
Dossier houtexport 3: Waarom het vonnis in houtdossier ernstige vragen oproept...
| starnieuws | Door: Redactie
Dat betekent dat de praktijk waar nu “nog één keer” ruimte voor wordt gemaakt, al meer dan drie jaar als fout en onhoudbaar bekend is.
Brief van 29 augustus 2022 aan directeur Landbouwkundig Onderzoek, Afzet en verwerking.Wat de rechter had kúnnen doen – maar niet deedJuridisch gezien had de rechter meerdere verdedigbare routes:Handhaving laten prevalerenDe rechter had kunnen vaststellen dat internationale verplichtingen dwingend zijn en dat een nationaal bevel deze niet kan opheffen. In dat geval had hij de vordering tot afgifte van het certificaat kunnen afwijzen.Schade verleggen naar de juiste plekDe rechter had kunnen oordelen dat eventuele economische schade voortvloeit uit jarenlang falend overheidsbeleid en dat exporteurs hun schade via een civiele procedure op de Staat kunnen verhalen, in plaats van via een foutief certificaat alsnog export mogelijk te maken.Voorlopige bescherming zonder legaliseringOok had hij kunnen kiezen voor opschorting van handhaving zonder de Staat te dwingen tot het afgeven van een document waarvan vaststaat dat het onjuist is.Geen van deze opties is gekozen.In plaats daarvan heeft de rechter gekozen voor een oplossing die de feitelijke onjuistheid van het certificaat accepteert, onder het argument van onomkeerbare economische schade.
De rechter erkent in zijn beoordeling dat verboden houtsoorten worden verscheept. Waarom oordeel problematisch isMet deze keuze verschuift de rechter de last van jarenlang falend bestuur niet naar de Staat, maar naar:● de technische integriteit van de NPPO;● de internationale reputatie van Suriname;● en de relatie met India als importland.Een fytosanitair certificaat is geen commercieel document, maar een juridisch-internationaal instrument. Het bewust afgeven van een certificaat dat de lading niet dekt, is geen pragmatisme, maar institutionele onwaarheid.Het signaal dat hiermee wordt afgegeven is gevaarlijk:● als een praktijk lang genoeg heeft bestaan, kan zij nog één keer worden voortgezet – zelfs wanneer vaststaat dat zij fout is.India kijkt andersWaar in Suriname wordt gesproken over “oplossingen” en “overgang”, kijkt India uitsluitend naar compliance. Voor India is dit geen economisch conflict, maar een kwestie van plantgezondheid, biodiversiteit en nationale wetgeving. De Indiase autoriteiten hebben herhaaldelijk duidelijk gemaakt dat:● handelsnamen niet volstaan;● alleen de juiste botanische naam is toegestaan;● en afwijkingen niet worden geaccepteerd, ongeacht interne problemen in het exporterende land.Een nationaal vonnis verandert daar niets aan.Geen oplossing, maar uitstelHet vonnis heeft het probleem niet opgelost, maar vooruitgeschoven. De export is grotendeels on hold, de voorraden stapelen zich op en de internationale druk neemt toe. De kern blijft ongemoeid: structurele non-compliance kan niet worden genormaliseerd door rechterlijk bevel. Exporteurs willen nog steeds doorgaan om hun opgebouwde voorraad onder dezelfde verwerpelijke voorwaarden te exporteren naar India.
De houtexporteurs willen spoedoverleg met LVV om hun voorraden toch nog in India te krijgen. De vraag is daarom niet of de rechter kon beslissen zoals hij deed.De vraag is of hij dat had mógen doen, gegeven de feiten die hij zelf vaststelde.In een rechtsstaat mag recht nooit worden ingeruild voor gemak. Ook niet één keer.
LVV heeft onder protest het vonnis uitgevoerd maar intussen ook hoger beroep aangetekend tegen dit vonnis.
U kunt het vonnis van de rechter hier downloaden.
Lees ook:
● Rechter verplicht Staat tot afgifte fytocertificaten ondanks brief LVV
● Column: Wanneer geld het recht gijzelt
● Tegenreactie: handhaving is geen verrassing, maar rechtszekerheid evenmin onderhandelbaar
● Dossier houtexport 1: Certificaat onder protest: LVV vecht rechterlijk bevel aan
● Dossier houtexport 2: Dossier houtexport 2: Niet plotseling, maar te laat
Documenten: vonnis_hout.pdf| starnieuws | Door: Redactie




































