• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

MERCURY-FREE GOLD IN SURINAME’ GELANCEERD

Ingediend door admin op

Het ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen (NH) heeft officieel het PlanetGold Suriname project, genaamd ‘GEF GOLD+: Advancing formalization and mercury-free gold in Suriname’ gelanceerd. Op 1 november heeft in de Royal Palm- vergaderzaal van het Marriott Hotel de kick-off meeting plaatsgevonden.

Het project, gefinancierd door de Global Environment Facility (GEF) en onder toezicht van het United Nations Development Programme (UNDP), heeft als doel het gebruik van kwik in de ambachtelijke en kleinschalige goudmijnbouw (ASGM) sector te verminderen door de introductie van veilige en kwikvrije goudmijnbouw technologie. Hiermee zal worden voldaan aan de verplichtingen van het Minamata-verdrag.

Tijdens het evenement is de inhoud

van het vier component tellend project gepresenteerd, inclusief het mijnbouwbeleid en wetgeving. Er is middels presentaties eveneens aandacht besteed aan milieuvriendelijk en verantwoord mijnen, alsook stakeholderbetrokkenheid en de rol van EnGenDer in relatie tot kleinschalige goudmijnbouw.  

Minister David Abiamofo heeft in zijn speech aangegeven een grote impact van het project te voorzien. “We zijn vastbesloten, een holistische en intersectorale strategie te volgen bij dit project, gericht op de formalisatie en verbeterde toegang tot financiële middelen en de ontwikkeling van traceerbare goud-ketens”, aldus de NH-bewindsman. Deze geïntegreerde aanpak van milieubeheer en economische empowerment is naar zeggen van minister David Abiamofo essentieel

voor het succes van het project en draagt bij aan het welzijn van onze gemeenschappen.

Deputy Resident Representative van de UNDP voor Suriname, Berdi Berdiyev, geeft in zijn betoog het voorrecht aan, om het ambitieuze project te leiden. Volgens Berdiyev biedt het project UNDP de gelegenheid om de samenwerking op het gebied van duurzame goudmijnbouw te versterken. De UNDP-topman noemt in zijn toespraak het samenwerkingsverband met partners van het project ‘Improving Environmental Management in the Mining Sector of Suriname, with Emphasis on Artisanal and Small-Scale Gold Mining’ (EMSAGS). Berdiyev onderstreept ook het cruciaal belang van bewustwording, capaciteitsversterking en kennisdeling met andere landen voor duurzame resultaten.

De landen die zijn aangesloten bij PlanetGold zijn: Burkina Faso, Colombia, Ecuador, Guyana, Indonesië, Kenia, Mongolië, Peru, de Filipijnen, Bolivia, de Democratische Republiek Congo, Ghana, Honduras, Madagaskar, Nigeria, Suriname, Oeganda, Ivoorkust, Guinee, Mali, Nicaragua, Sierra Leone en Zambia. Het PlanetGold Suriname-project loopt tot het jaar 2027.

PERSBERICHT|NH

 

 

 

CARIBBEAN AIRLINES START NIEUWE DIRECTE VLUCHT VAN GUYANA NAAR SURINAME

Ingediend door admin op

Caribbean Airlines Limited (CAL) heeft op zondag zijn nieuwe directe vlucht tussen de Ogle Airport in Guyana en JAP Airport in Suriname gelanceerd. Passagiers kunnen profiteren van deze directe verbinding, die twee keer per week wordt uitgevoerd, op zondagen en vrijdagen.

“Caribbean Airlines heeft diepe wortels in Guyana… Guyana is één van onze belangrijkste markten,” zei Renatha Marshall, Country Manager voor Guyana en Suriname, tijdens de openingsceremonie op zondag. Volgens haar is het van belang dat het bedrijf zich uitbreidt en inspeelt op de behoeften van de markt. Daarom werd deze nieuwe directe dienst geïntroduceerd. De nieuwe route zal worden bediend

door de ATR 72-600 van CAL, die handige reisopties biedt voor passagiers tussen de twee Zuid-Amerikaanse landen.

Op zondagen vertrekt vlucht BW 383 van Ogle, Guyana naar Suriname om 09:55 uur en arriveert om 12:05 uur. Vervolgens vertrekt vlucht BW 384 van Suriname naar Ogle om 12:50 uur (Surinaamse tijd) en arriveert om 13:00 uur.

Op vrijdagen vertrekt vlucht BW 383 van Ogle naar Suriname om 10:45 uur en arriveert om 12:55 uur. Vlucht BW 384 van Suriname naar Ogle vertrekt om 13:50 uur (Surinaamse tijd) en arriveert om 14:00 uur.

De Guyanese minister van Openbare Werken, Juan Edghill, merkte op dat er

al een directe vlucht op dezelfde route wordt aangeboden door Trans Guyana. Echter, de CAL-vlucht is groter en biedt reizigers meer opties voor hun reis.

UNITEDNEWS

UITBLIJVENDE FISCALE MAATREGELEN DRUKKEN ZWAAR OP BEGROTINGSPROJECTIES

Ingediend door admin op

Ondanks de ambitieuze doelstelling van de regering voor een primair begrotingsoverschot van 3% van het bbp, blijkt het begrotingssaldo in de eerste helft van 2024 bijna in evenwicht te zijn.

Deze ontwikkeling wijst op een duidelijke achteruitgang ten opzichte van het vastgestelde streefcijfer en wijst op tekortkomingen in de uitvoering van het fiscale beleid.

Een belangrijke oorzaak van deze tegenvallende prestaties is de lagere dan verwachte inning van niet-belastinggerelateerde inkomsten. Dit is voornamelijk te wijten aan het falen van de regering om bepaalde tarieven te verhogen, wat een aanzienlijke impact heeft gehad op de totale inkomsten. Dit stelt de internationale kredietbeoordelaar Moody’s.

Ondanks

enkele economische vooruitgangen, blijft de effectiviteit van het overheidsbeleid beperkt. Blijvende begrotingsoverschotten worden hierdoor in gevaar gebracht.

In de eerste zes maanden van 2024 lag het primaire begrotingssaldo onder het jaarlijkse streefcijfer en vertoonde het een daling ten opzichte van dezelfde periode in 2023.

De begroting blijft kwetsbaar voor externe factoren, zoals schommelingen in wisselkoersen en grondstoffenprijzen, wat de toekomst van de schuldenlast van het land onduidelijk maakt. Een hypothetische devaluatie van 10% van de lokale valuta zou kunnen leiden tot een stijging van de schuldquote met maar liefst 5 procentpunten van het bbp, mits alle andere factoren gelijk blijven.

De afhankelijkheid van

grondstoffenprijzen draagt bij aan de volatiliteit van het fiscale beleid. Dalen de prijzen van exportproducten zoals olie en goud, dan kan dit aanzienlijke gevolgen hebben voor de overheidsinkomsten en de financiering van cruciale projecten. Dit schept risico’s voor het duurzame beheer van de overheidsfinanciën, wat vraagt om een heroverweging van het huidig beleid en mogelijke hervormingen.

UNITEDNEWS

 

SOMOHARDJO BEWONDERT GEDULD SANTOKHI MET ABOP EN BRUNSWIJK

Ingediend door admin op

Fotocompilatie: VHP-leider en president Chan Santokhi, vice-president en ABOP-voorzitter Ronnie Brunswijk, en Paul Somohardjo, voorzitter van de PL.

Paul Somohardjo, voorzitter van de PL, heeft zaterdag verklaard dat er geen ruzie is tussen zijn partij en de Vooruitstrevende Hervormingspartij VHP van president Chan Santokhi.

Hij sprak zijn bewondering uit voor president Santokhi en zijn geduld, vooral in de omgang met de ABOP, die regelmatig kritiek uit op de president en de VHP, ondanks het partnerschap in de regering. Tussen PL en ABOP botert het helemaal niet meer. Somohardjo lijkt te trachten om Santokhi aan zijn kant te krijgen. “Wij en de VHP

hebben nooit ruzie gehad. De band tussen VHP en PL is niet te verslechteren.”

Hij vindt dat de president teveel van de ABOP en haar voorzitter Ronnie Brunswijk tolereert. “Elke dag horen we dat president Santokhi de slechtste president is. Hij blijft echter rustig. Waarom wil VHP zowel de kool als de geit sparen?” vraagt Somohardjo zich af.

Tijdens een structurenvergadering, zaterdag, heeft Somohardjo ‘de goede relatie tussen PL en VHP’ breedvoerig bewierookt. “De president wil het tot een goed eind brengen”, vermoedt Somohardjo over de koelante houding van de VHP naar de ABOP, ondanks de schofferingen.

Op de vergadering van afgelopen zaterdag

zijn drie belangrijke voorstellen goedgekeurd. Onder andere zijn er 28 kandidaten voorgedragen aan de coalitietop voor de invulling van de vacante ministerspost op Binnenlandse Zaken. Bovendien kreeg de afgetreden minister Bronto Somohardjo goedkeuring om als lijsttrekker van de partij te fungeren bij de aankomende verkiezingen op 25 mei 2025. Daarnaast is Paul Somohardjo het mandaat verleend om als pre-informateur gesprekken te voeren met andere politieke partijen over mogelijke samenwerkingsverbanden in de aanloop naar en na de verkiezingen.

UNITEDNEWS

 

 

OORZAAK EN GEVOLG SURINAAMSE (ECONOMISCHE) CRISIS, FEITELIJK GEANALYSEERD

Ingediend door admin op

Auteur: Wilfred Leeuwin

Het analyseren van de Surinaamse crises in een juiste context is op zich een complexe aangelegenheid die te maken heeft met de zwaar door de politiek gepolariseerde geaardheid ervan.

De steeds groter wordende tegenstelling in de publieke opinie concentreert zich niet op de reele oorzaken, om daaruit ‘lessons learn’ te halen voor de toekomst, maar op beleidsymptomen, op personen en partijpolitieke opvattingen over de crisis. Een feitelijke verifieerbare analyse leert, dat niet alleen de oorzaak van de crisis bewust wordt gebagataliseerd, maar dat het politiek vuil waarmee wordt gesmeten ten gunste is van enge partij poitieke opvatting en bijdraagt

aan de al bestaande politieke crises waar suriname sinds haar onafhankelijkheid mee te kampen  heeft.

Samenvattend wordt de Surinaamse (economische) crisis van de afgelopen jaren, min of meer, toegeschreven aan vijf hoofdoorzaken:,  Politieke beleidsverandering in 2010, van het derde kabinet Venetiaan naar twee kabinetten Desie Bouterse, slecht en verkeerd leenbeleid kabinet bouterse, met als gevolg een torenhoge schuld, slecht financieel en monetair beleid, corruptie en daling van de prijzen van Suriname’s belangrijkste exportgoederen, zoals goud en olie, en de stopzetting van de aluminiumoxideproductie.

Hoewel de crisis, niet alleen te maken heeft met de politieke regeringen na 2010 tot heden ( Bouterse en

Santokhi ), zijn het deze twee die afhankelijk van hun positie in die periode, direct ermee te maken hebben. De sterk beinvloede publieke opinie over de crisis wordt dan ook met name door deze twee politieke uitersten beheerst. De meest bekende ‘mythe’ vanaf 2010 tot aan en na de komende verkiezingen in mei 2025, is en zal zijn, die van de NDP onder leiding van Bouterse als de veroorzaker van de crisis en de VHP onder leiding van Santokhi als redder van Suriname uit die crisis. Het is de constante tegensteling van de ‘Good and the bad guy’.

In deze analyse is het de bedoeling niet te vervallen in de politiek emotionele context van de crisis, die de publieke opinie beheerst. Hier wordt het uitgangspunt gehanteerd, dat elke politieke constellatie een beleid voert, die past binnen de partij-idealen en kenmerken en daarmee trachten te voldoen aan de belangen van de samenleving. Oorzaak, gevolg en hoe politiek beleid met de crisis is omgesprongen, zal en moet op een kwantitatieve (data/getallen) en een kwalitatieve (feitelijke bewoording) analyse gebasseerd zijn. Het oordeel daarover ligt in de eerste plaats bij de samenleving en niet bij de politiek.In lijn hiermee kan ten aanzien van de vijf samenvattende oorzaken van de crisis verifieerbaar worden geanalyseerd dat

 

Feitelijke analyse van de crisIs in contextuele benadering

Historisch context

Het is van belang om naar de historische context van de crisis te kijken. Die context houdt direct verband met de werkelijke oorzaak ervan en hoe de crisis zich in de daaropvolgende jaren heeft ontwikkeld en hoe ermee is omgegaan. Nationale en internationale instanties zoals het IMF, de Wereldbank, en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank hebben erkend dat Suriname in 2010 een relatief stabiele macro-economische situatie had. Echter, een jaar later, begon de crisis voelbaar te worden, wat een grote impact had op de economie.

In het zelfde IMF landenraport wordt zowel een kwantitatieve als kwalitatieve uiteenzetting en ontstaan van de crisis ontbloot. Het IMF beschreef in haar rapport van juni 2016 de situatie als volgt: Suriname werd zwaar getroffen door de daling van de internationale prijzen van belangrijke exportproducten zoals goud en olie, en de sluiting van de aluminiumoxideproductie. Dit leidde tot een daling van de overheidsinkomsten en een groeiend begrotingstekort. Ook het gebruik van buitenlandse valutareserves door de Centrale Bank droeg bij aan de crisis.

Feitelijke informatie is essentieel om de context en omstandigheden juist te begrijpen. Rapporten van het IMF en ECLAC tonen aan dat de economische data zoals inflatie en internationale reserves correct werden weergegeven door nationale instanties. Bijvoorbeeld, de jaarinflatie in 2018 was 6,3% en in 2019 was deze 4,2%. De internationale reserves waren in 2019 US$ 647,5 miljoen. Deze gegevens helpen ons de economische situatie van toen beter te begrijpen.

 

Politieke context

De Politieke context van de crisis blijkt, hoewel niet in kwalitatieve – ,maar in kwantitatieve zin de meest gebruikte en dus populairste te zijn. Het meest kenmerkend aan de politieke context is, dat ongeacht waar van het politiek firmament het individu, belangengroep, politicus, of critici zich ook bevinden, (oppositie, coalitie, buiten parlementair, afhankelijk of onafhankelijk), het niet alleen de mogelijkheid biedt de andere contexten (van de crisis) te bespelen, maar die zelf te creeren. In de Surinaamse politieke realiteit is dat het best te plaatsen onder de noemer ‘polarisatie, waar met de mogelijkheid om te creeren en te bespelen tegenstellingen in de samenleving procesmatig groter worden. Dat is het geval bij de politieke context van de Surinaamse crisis. De grootste tegenstelling, zonder daaraan een waarde over uit te spreken, is dat de crisis veroorzaakt is door een slecht en verkeerd politiek regiem dat zich gekenmerkt heeft in slecht economisch bestuur, een verkeerd leenbeleid, corruptie en andere wantoestanden, wel of niet verifieerbaar. Naast andere, is het grootste belang van de politiek het bemachtigen van regeermacht. Het hoeft geen betoog dat de inzet van een polariserende politieke context dat belang uitermate dient. Hoe sterker die polarisatie, hoe meer de andere contexten waarin  de crisis bekeken moet worden op de achtergrond raken en de publieke opinie in ruime mate gevoed kan worden, alleen om dat enge belang.

IMF 2016

Tijdens de regeerperiode van Bouterse (2010-2020) werd Suriname, zoals eerder blijkt, geconfronteerd met een ernstige economische crisis. In het landenrapport geeft het IMF die de samenwerking met de regering Bouterse verantwoordde, een cijfermatige opbouw van hoe de crisis er werkelijk uit ziet. https://www.imf.org/external/pubs/ft/scr/2016/cr16141.

Met de vastgestelde internationale crisis, die al in 2011 zichtbaar werd en in 2012 resulteerde in een verlies van 88% van de buitenlandse inkomsten en 40% van de overheidsinkomsten, was de crisis compleet. De vraag was hoe hiermee om te gaan. De regering Bouterse maakte, ondanks haar socialistische instelling, de keuze om naar het IMF te stappen. Dit avontuur duurde echter kort; na een eerste evaluatie besloot de regering vanwege politieke en maatschappelijke redenen niet verder te gaan met het IMF-programma.

Doelmatigheid leningen

In plaats van (om politieke redenen) de samenwerking met het IMF voort te zetten koos de regering ervoor om te lenen op de internationale kapitaalmarkt en staatsobligaties uit te geven. Dit werd gezien als een noodzakelijke stap om de economie te ondersteunen zonder de harde hervormingen van het IMF-programma. Er werden vier leningen afgesloten via Oppenheimer voor een totaalbedrag van ruim US$ 800 miljoen. Deze leningen hadden verschillende doeleinden.

Financiering van de Newmont-participatie:

De eerste lening van US$ 86 miljoen werd gebruikt voor Surinames participatie in de Newmont goudmijn. Dankzij deze investering ontvangt de Surinaamse staat nu jaarlijks honderden miljoenen dollars aan dividend. Zonder deze investering zou Suriname haar rechten in deze lucratieve mijn hebben verloren, wat een enorme financiële aderlating zou zijn geweest.

Ondersteuning van Staatsolie:

Een tweede lening van US$ 550 miljoen werd deels (US$ 330 miljoen) gebruikt om Staatsolie te redden van financiële problemen door de lage olieprijzen en dure leningen. Dit hielp ook bij de financiering van de modernisering van de raffinaderij. De raffinaderij is een cruciale pijler voor de lokale olieproductie en export. De investering zorgde ervoor dat Staatsolie kon blijven opereren en zelfs haar rol in de brandstofvoorziening van het land kon versterken.

Ten aanzien van de ze twee productieinvesteringen vermeldt Staatsolie N.V het volgende in haar jaarverslag van 2017. (https://www.staatsolie.com/en/news/staatsolie-annual-report-2017/

‘Na een paar moeilijke jaren, veroorzaakt door de ineenstorting van de olieprijzen, ging de referentie voor onze ruwe olie (USGC HSFO Waterborne) van bijna US$ 100/bbl tussen 2011 en 2013 naar US$ 16/bbl in januari 2016. Staatsolie herwon haar gezonde positie in 2017. Dit werd ook gedreven door het geld dat begon te stromen uit onze belangrijkste investeringen in de raffinaderij en de Merian-goudmijn. De gemiddelde boekingsprijs van onze ruwe olie bedroeg US$ 47/bbl in 2017, vergeleken met US$ 32/bbl in 2016. In 2017 realiseerde Staatsolie een geconsolideerde bruto-omzet van US$ 434 miljoen, een stijging van 21% vergeleken met 2016. voor 2017 eindigde op US$ 285 miljoen, met een winst vóór belastingen van US$ 94 miljoen, een aanzienlijke stijging vergeleken met het US$ 9 miljoen verlies in 2016. Met deze resultaten bedroeg de bijdrage van Staatsolie aan de overheid, bestaande uit belastingen en dividend, US$ 129 miljoen in 2017.’

Overname van de Afobakadam:

Een derde lening van US$ 125 miljoen werd gebruikt om de Afobakadam van Alcoa over te nemen. Dit bespaarde Suriname jaarlijks miljoenen aan elektriciteitskosten. Voorheen betaalde Suriname Alcoa voor het gebruik van de dam, maar na de overname behield het land deze essentiële infrastructuur en de bijbehorende energieproductiecapaciteit, wat een langetermijnbesparing opleverde.

Betaling van schulden en lopende kosten:

Een vierde lening van US$ 46 miljoen werd gebruikt om openstaande rekeningen en schulden van de overheid af te lossen. Dit omvatte onder andere betalingen aan leveranciers en aflossing van schulden van de Energiebedrijven Suriname (EBS) aan Staatsolie. Door deze betalingen kon de regering operationele continuïteit waarborgen en verdere financiële instabiliteit voorkomen.

De leningen, hoewel omstreden, hebben essentiële productie investeringen mogelijk gemaakt die cruciaal zijn geweest voor de lange termijn economische stabiliteit van Suriname. Ze hebben de staatsinkomsten verhoogd, essentiële infrastructuurprojecten ondersteund, en bijgedragen aan het behoud van strategische activa zoals Staatsolie en de Afobakadam.

Ondanks de hoge kosten en de kritiek, hebben de opbrengsten uit deze investeringen bijgedragen aan de huidige stabilisatie van de staatskas en de bredere economische ontwikkeling van Suriname. De opbrengsten van de Newmont-participatie en de modernisering van de raffinaderij tonen aan dat deze strategische leningen, hoewel risicovol, uiteindelijk vruchten hebben afgeworpen.

(Divident/Royalties)

Uit bovenstaande grafiek en uit de jaarverslagen  van Staatsolie blijkt dat 2016 een van de moeilijkste jaren is geweest in het bestaan van het staatsbedrijf. Het verslag vermeld hiervoor dezelfde redenen zoals aangegeven in het landenrapport van het IMF. De brutto omzet van US$ 368 miljoen is dan ook 38 procent minder geweest dan in 2015. Zonder de eigen investeringen en de productie capaciteiten van het bedrijf en haar dochterondernemingen te bagataliseren heeft Staatsolie Suriname N.V mede op basis van de positieve resultaten, na 2016 die weer, mede het gevolg zijn van de Oppenheimer bondleningen, in 2022 haar strategisch investeringsplan aangepast en bijgesteld naar een productieinvesteringskapitaal van US$ 1,5 mijard. Het jaar 2022 markeerde, zoals in het jaarverslag wordt aangegeven het hoogtepunt van de productie investeringen in het staatsbedrijf. Lees hiervoor het verslag. https://www.staatsolie.com/media/mg1i3bdx/staatsolie-annual-report-2022….

Financiële voordelen en gemiste kansen

Het is belangrijk om de visie achter de productie-investeringen te erkennen. De leningen, hoewel zwaar bekritiseerd, hebben bijgedragen aan de financiële stabiliteit van het land door de participatie in winstgevende ondernemingen zoals Newmont en Staatsolie. De huidige regering heeft echter ook aanzienlijke financiële reserves opgebouwd, wat vragen oproept over gemiste kansen. Bijvoorbeeld, de mogelijkheid om het Canadese Iamgold, waarin Suriname met 30% participeert, over te nemen werd niet benut. Dit bedrijf is in 2022 overgenomen door het Chinese Zijin Mining Group, wat een gemiste kans is voor Suriname om zijn aandeel te vergroten en meer inkomsten te genereren.

IMF 2019

Waar deze feitelijke analyse begint met de vaststelling van het IMF over de werkelijke oorzaak van de crisis en zowel historisch als cijfermatig de crisis beschrijft, is het hetzelfde IMF die in 2019, de Surinaamse economie analyseert en de volgende verklaring uitgeeft. Hierbij moet worden aangegeven dat er als gevolg van het stopzetten van de samenwerking door de regering Bouterse er geen samenwerking meer was in een herstelprogramma.

https://www.imf.org/en/News/Articles/2019/12/12/pr19456-suriname-imf-ex….

(Citaat uit de Verklaring)  : Op 11 december 2019 heeft de Raad van Bestuur van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) het Artikel IV-overleg 2019 [1] met Suriname afgerond.

De Surinaamse economie groeit gestaag met een lage inflatie. Het reële bbp groeide in 2018 met 2,6 procent, tegen 1,8 procent in 2017. De groei van de activiteit was breed gespreid, met uitbreidingen in de groot- en detailhandel, de bouw, hotels, restaurants en productie, terwijl de mijnbouw stabiel bleef. De inflatie is gedaald tot onder de 5 procent, voornamelijk als gevolg van wisselkoersstabiliteit en controle over overtollige liquiditeit. Het werkloosheidspercentage bedroeg in 2017 7,6 procent en zal naar verwachting in 2018 verder zijn gedaald. Verwacht wordt dat het reële bbp in de periode 2019-2024 jaarlijks met 2¼ tot 2½ procent zal groeien, terwijl de inflatie naar verwachting laag zal blijven. De risico’s voor deze vooruitzichten zijn echter negatief, voornamelijk als gevolg van begrotingsonevenwichtigheden. Het totale begrotingstekort zal in 2019 naar verwachting uitkomen op 8,6 procent van het bbp, terwijl de staatsschuld hoog blijft op ongeveer 72 procent van het bbp.

Het IMF-bestuur zegt in 2019 positief nota te hebben genomen dat de Surinaamse economie gestaag groeit, met een dalende werkloosheid, lage inflatie en een stabiele wisselkoers. Het benadrukte dat deze stabilisatie een kans biedt om de centrale uitdagingen, waarmee de economie wordt geconfronteerd, aan te pakken. Daartoe behoren een zwakke begrotingspositie en stijgende overheidsschulden, de kaders voor monetair en financieel toezicht die moeten worden verbeterd, een lage mate van economische diversificatie en andere structurele belemmeringen voor de economie. Tijdige actie zal nodig zijn om de macro-economische kwetsbaarheden en neerwaartse risico’s te verminderen.

Het IMF onderstreepte dat het belangrijk is om de staatsschuld op een duurzaam neerwaarts pad te brengen. Benadrukt werd de noodzaak om de subsidies aan de elektriciteitssector geleidelijk af te schaffen, de BTW in te voeren en de inkomsten- en uitgavenadministratie verder te verbeteren. Het implementeren van deze maatregelen en tegelijkertijd de bescherming van kwetsbare huishoudens, zou een grote rol spelen bij het creëren van ruimte voor overheidsinvesteringen en het ondersteunen van de groei op lange termijn. De bestuurders verwelkomden in deze context de aanname van de wet op het beheer van de overheidsfinanciën.

Het IMF uit haar bezorgdheid over de hervatting van de monetaire financiering van de begroting dit jaar, maar was ingenomen met het plan van de autoriteiten om verdere dergelijke financiering te vermijden, onder meer door middel van een nieuwe Bankwet. Het verwelkomde de recente introductie van nieuwe monetaire instrumenten en de voorbereiding van verschillende wetsontwerpen om het monetaire kader te verbeteren.

Hij onderstreepte niettemin dat de Centrale Bank ook expliciete monetaire doelstellingen moet publiceren, haar operationele instrumentarium verder moet uitbreiden om effectief een doelstelling voor reserve geld te implementeren en de coördinatie met de overheid over liquiditeitsprognoses en -operaties verder moet versterken. Bestuurders waren het er over het algemeen eens dat een flexibelere wisselkoers nodig is om als schokdemper te fungeren.

Erkend wordt dat er nog steeds belangrijke kwetsbaarheden bestaan in de financiële sector. Ze drongen erbij de Centrale Bank op aan om haar toezichtmaatregelen te herzien en een assertievere aanpak te hanteren om ervoor te zorgen dat de banken binnen een vooraf bepaalde tijdshorizon weer gaan voldoen aan de wettelijke vereisten.

Het IMF besluit in 2019 haar artikel IV raportage door erop te wijzen dat er een alomvattend systeem voor crisisbeheersing nodig is om de Centrale Bank de macht te geven om, indien nodig, in te grijpen in het bestuur en de activiteiten van banken en om de afwikkeling van banken te verbeteren. Het IMF-bestuur keek uit naar een spoedige goedkeuring van ontwerpwetgeving op deze gebieden en noemde het bemoedigend dat de autoriteiten dat jaar waren begonnen met een nationale risicobeoordeling om het AML/CFT-kader verder te verbeteren.

Noot : Het is voor het verkrijgen van een volledig beeld in de ontwikkeling van de Surinaamse economie en hoe met de crises is omgesprongen in de jaren 2016 tot en met 2019, de gehele verklaring van het IMF te lezen. Aanbevolen wordt ook het rapport van de wereldbank in 2020 na te lezen.

UNITEDNEWS|ANALYSE

 

 

 

PL-voorzitter: Droom Brunswijk voor president, vervlogen

Ingediend door admin op
Paul Somohardjo, voorzitter van de PL wil goede maatjes blijven met de VHP. ABOP voorzitter tevens vicepresident Ronnie Brunswijk legt druk op de president. (Foto: René Gompers)

Partijvoorzitter van Pertjajah Luhur (PL) Paul Somohardjo stelt dat door de breuk de droom van ABOP-leider tevens vicepresident Ronnie Brunswijk om president te worden "is vervlogen." Hij benadrukt dat de PL geen ruzie heeft
met de VHP en "vrienden wil blijven" met de oranje partij, en bereid is om de termijn van de huidige coalitie af te ronden. Bronto Somohardjo, 1e ondervoorzitter, vindt dat door de "politieke blunder" van de ABOP het einde van de geel-zwarte partij is ingezet maar dat ze het zelf nog niet beseft.
De partijleiding is zaterdag tijdens een partijraadsvergadering wederom ingegaan op de breuk tussen de ABOP en de PL. Er is uitgelegd dat Brunswijk grote druk kan leggen op president Chan Santokhi om zijn wil gedaan te krijgen. De aanleiding van de breuk is dat PL
geweigerd heeft om de partij op te heffen en de leiding en de achterban voortaan onderdeel zouden worden van een nieuwe partij onder voorzitterschap van Brunswijk. Benadrukt is dat voor niemand wordt gebogen, alleen voor God. Somohardjo jr merkt op dat hij over informatie bezit die hij "wel of niet" kan delen: hij weet bijvoorbeeld dat een regeringsfunctionaris in twee strafzaken vastzit, wie voordeel heeft aan de skalians of wie de miljoenen bij Sozavo heeft gestolen die bestemd waren voor het binnenland. Er zijn geen PL-ers betrokken, deelt hij mee. Hij merkt op dat 'de opponenten' meer verdeeldheid gaan willen brengen en van alles gaan verdelen zoals Bazokaarten en grondpapieren. "Wij hebben mensen gemaakt tot vicepresident, tot president, tot voorzitter van het parlement," merkt Bronto op. "Maar op het moment dat wij niet voor ze willen buigen, niet voor ze willen knielen, dan trappen ze ons, net als op zwarte aarde." De partij gaat alleen maar groter worden stelt hij: "Ze beseffen niet dat ze een strategische fout hebben gemaakt. Een politieke blunder om ons zo te behandelen. Zij beseffen niet dat dit het begin is van hun einde." Hij instrueert de samenleving en de PL'ers vooral om alles wat gegeven wordt te nemen en "fu yagi den" op 25 mei 2025. Paul Somohardjo deelt mee: "We zijn als vrienden uit elkaar gegaan maar in de tussentijd a gers wan wraak de na vp. Want de droom van president is vervlogen. En dat e hat' en. En ik kan hem niet helpen. ABOP en PL zouden de grootste combinatie kunnen zijn. Bee zei dat ABOP 17 zetels gaat halen. Blijf dromen." Die wraakactie heeft dus volgens Somohardjo geresulteerd in de ontheffingen van partijtoppers en het ontslag van de Biza-minister. "We weten al wat de rol is van de ABOP, we weten al dat de ABOP ons niet mag," merkt de partijvoorzitter op. Hij vraagt zich af wat de rol is van de VHP omdat die ondanks de duidelijke problemen in de coalitie zich mak opstelt, maar benadrukt dat de PL "vrienden wil blijven" met de oranje partij. Hij heeft grote bewondering voor president Santokhi die ondanks de kritiek van de vp op hem en de VHP de vrede wil bewaren en "rustig blijft". Somohardjo heeft uitgelegd dat de PL nooit ruzie heeft gehad met de VHP en altijd achter de oranje partij heeft gestaan, ook terwijl de VHP zelf door moeilijkheden ging. Hij zegt te begrijpen dat 'Chan' de coalitie in stand wil houden tot het einde van deze regeerperiode. De PL staat daar wel voor open. "We willen echt de vriendschap met de VHP behouden," benadrukt Paul. "Zelfs de president zegt: 'Paul laten we opnieuw beginnen, laten we een commissie vormen om samen weer opnieuw te beginnen. Ook met ABOP'. Ik heb gezegd: president, ik wil wel, maar mi no kan tan in wan oso, te trobi de nyan sref' e brok' a preti. Dat kunnen we niet doen dus ik laat het aan u over."

President Santokhi benadrukt gezamenlijke actie tegen klimaatverandering tijdens Bio-PlateauxConferentie

Ingediend door admin op

In het kader van fase 2 van het Bio-Plateaux, dat loopt van 2024 tot 2026, vond de International Bio-Plateaux Conference on Transboundary Basins in the Guianas plaats. Deze conferentie bood een platform voor de presentatie en uitwisseling van onderzoeksresultaten, conclusies en aanbevelingen met betrekking tot de Marowijne- en Oyapock-rivieren. President Chandrikapersad Santokhi woonde op vrijdag 1 november 2024 de conferentie bij, die van 31 oktober tot 2 november duurde in de Royal Ballroom van Torarica. Tijdens de Bio-Plateaux-conferentie waren onder andere aanwezig de minister van Openbare Werken, Riad Nurmohamed, de minister van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZOTI)

Rishma Kuldipsingh, de ambassadeur van Frankrijk in Suriname Nicolas de Bouillane de Lacoste, en de Franse minister van Ecologische Transitie, Energie, Klimaat en Risicopreventie, Pannier Runacher.

Minister Riad Nurmohamed van Openbare Werken benadrukte tijdens zijn toespraak dat de rol van het Bio-Plataux-project geheel past in het beleid van de overheid. “Toenemende zorgen over klimaatverandering, beschikbaarheid van water en milieuvervuiling hebben gemaakt dat de Regering van Suriname ook meer investeringen heeft gepleegd en vooral beleidsmaatregelen heeft genomen met betrekking tot water, milieu en klimaat.

Verder gaf hij aan dat op 4 april 2024 het Ministerie van Openbare Werken en het International Office for

Water uit Frankrijk een samenwerkingsovereenkomst hebben ondertekend voor de uitvoering van het BIO- PLATEAUX II-project, dat loopt tot 2026. Hij beklemtoonde ook dat eerdere Bio-Plateaux-workshops en -conferenties vruchten hebben afgeworpen. In de afgelopen jaren is er enorm veel kennis uitgewisseld, veldbezoeken gehouden, instrumenten geplaatst, trainingen verzorgd, onderzoek verricht, investeringen gedaan en gepubliceerd, waarvan de data te vinden is op de website: https://www.bio-plateaux.org/.

In zijn toespraak stelde president Santokhi dat het Bio-Plateaux-initiatief de sterke samenwerkingsbanden tussen Suriname, Frans-Guyana en Brazilië weerspiegelt, met de nadruk op de bescherming van het milieu. Verder gaf president Santokhi aan dat hij onlangs terug is van de COP 16 over biologische diversiteit in Cali, Colombia, waarbij de focus ligt op natuurgebaseerde oplossingsmodellen. Zowel in COP 16-verband als door de ACTO-lidstaten, die gezamenlijk het Amazonegebied vertegenwoordigen, zijn concrete voorstellen gedaan om op een integrale manier de problemen van biodiversiteitsverlies aan te pakken. Ook gaf het staatshoofd aan dat klimaatverandering nieuwe uitdagingen met zich meebrengt, waaronder het gezamenlijk monitoren van de rivieren. Hij benadrukte het belang van verdere bewustwording, studies en planning om duurzame oplossingen te realiseren voor de toekomst van Suriname en de regio. “Het Bio-Plateaux-initiatief ondersteunt sinds 2019 Suriname, Brazilië en Frans-Guyana in beter beheer van de stroomgebieden van de Marowijne- en Oyapock- rivieren”, aldus het staatshoofd. Tenslotte gaf hij aan dat de uitdagingen van klimaatverandering gezamenlijk handelen vereisen.

Beeldend kunstenaar Miguel Keerveld viert 20 jaar met solo-expositie ‘ZÓCALO’

Ingediend door admin op

Op 7 november opent in Readytex Art Gallery de solo-expositie ZÓCALO van beeldend kunstenaar, schrijver en curator Miguel Keerveld. Voortbouwend op zijn artistieke onderzoek en ervaringen in onder meer Mexico, Peru, Brazilië, USA en Suriname, presenteert Miguel een visueel en conceptueel meeslepende ervaring die de kijker uitdaagt tot een hoger niveau van betrokkenheid en interpretatie.

Met ZÓCALO viert Miguel 20 jaar creatieve arbeid, waaronder negen jaar als performance persona tumpi flow. Zócalo verwijst naar de belangrijkste pleinen in Mexicaanse steden, die historisch gezien ook voor de Azteken belangrijke ceremoniële centra waren. Met de titel refereert Miguel ook aan de sokkel van het gestolen, abstracte beeld van

Alonso de Ojeda van Erwin de Vries (vanwaar hij vaker een performance uitvoerde), en naar de spanning tussen leven, dood en wedergeboorte. Miguels werken, met name zijn installaties – evenals zijn uitgebreide schrijfwerk – wordt beschreven als intrigerend, complex en raadselachtig, en voorzien van meerdere betekenislagen.

Miguel neemt bezoekers mee op een reis langs kunstwerken die traditionele noties van gender, ras, identiteit, geschiedenis, leven en dood uitdagen. Als onderdeel van deze reis betrekt hij, zoals hij in zijn kunstenaarschap consequent doet, een hele gemeenschap van creatieve collega’s en samenwerkingspartners in Suriname en het buitenland, die het narratief en de belevenis

verrijken van de kunst en performances in Miguels eigen metaforische ZÓCALO. Volgens Miguel: “ZÓCALO is een mechanisme van gemeenschap en een ‘compositie in kracht’, die zich manifesteert door middel van gemeenschappelijke focus en experiment waarnaar wordt verwezen als ‘Caribisch futurisme’ en ‘Latijns-Amerikaanse politiek’ in de context van Suriname.” In totaal toont ZÓCALO werk van 22 collega-creatievelingen uit Suriname, Brazilië, Mexico, USA, Peru, Nederland, Frankrijk en Duitsland.

Autobestuurder verliest controle en duikt in trens

Ingediend door admin op

Een Toyota Vitz is zondagmiddag in een trens beland langs de Martin Luther Kingweg in Suriname. Het eenzijdige ongeval vond plaats ter hoogte van Paraschroot NV.

Volgens de bestuurder verloor hij tijdens het rijden de controle over het stuur, waarna het voertuig van de weg raakte en in de trens terechtkwam.

Er deden zich geen persoonlijke ongelukken voor.

De auto is door een sleepdienst geborgen en afgevoerd naar een opgegeven adres van de bestuurder.

Pg draagt geen kennis van uitlatingen Somohardjo

Ingediend door admin op

Procureur-generaal (pg) Garcia Paragsingh draagt geen kennis van uitspraken gedaan door ex-minister Bronto Somohardjo, 1e ondervoorzitter van Pertjajah Luhur. Dit laat de pg via haar communicatie unit weten op een vraag van Starnieuws. 

De politicus zei zaterdagavond tijdens de partijraadsvergadering dat een regeringsfunctionaris in twee strafzaken betrokken is. Hij vecht voor zijn leven. Somohardjo wilde niet zeggen om wie het gaat,

maar indiceerde dat de persoon die een kuil graaft voor een ander er zelf in valt.

Somohardjo om een reactie gevraagd op de ontkenning van de pg, zegt aan Starnieuws dat wat in het donker is, in het licht zal komen. De tijd zal dit uitwijzen. De partijtopper zei zaterdag dat hij net als Assembleelid Melvin Bouva (NDP) ook informatie in zijn brievenbus krijgt sinds hij geen minister meer is.