• zondag 24 May 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Het volk blijft in de wurggreep van populisme en patronage

Het volk blijft in de wurggreep van populisme en patronage

| starnieuws | Door: Redactie

Binnen de komende vijftig jaar zal er geen fundamentele wijziging of verbetering komen in de politiek-bestuurlijke prestaties van de Surinaamse overheid. Dit is eenvoudig te verklaren. Populisme, favoritisme en patronage bepalen wie
in het zadel komt en als gevolg daarvan wordt ook de personele invulling bij cruciale instituten daarop gebaseerd. Alle andere theorieën daaromheen kunnen worden gekwalificeerd als lippendienst, bedoeld om de samenleving met een kluitje het riet in te sturen.

Benoemingen in belangrijke functies vinden zelden plaats op basis van
een duidelijke profielschets; politieke loyaliteit is doorslaggevend. Ga de straat op en vraag een willekeurige persoon of hij tijdens de algemene vrije verkiezingen van 2025 heeft gestemd. Vraag vervolgens op basis waarvan hij zijn keuze heeft gemaakt. Nog specifieker: vraag wat de partij waarop hij heeft gestemd in haar verkiezingsprogramma
zegt over onderwijs, belastinghervorming, werkgelegenheid, productie, volksgezondheid, duurzaam milieubeheer, buitenlands beleid, rechtsbescherming, veiligheid en criminaliteitsbestrijding, jongerenbeleid en sociaal beleid. Gegarandeerd zal daarop nauwelijks een afdoend antwoord volgen.

Door de jaren heen is gebleken dat Surinamers niet zakelijk en rationeel geïnformeerd omgaan met de inrichting van het politiek-bestuurlijke kader en
de ontwikkelingsrichting van Suriname. De keuze om op een bepaalde partij te stemmen wordt vaak gebaseerd op emotionele gronden. Zelfs academici, die beter zouden moeten weten, laten zich meeslepen door het charisma van politieke leiders in plaats van te kijken naar daadwerkelijke leiderschapskwaliteiten.

In de afgelopen vijftig jaar hebben
wij steeds hetzelfde patroon gezien en dat zal zich waarschijnlijk ook in de komende vijftig jaar voortzetten. Er verschijnen voortdurend nieuwe gezichten op het politieke toneel, maar de politieke cultuur blijft onveranderd. Mensen worden gemanipuleerd en bewust in een afhankelijke positie gehouden. Dit is een venijnige politieke strategie om machtsposities
moeiteloos te consolideren. Politici van zowel links als rechts doen hieraan mee.

Waar de vorige regering ernstig tekortschiet in degelijk sociaal beleid, mist de huidige regering volgens velen de precisie en zuiverheid om daadwerkelijk het verschil te maken. Onder de vorige regering werd vanuit het Kabinet van de President
het beleid van ministers strak gestuurd en gecontroleerd. Op bepaalde ministeries werden zelfs presidentiële commissies benoemd om extra invloed uit te oefenen. Dit fenomeen werd in 2010 geïntroduceerd door toenmalig president Desi Bouterse.

Aanvankelijk leek dit een effectief politiek instrument. Bij de daaropvolgende verkiezingen in 2015 behaalde de partij
van de toenmalige president een grote overwinning en had zij bepaalde politieke partijen niet meer nodig voor de vorming van een regeringscoalitie. In 2020 verloor diezelfde partij echter fors en belandde zij rechtstreeks in de oppositiebanken.

Uitgaande van de huidige modus operandi vanuit het Kabinet van de President bekruipt
mij het gevoel dat de geschiedenis zich opnieuw zal herhalen. De samenleving is moe van politieke steekspelletjes en verlangt eindelijk echte ontwikkeling. Vanuit verschillende politieke platforms wordt in verband met de offshore-ontwikkelingen luidkeels verkondigd dat in 2028 de oliedollars rijkelijk zullen vloeien. Maar als samenleving hoeven wij niet te wachten
tot 2028. Suriname ontvangt nu al aanzienlijke inkomsten via Staatsolie, Newmont, Zijin Rosebel en andere exportgerichte bedrijven.

Op jaarbasis beschikt Suriname momenteel over een bruto nationaal inkomen van ruim 4,7 miljard Amerikaanse dollar. Met een bevolking van ongeveer zeshonderdduizend inwoners zou het redelijk moeten zijn om het hoofd boven
water te houden. De vraag is echter: waar gaan al die middelen naartoe? Waarom is er telkens geen geld om landsdienaren, verpleegkundigen en politieagenten beter te belonen? Waarom ontbreken middelen voor infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg en sociale voorzieningen?

Het draait uiteindelijk om prioriteitsstelling. Wie bepaalt waar de middelen naartoe gaan?
Precies daar ligt volgens velen het probleem. Als deze situatie voortduurt, bestaat de kans dat wij in 2028 opnieuw te horen krijgen dat eerst de gemaakte kosten moeten worden terugverdiend voordat de bevolking daadwerkelijk van de petro-dollars kan profiteren.

Het is daarom niet overbodig om erop te wijzen dat
tijdig beleidsmaatregelen getroffen moeten worden, zodat Suriname niet terechtkomt in een situatie zoals momenteel zichtbaar is in buurland Guyana. Daar zijn de kosten van levensonderhoud juist fors gestegen sinds de enorme inkomsten uit de oliesector.

In Guyana ligt de nadruk sterk op grote infrastructurele projecten zoals wegen, bruggen, havens,
hotels en andere bouwkundige ontwikkelingen. Er ontbreekt echter een evenwichtige balans tussen macro-investeringen enerzijds en koopkrachtversterking en verhoging van de verdiencapaciteit van de lagere inkomensgroepen anderzijds. Juist deze groep vormt de ruggengraat van de economie.

Suriname moet er alles aan doen om die fout niet te herhalen. Toch lijkt
er in Suriname altijd wel een reden te zijn om middelen een andere bestemming te geven, behalve aan het volk.

Ettiré Patra

| starnieuws | Door: Redactie