
Modernisering rechterlijke macht: Wet WIPA, de rechtsstaat tussen retoriek en procedure
| starnieuws | Door: Redactie
Assembleelid Jennifer Vreedzaam In mijn vorige artikelenreeks Modernisering Rechterlijke Macht en in mijn bijdrage bij de behandeling van de vorderingen tegen gewezen ambtsdragers in De Nationale Assemblée, heb ik aangegeven dat het tijd wordt voor een discussie over de Wet In Staat van Beschuldigingstelling Politieke Ambtsdragers (WIPA) en voor een bijdrage aan het debat over de kwaliteit van de Surinaamse rechtsstaat. In Suriname wordt de rechtsstaat vaak besproken via ingezonden stukken, interviews en gesprekken, in plaats van via diepgaande discussies over de
Wetgeving zoals de WIPA is bedoeld om het recht te beschermen en te voorkomen dat rechterlijke instanties uit politieke opportuniteit door een toevallig aanwezige politieke meerderheid worden ingezet om vermeende politieke delicten te berechten. Wat ik heb ervaren, is dat in de praktijk het beoordelingsproces wordt gehinderd door ontbrekende protocollen en procedures binnen de WIPA, alsmede door traagheid, selectiviteit en historische institutionele keuzes. De Wet WIPA bestaat, maar de vraag is of zij nog functioneert.
Wet WIPA: doel versus praktijk
De Wet WIPA is tot stand gekomen met het doel rechtsbescherming tegen onder andere politieke vervolging te bieden en wettelijk toezicht te waarborgen. In theorie biedt de wet een instrument om verzoeken via De Nationale Assemblée te toetsen aan democratische en juridische normen. In de praktijk laat de uitvoering echter zien dat ontbrekende protocollen
De rol van DNA en de selectieve omgang met verzoeken
De Nationale Assemblée profileert zich als hoeder van de rechtsstaat en constitutionele waarden. Verzoeken worden daarbij getoetst aan democratische beginselen. Tegelijkertijd valt een opvallende discrepantie op in de behandelduur, zorgvuldigheid en grondigheid. Wanneer de snelheid van behandeling niet wordt bepaald door juridische urgentie, maar door politieke context, leidt dit tot een procedureel-politieke in plaats van een juridisch-inhoudelijke toetsing. Rechtsgelijkheid vereist dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld.
Rechtsstaat als beginsel, maar met historische bagage
Vanuit de oppositie klinkt consequent de roep dat de rechtsstaat gediend moet worden en dat het recht moet zegevieren. Dat beginsel is onomstreden en
Het uitgangspunt dat “het recht moet zegevieren”, dat regelmatig wordt gebruikt, impliceert dat de protocollen en procedures die dit recht moeten realiseren eenvoudig, transparant en tijdig moeten zijn. Omslachtigheid in de procedure staat haaks op effectieve rechtsbescherming. Wanneer de nationale procedure
Conclusie: dient het recht, of dient de procedure het recht?
De Wet WIPA kan alleen zin en gezag hebben wanneer aan drie voorwaarden wordt voldaan:
1. politieke neutraliteit in de uitvoering;
2. procedurele eenvoud en snelheid;
3. consistentie en rechtsgelijkheid in de behandeling van verzoeken.
Zolang verzoeken selectief worden behandeld, zolang de historische context van de rechtsstaat buiten beeld blijft en zolang protocollen en procedures meer tijd vergen dan de zaak zelf rechtvaardigt, blijft de zin van de Wet WIPA onderwerp van publiek debat. De kernvraag is niet of de wet op papier bestaat. De kernvraag is of de wet in de praktijk functioneert. Zolang het antwoord
Jennifer Vreedzaam
Lid van De Nationale Assemblée
richting van Suriname en de wijze waarop ons rechtssysteem geordend en gemoderniseerd moet worden.
Wetgeving zoals de WIPA is bedoeld om het recht te beschermen en te voorkomen dat rechterlijke instanties uit politieke opportuniteit door een toevallig aanwezige politieke meerderheid worden ingezet om vermeende politieke delicten te berechten. Wat ik heb ervaren, is dat in de praktijk het beoordelingsproces wordt gehinderd door ontbrekende protocollen en procedures binnen de WIPA, alsmede door traagheid, selectiviteit en historische institutionele keuzes. De Wet WIPA bestaat, maar de vraag is of zij nog functioneert.
Wet WIPA: doel versus praktijk
De Wet WIPA is tot stand gekomen met het doel rechtsbescherming tegen onder andere politieke vervolging te bieden en wettelijk toezicht te waarborgen. In theorie biedt de wet een instrument om verzoeken via De Nationale Assemblée te toetsen aan democratische en juridische normen. In de praktijk laat de uitvoering echter zien dat ontbrekende protocollen
en procedurele traagheid de effectiviteit ondermijnen. Een wet die bedoeld is om het recht te dienen, verliest gezag wanneer de toepassing ervan afhankelijk wordt van politieke prioriteitstelling. Wetgeving zonder duidelijke uitvoeringsprotocollen en met procedurele belemmeringen is mijns inziens een dode letter.
De rol van DNA en de selectieve omgang met verzoeken
De Nationale Assemblée profileert zich als hoeder van de rechtsstaat en constitutionele waarden. Verzoeken worden daarbij getoetst aan democratische beginselen. Tegelijkertijd valt een opvallende discrepantie op in de behandelduur, zorgvuldigheid en grondigheid. Wanneer de snelheid van behandeling niet wordt bepaald door juridische urgentie, maar door politieke context, leidt dit tot een procedureel-politieke in plaats van een juridisch-inhoudelijke toetsing. Rechtsgelijkheid vereist dat gelijke gevallen gelijk worden behandeld.
Rechtsstaat als beginsel, maar met historische bagage
Vanuit de oppositie klinkt consequent de roep dat de rechtsstaat gediend moet worden en dat het recht moet zegevieren. Dat beginsel is onomstreden en
vormt de basis van elke democratie. Wat in het debat over de toepassing van de WIPA onderbelicht blijft, is de institutionele context waarbinnen dit beginsel vandaag wordt toegepast. De wijze waarop de rechtsstaat en haar organen onder de vorige regering zijn ingericht en beïnvloed, heeft blijvende sporen nagelaten. Benoemingen van sleutelfunctionarissen, aanpassingen in wet- en regelgeving en bestuurlijke procedures uit die periode vormen het huidige kader waarbinnen een wet als de WIPA moet functioneren. Elke discussie over rechtsstatelijkheid die deze historische context buiten beschouwing laat, beoordeelt de huidige praktijk op basis van een onvolledig referentiekader. De rechtsstaat van vandaag is mede het product van de keuzes van gisteren.
Het uitgangspunt dat “het recht moet zegevieren”, dat regelmatig wordt gebruikt, impliceert dat de protocollen en procedures die dit recht moeten realiseren eenvoudig, transparant en tijdig moeten zijn. Omslachtigheid in de procedure staat haaks op effectieve rechtsbescherming. Wanneer de nationale procedure
zelf de grootste bottleneck wordt, hindert het instrument het doel dat het zou moeten dienen. Deze geconstateerde inefficiëntie betekent dat het tijd wordt dat De Nationale Assemblée de WIPA evalueert en nagaat of de wet in de praktijk haar doel bereikt.
Conclusie: dient het recht, of dient de procedure het recht?
De Wet WIPA kan alleen zin en gezag hebben wanneer aan drie voorwaarden wordt voldaan:
1. politieke neutraliteit in de uitvoering;
2. procedurele eenvoud en snelheid;
3. consistentie en rechtsgelijkheid in de behandeling van verzoeken.
Zolang verzoeken selectief worden behandeld, zolang de historische context van de rechtsstaat buiten beeld blijft en zolang protocollen en procedures meer tijd vergen dan de zaak zelf rechtvaardigt, blijft de zin van de Wet WIPA onderwerp van publiek debat. De kernvraag is niet of de wet op papier bestaat. De kernvraag is of de wet in de praktijk functioneert. Zolang het antwoord
daarop afhangt van wie het verzoek indient en in welke politieke constellatie, dient niet het recht, maar dient de procedure het recht. En dan verliest de rechtsstaat, ongeacht wie zich op dat beginsel beroept.
Jennifer Vreedzaam
Lid van De Nationale Assemblée
| starnieuws | Door: Redactie




































