hoge salarissen bij topfunctionarissen, waaronder de procureur-generaal.

​De vragen werden gesteld tijdens de voortzetting van de behandeling van de initiatiefwetgeving voor de modernisering van de rechterlijke macht. Atompai uitte zijn bezorgdheid over de proportionaliteit van de huidige beloningen en wees op signalen dat bepaalde salarissen binnen de rechterlijke macht drie tot vijf keer hoger zouden liggen dan dat van de president. Volgens het

assembleelid roept dit fundamentele vragen op over de verantwoording van de regering tegenover het parlement.

​Atompai heeft minister Harish Monorath van Justitie en Politie verzocht om een uitgebreid overzicht aan De Nationale Assemblee te overleggen. Hij wenst inzicht in de bruto salarissen uitgesplitst per functie en rang, evenals de datum waarop deze verhogingen zijn ingegaan.

Daarnaast vraagt hij om opheldering over de totale maandelijkse kosten voor de staat, de cumulatieve financiële impact en de specifieke criteria die zijn gehanteerd bij het vaststellen van de nieuwe bedragen.

​Naast de topfuncties vroeg de NPS-parlementariër ook om duidelijkheid over de beloningsstructuur van griffiers en de

verhouding tussen hun salarissen en die van andere functionarissen. Tevens trok hij de vergelijking met het personeel van De Nationale Assemblee zelf. Volgens Atompai worden zij momenteel onvoldoende betaald voor hun rol in het parlementaire proces. Hij verzocht de regering om inzicht in hun loonschalen en wilde weten welke maatregelen worden genomen om tot een marktconforme beloning voor deze groep te komen.

UNITEDNEWS

MINISTER MISIEKABA STELT LEGALISATIETRAJECT VOOR GEKWALIFICEERDE IMMIGRANTEN VOOR

Ingediend door admin op

PlMinister André Misiekaba van Volksgezondheid, Welzijn en Arbeid (VWA) heeft in De Nationale Assemblee gepleit voor een regeling om illegaal verblijvende immigranten met specifieke beroepskwalificaties te legaliseren. Via een vorm van algemeen pardon wil de bewindsman inspelen op de nijpende tekorten in cruciale sectoren, zoals de gezondheidszorg, terwijl deze groep tegelijkertijd een formele bijdrage kan leveren aan de nationale ontwikkeling.

​De bewindsman deed dit voorstel naar aanleiding van kritiek van NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo over de verdringing van Surinaamse arbeidskrachten door buitenlanders. Misiekaba verduidelijkte dat zijn initiatief zich specifiek richt op personen met aantoonbare vakbekwaamheid die momenteel vanwege hun status buiten hun

vakgebied tewerkgesteld zijn. Vorige week sprak de minister met ruim veertig buitenlandse zorgprofessionals, waaronder artsen en verpleegkundigen, van wie slechts drie over de juiste papieren beschikten. De rest van deze groep werkt noodgedwongen in sectoren zoals de bouw of in supermarkten.

​In samenwerking met het ministerie van Justitie en Politie en de relevante ambassades wordt er momenteel een screeningstraject voorbereid. Tijdens dit proces zal worden beoordeeld onder welke voorwaarden legalisatie mogelijk is. De minister benadrukte hierbij dat personen die na onderzoek gelieerd blijken aan criminele activiteiten, volgens de geldende wetgeving zullen worden aangepakt.

Het hoofddoel blijft echter om schaarse expertise in

te zetten op plekken waar de nood het hoogst is.

​Naast de focus op de zorgsector suggereerde Misiekaba dat Justitie en Politie een bredere oproep zou kunnen overwegen voor de tienduizenden vreemdelingen die zich in het binnenland bevinden. Volgens de minister is het fysiek onmogelijk om elke individuele illegale vreemdeling op te sporen, waardoor een algemene regeling een pragmatische oplossing biedt. Hij herinnerde het parlement eraan dat dergelijke legalisatieacties in het verleden al vaker succesvol zijn uitgevoerd.

UNITEDNEWS

Monorath slaat alarm over toename agressie en geweld

Ingediend door admin op

De minister van Justitie en Politie Harish Monorath, maakt zich grote zorgen over de toenemende agressie in de samenleving. In de maand januari alleen heeft de afdeling Slachtofferzorg hulp moeten verlenen aan 38 personen. “Dat is heel veel”, benadrukt de minister.

Volgens Monorath betrof het vooral zaken van huiselijk geweld, aanvragen voor beschermingsbevelen, kinderen die uit huis zijn geplaatst en geweld tegen vrouwen. De afdeling Slachtofferzorg bestaat daarnaast uit slechts vier personen, waaronder een chauffeur.

De minister spreekt van een verharding in de samenleving. “Er is ontzettend veel agressie. Ik begrijp dit gedrag niet”, zegt hij. Monorath doet daarom

een dringende oproep aan burgers om meer geduld en begrip voor elkaar op te brengen.

Drie personen aangehouden op verdenking van mensenhandel

Ingediend door admin op

De speciale unit van de politie van Regio West heeft woensdag drie verdachten aangehouden op verdenking van mensenhandel en mensensmokkel. Dit drietal werd tijdens een surveillanceactie na een achtervolging tot stoppen gesommeerd.

De taxichauffeur T.T. (56) transporteerde twee vreemdelingen N.R. (25) en F.M. (28) van Braziliaanse afkomst. Zij waren kort daarvoor via Guyana, met een zogenoemde Go Fast-boot, illegaal de grens overgestoken naar Suriname.

Zowel de taxichauffeur als de vreemdelingen werden aangehouden en ter voorgeleiding overgebracht naar het politiebureau. Hun rijbewijzen en mobiele telefoons zijn in het belang van het onderzoek in beslag genomen.

De drie verdachten zijn na afstemming met

het Openbaar Ministerie door de politie in verzekering gesteld. Het verder onderzoek in deze zaak is op donderdag 12 februari 2026, samen met de verdachten overgedragen aan de afdeling Trafficking In Person (TIP).