• dinsdag 21 April 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Presidentiële werkgroep geïnstalleerd voor beleidskader ‘Heritage Month’

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft de presidentiële werkgroep Heritage Month geïnstalleerd. Dit gebeurde op woensdag 18 maart 2026 op het Kabinet van de President. Rachel Pinas is benoemd tot voorzitter van deze werkgroep. Het team heeft de opdracht meegekregen om een beleidskader te ontwikkelen voor de invulling van deze erfgoedmaand,

in augustus dit jaar.

Het concrete mandaat van de werkgroep vloeit voort uit de jaarrede van de president, waarin augustus 2026 officieel is uitgeroepen tot Heritage Month. De commissie bestaat uit vertegenwoordigers van verschillende ministeries, waaronder Transport, Communicatie en Toerisme (TCT), Onderwijs, Wetenschap en Cultuur (OWC), Binnenlandse Zaken en Jeugdontwikkeling en

Sport, evenals afgevaardigden van de Anton de Kom Universiteit. Het doel is om een concept te ontwikkelen waarbij de samenleving, maatschappelijke groepen, jongeren en studenten worden betrokken om de eigen geschiedenis vorm te geven en te herschrijven.

Focus op educatie en reflectie

Voorzitter Pinas geeft aan dat de Heritage Month niet zozeer

een maand van feesten zal worden, maar een periode van reflectie over de nationale identiteit en de culturele diversiteit van Suriname. Er is gekozen voor de maand augustus vanwege de Dag van de Inheemsen, de eerste bewoners van het land. De werkgroep werkt op basis van een visiedocument van de
president, waarbij de maand in verschillende thema’s wordt onderverdeeld. In de eerste week staat de herkomst van verschillende groepen centraal, terwijl de tweede week in het teken zal staan van samenwonen en samenzijn. Educatie en informatie voeren hierbij de boventoon.

Voorzitter Pinas geeft verder aan dat de maand augustus als vakantieperiode

extra ruimte biedt op het rooster van scholen om zaken buiten het reguliere curriculum te adresseren en jonge mensen te laten nadenken over hun eigen cultuur en erfgoed. Naast wetenschappelijk onderzoek en de rol van media, is het de bedoeling om de laatste week van augustus te ontwikkelen tot een
toeristisch product met een feestelijk moment.

De werkgroep focust zich momenteel op het beleidskader om de maand en de markt in te richten en te standaardiseren. Dit moet uiteindelijk dienen als een beleidsinstrument dat bijdraagt aan een stabiele en gezonde samenleving. Voorzitter Pinas benadrukt dat de commissie openstaat voor alle groepen

binnen de samenleving om dit concept gezamenlijk uit te voeren. “Ik denk dat het van belang is dat de commissie openstaat voor alle groepen binnen de samenleving om te praten en om te communiceren hoe wij dit concept samen kunnen uitvoeren. Het moet gedragen worden door elke Surinamer. Heritage Month
is van ons. Het is niet iets van het kabinet of van de commissie. Maar wij moeten het zelf vormgeven omdat wij Surinamers zijn”, aldus de voorzitter.

Regering houdt benzineprijs voorlopig stabiel door price cap

Ingediend door admin op

President Jennifer Simons heeft na overleg met de regering en de oliemaatschappijen per gisteren besloten om de pompprijzen voor brandstof te stabiliseren door toepassing van de zogeheten ‘price cap’ methode.

De vastgestelde prijzen zijn als volgt:

Deze regeling geldt voor alle nieuwe ladingen vanaf 18 maart 2026. De price cap methode

is niet van toepassing op super unleaded. Wanneer de internationale prijsniveaus boven de vastgestelde price cap uitkomen, zal het verschil worden gecompenseerd door de overheid via de Government Take. Deze regeling geldt uitsluitend voor pompprijzen die boven de genoemde tarieven liggen en niet voor prijzen die daaronder vallen.

Met deze maatregel

wil de regering de samenleving beschermen tegen de directe gevolgen van de internationale olieprijsstijging en tegelijkertijd stabiliteit bieden aan de nationale economie als gevolg van de oorlogsituatie in het Midden–Oosten, staat in een regeringsverklaring.

TRUMP MIKT OP SNELLERE BEËINDIGING OPERATIES IN IRAN DAN NETANYAHU

Ingediend door admin op

Terwijl de militaire confrontatie met Iran de derde week ingaat, tekenen de eerste strategische barsten zich af binnen de nauwe alliantie tussen de Verenigde Staten en Israël.

Hoewel president Donald Trump en de Israëlische premier Benjamin Netanyahu nagenoeg dagelijks contact hebben, melden adviseurs van het Witte Huis dat de Amerikaanse

president streeft naar een eerdere beëindiging van grote militaire operaties dan zijn Israëlische ambtgenoot. Volgens bronnen binnen de Amerikaanse administratie ligt de kern van dit verschil in de uiteindelijke strategische doelstellingen en de tolerantie voor langdurige risico’s. Waar de Israëlische campagne gericht lijkt op een bredere destabilisatie van het Iraanse
regime, inclusief high-profile liquidaties en operaties die de interne machtsstructuur ondermijnen, hanteert Trump een meer afgebakende militaire focus. Zijn prioriteiten liggen bij het onschadelijk maken van de Iraanse nucleaire ambities en het uitschakelen van specifieke dreigingen, zoals raketsystemen, de marine en de financiering van regionale milities, in plaats van een
volledige regimewisseling.

De samenwerking wordt momenteel ook op de proef gesteld door economische overwegingen; zo leidde een Israëlische aanval op de Iraanse olie-infrastructuur tot grote bezorgdheid in Washington over de stabiliteit van de wereldwijde energiemarkt en de gevolgen voor de Amerikaanse consument.

Ondanks deze spanningen blijven beide landen militair nauw

gecoördineerd, waarbij Amerikaanse troepen zich hoofdzakelijk richten op het neutraliseren van raket- en drone-dreigingen terwijl Israël de operaties verder uitbreidt. De Amerikaanse minister van Oorlog, Pete Hegseth, heeft inmiddels benadrukt dat de Verenigde Staten zelfstandig zullen bepalen wanneer hun specifieke doelen zijn bereikt en de operaties worden afgerond, wat de
mogelijke vroege exit van de VS verder onderstreept.

UNITEDNEWS | MIDDEN-OOSTEN UPDATE

WORDT NURMOHAMED DE KATVANGER IN KWESTIE PAN AMERICAN?

Ingediend door admin op

De recente stap van het Openbaar Ministerie (OM) om De Nationale Assemblee (DNA) te vragen minister Riad Nurmohamed van Openbare Werken (OW) in staat van beschuldiging te stellen, werpt een kritisch licht op de werkelijke machtsverhoudingen en verantwoordelijkheden binnen het kabinet-Santokhi.

Terwijl de pijlen nu uitsluitend op Nurmohamed worden gericht,

roepen gelekte documenten de dringende vraag op of de OW-minister niet simpelweg de ‘katvanger’ is voor een besluit waar de gehele regeringstop achter stond. De kwestie rond het woningbouwproject in Noord-Paramaribo kwam in november 2023 aan het rollen na onthullingen door een klokkenluider, waarbij documenten aantoonden dat er circa 8
miljoen US dollar is uitgekeerd aan de private ontwikkelaar Pan American Real Estate. Hoewel het project in september 2021 feestelijk werd geopend door president Santokhi, verliep de weg naar de financiering via een moeizaam traject binnen de regering. Minister Nurmohamed presenteerde het verzoek als een Public-Private Partnership (PPP), maar stuitte
aanvankelijk op herhaaldelijke weigeringen van vicepresident Ronnie Brunswijk in de Raad van Ministers.

De uiteindelijke doorbraak kwam pas in een regeringsvergadering op 11 november 2022 onder leiding van de President zelf, waar het voorstel werd goedgekeurd en middels officiële missives werd bekrachtigd. Opvallend is ook de rol van het ministerie

van Financiën; waar ex-minister Achaibersing de boot afhield, werkte zijn opvolger Raghoebarsing wel mee aan de uitbetaling in acht termijnen.

Raghoebarsing verklaarde later zelfs in de media dat deze miljoenenbetalingen mede gebaseerd waren op “mondelinge afspraken”, een bewering die binnen de staatsfinanciën alle alarmbellen doet rinkelen.

De huidige focus van

het OM op slechts één minister is juridisch moeilijk te verdedigen, aangezien een dergelijke uitgave onmogelijk is zonder de actieve fiat van de President en de feitelijke uitvoering door Financiën. Als de handelingen van Nurmohamed als onwettig worden gekwalificeerd, rijst de onvermijdelijke vraag waarom de functionarissen die het proces juridisch
en financieel hebben gefaciliteerd buiten schot blijven. Het heeft er alle schijn van dat Nurmohamed nu de politieke prijs moet betalen om de rest van de regeringstop te ontlasten in dit miljoenenverslindende dossier.

UNITEDNEWS

GERELATEERD AAN: Anonieme-klokkenluider-geeft-uitleg-over-vermoedelijke-onrechtmatige-betaling-aan-projectontwikkelaar-Pan-American-Real-estate

DIPLOMATIE OP EEN KRUISPUNT: TUSSEN NEDERLANDSE IDEOLOGIE EN SURINAAMSE SOEVEREINITEIT

Ingediend door admin op

FOTO COMPILATIE: president Jennifer Simons en de nieuwe Nederlandse premier Rob Jetten(BRON) |  ANALYSE: UNITED REDACTIE

Het eerste officiële telefonische onderhoud tussen president Jennifer Simons en de nieuwe Nederlandse premier Rob Jetten op 17 maart 2026 wordt officieel gepresenteerd als “vriendschappelijk en vruchtbaar”. Maar achter de diplomatieke sluiers van het Makandra-project

en visumversoepelingen tekent zich een fundamenteel spanningsveld af.

Terwijl Nederland onder Jetten een progressieve koers vaart, profileert Suriname zich onder Simons scherper dan ooit als een land dat zijn eigen koers bepaalt—economisch én moreel. De relatie tussen Paramaribo en Den Haag bevindt zich in een “fase na de komma”, refererend

aan de excuses voor het slavernijverleden. Echter, de interpretatie van die komma verschilt hemelsbreed. Waar de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, David van Weel, het Fonds Slavernijverleden van €200 miljoen presenteert als een gebaar van herstel, trekt president Simons een harde grens.

Voor Suriname is dit fonds een “bewustwordingsfonds” voor

onderwijs, geen schadeloosstelling. De Surinaamse kritiek op de Nederlandse aanpak is structureel: de geschiedenis leert dat een aanzienlijk deel van dergelijke fondsen via Nederlandse consultants en bureaucratie terugvloeit naar de donor.

De eis van Paramaribo is helder: werkelijk herstel moet conform het CARICOM 10-puntenplan en mag niet dienen als een

vehikel voor Nederlandse werkgelegenheid of morele superioriteit.

Met de aantreding van Rob Jetten, de eerste openlijk homoseksuele premier van Nederland, komt er een nieuwe variabele in de bilaterale vergelijking. Jetten draagt een expliciete D66-agenda uit, waarin de promotie van LGBTQ+-rechten en progressieve onderwijshervormingen centraal staan. Hier wringt de schoen met

de Surinaamse realiteit. In Suriname zijn religieuze en traditionele waarden diep geworteld in de maatschappelijke structuur. De vrees in Paramaribo is dat de Nederlandse steun—of het nu gaat om het Makandra-project of onderwijshulpprogramma’s—gepaard zal gaan met de export van een moreel kader dat niet past bij de lokale cultuur. Met
name de introductie van LGBTQ+-thema’s binnen het basisonderwijs wordt in Suriname breed gedragen als een onacceptabele inbreuk op de ouderlijke macht en culturele identiteit. Indien Nederland deze “ideologische dwang” koppelt aan samenwerkingsgebieden zoals wetenschappelijk onderzoek of cultuur, riskeert het de herstelde relatie direct weer te beschadigen.

Suriname vraagt om een

samenwerking op basis van wederzijds respect, wat impliceert dat Nederland de Surinaamse soevereiniteit over de eigen morele en pedagogische koers respecteert. Een cruciale factor die Den Haag lijkt te onderschatten, is de veranderde economische machtsdynamiek. Waar Suriname in het verleden vaak afhankelijk was van Nederlandse ontwikkelingshulp, bevindt het land zich
nu in een fase van substantiële economische groei, gedreven door de olie- en gassector, de reorganisatie van de goudsector en regionale integratie binnen de CARICOM. De boodschap van de regering-Simons aan het kabinet-Jetten is impliciet maar krachtig: Suriname heeft Nederland niet meer nodig als “voogd”. De groei vindt plaats buiten
de Nederlandse invloedssfeer om. Dit geeft Suriname de diplomatieke ruimte om eisen te stellen. Als Nederland de samenwerking wil behouden in sectoren als agroproductie, toerisme en watermanagement—gebieden waar Jetten’s expertise op klimaatvlak overigens waardevol kan zijn—zal dat moeten gebeuren als gelijkwaardige partners.

Het succes van de relatie tussen Jetten en

Simons zal afhangen van de mate waarin Nederland bereid is zijn “progressieve zendingsdrang” te parkeren bij de grens. Voor Suriname is de koers uitgezet: economische modernisering en het herstellen van historisch onrecht, zonder de eigen culturele ziel te verkopen voor een herstelfonds. De ontmoeting die op termijn gepland staat, zal
uitwijzen of Nederland begrijpt dat de weg naar Paramaribo niet meer via een moreel eenrichtingsverkeer loopt.

UNITEDNEWS