• vrijdag 09 January 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

EX-MINISTER ASSEN HAALT UIT NAAR NEDERLANDS COUP-RAPPORT: “EEN SCHAAMTELOZE POGING TOT GESCHIEDVERVALSING”

| united news | Door: Redactie

Foto: Voormalige bewindsman van Defensie en Planning & oud-minister Ronald Assen

De conclusies van het recente Nederlandse onderzoeksrapport over de staatsgreep van 1980 zijn bij oud-minister Ronald Assen in het verkeerde keelgat geschoten. Volgens de voormalige bewindsman van Defensie en Planning (PLOS) is het document, waarin elke Nederlandse betrokkenheid bij de coup van Desi Bouterse wordt ontkend, niets minder dan “historisch bedrog”. Hij adviseert dan ook kort en krachtig: dit rapport kan rechtstreeks de prullenmand in.

De commotie ontstond nadat in december de belangrijkste resultaten van het onderzoek werden gepubliceerd door verschillende media. De kern van het Haagse rapport is dat

er geen enkel bewijs zou zijn dat de toenmalige militaire attaché, kolonel Hans Valk, of andere Nederlandse militairen de staatsgreep van de zestien sergeanten op 25 februari 1980 hebben gefaciliteerd. Hoewel het rapport erkent dat Nederland steken heeft laten vallen bij het toezicht op de missie, blijft de officiële lezing dat Valk niet op de hoogte was van de plannen.

Volgens Assen is de inhoud van het rapport, dat blijkbaar al in 1984 op de plank lag, volstrekt ongeloofwaardig.

Hij herinnert eraan dat kolonel Valk zelf in december 1982 – kort na de Decembermoorden – in het weekblad Vrij Nederland openlijk

sprak over de actieve rol van de Nederlandse militaire missie bij de voorbereiding van de coup. Dat het huidige onderzoek deze bekentenissen negeert, noemt Assen een schande. De opstellers zouden zich volgens hem “diep moeten schamen”.

De oud-minister legt de vinger op de zere plek wat betreft de bronvermelding. Het onderzoek steunt vrijwel volledig op officiële archieven en diplomatieke verslagen. Assen stelt dat dit een fundamentele fout is: hoge officieren laten bij geheime, politiek gevoelige operaties immers geen schriftelijke bewijzen achter. Bovendien geeft het rapport zelf toe dat de archieven gaten vertonen; documenten van de militaire inlichtingendienst zijn zoekgeraakt en diplomatieke berichten bleken achteraf onvolledig of zelfs aangepast voordat ze Den Haag bereikten.

Volgens Assen is deze archiefmanipulatie een bewuste strategie geweest om de Nederlandse reputatie te beschermen. Het zou internationaal onverdedigbaar zijn geweest als bleek dat Nederland, slechts vijf jaar na de onafhankelijkheid van Suriname, had meegeholpen aan het omverwerpen van een democratisch gekozen regering.

Naast de kritiek op de bronnen, voert Assen verschillende feiten aan die in het rapport ontbreken. Hij schetst een klimaat van enorme economische en politieke spanningen binnen de Commissie Ontwikkelingssamenwerking Nederland/Suriname (CONS). Terwijl Suriname grote plannen had voor projecten in West-Suriname, blokkeerde Nederland deze vanuit een diep wantrouwen over de besteding van de gelden. Dit leidde tot een agressieve sfeer waarbij Nederlandse commissieleden zelfs buiten de vergaderingen om de positie van premier Henck Arron ondermijnden.

Nog concreter zijn de aanwijzingen binnen de militaire missie zelf. Assen haalt getuigenissen aan die duiden op een directe link tussen de Nederlandse officieren en de coupplegers: Een secretaresse van de missie kreeg van een Nederlandse officier instructies hoe zij de volgende ochtend moest handelen als zij die nacht schoten zou horen; kinderen van een Nederlandse medewerker die met een Surinaamse vrouw was getrouwd, herinneren zich nog levendig hoe Surinaamse militairen met gecamoufleerde gezichten hun vader thuis bezochten vlak voor de coup.

Assen trekt een vergelijking met beruchte dictators zoals Pinochet en Soeharto, die ook altijd beweerden dat zij hun staatsgrepen zonder buitenlandse hulp hadden uitgevoerd. Hij citeert Bouterse, die ooit zei dat Nederland van hem een “Soeharto” wilde maken, maar dat hij een “Soekarno” bleek te zijn.

De oud-minister pleit voor eigen onderzoek. Hij roept Surinaamse historici op om niet blind te varen op de resultaten uit Den Haag, maar de geschiedenis zelfstandig vast te leggen. Zijn waarschuwing is helder: “Een volk dat zijn ware geschiedenis niet kent, is gedoemd die te herhalen.”

UNITEDNEWS

| united news | Door: Redactie