• vrijdag 13 March 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
De rechtsstaat mag geen politieke selectiviteit kennen

De rechtsstaat mag geen politieke selectiviteit kennen

| suriname herald | Door: Redactie

De recente stap van het Openbaar Ministerie (OM) om De Nationale Assemblee te vragen enkele voormalige ministers in staat van beschuldiging te stellen, heeft het debat over verantwoordelijkheid in de Surinaamse politiek opnieuw aangewakkerd. De namen die momenteel circuleren – Gillmore Hoefdraad, Riad Nurmohamed en Bronto Somohardjo – zijn zwaar en de beschuldigingen zijn dat ook: mogelijke fraude, valsheid in geschrifte en misbruik van overheidsgelden.

Maar terwijl het publieke debat zich op deze drie personen richt, klinkt er inmiddels ook een andere stem. Jurist en oud-minister Jennifer van Dijk-Silos heeft een vraag gesteld die veel verder gaat dan deze individuele

dossiers.

Volgens haar mist de samenleving nog andere namen in de huidige ontwikkelingen, waaronder Parmanand Sewdien en Dinotha Vorswijk. Niet omdat iemand per se schuldig zou zijn, maar omdat de rechtsstaat vraagt om gelijke behandeling. Als er dossiers zijn en er voldoende feiten bestaan, dan moeten ook die zaken volgens haar dezelfde juridische route volgen.

Want het probleem waar veel burgers al jaren mee worstelen, is niet alleen corruptie of machtsmisbruik. Het echte probleem is selectieve rechtvaardigheid: het gevoel dat sommige mensen wél worden onderzocht en anderen niet. Dat recht soms wordt toegepast afhankelijk van politieke windrichtingen.

Van Dijk-Silos wees

er terecht op dat de procedure rond het in staat van beschuldiging stellen van ministers een bijzondere is. Het OM kan niet zomaar vervolgen. Eerst moet De Nationale Assemblee toestemming geven. Politici moeten dus bepalen of andere politici voor de rechter mogen verschijnen.

Dat mechanisme kan een noodzakelijke constitutionele bescherming zijn, maar het kan ook een politieke filter worden.

We hebben in het verleden gezien hoe discussies in het parlement soms meer leken op politieke veldslagen dan op juridische beoordelingen. Dossiers werden niet altijd gewogen op feiten, maar op partijbelangen, coalitieafspraken en strategische overwegingen.

Want een rechtsstaat kan veel verdragen – politieke ruzies, meningsverschillen en harde debatten – maar hij kan geen selectieve rechtvaardigheid verdragen.

Als de ene minister moet verschijnen voor de rechter, maar een andere mogelijk buiten schot blijft om politieke redenen, dan ontstaat een beeld dat schadelijker is dan welke rechtszaak ook. Dan lijkt het alsof de wet geen neutraal instrument is, maar een politiek wapen.

De opmerking van Van Dijk-Silos zou daarom niet gezien moeten worden als een verdediging van wie dan ook. Het is eerder een herinnering aan een principe dat eenvoudig klinkt, maar moeilijk blijkt in de praktijk:

De wet moet voor iedereen hetzelfde zijn.

Niet voor de ene regering anders dan voor de andere. Niet voor de ene partij strenger dan voor de andere.

Het huidige moment kan een test zijn voor Suriname. Niet alleen voor het Openbaar Ministerie, niet alleen voor de ministers die genoemd worden, maar vooral voor De Nationale Assemblee.

Want uiteindelijk zal het parlement moeten laten zien of het in staat is om boven politieke belangen uit te stijgen en één simpel signaal te geven aan de samenleving: Dat in Suriname niemand boven de wet staat.

Jerrel Harderwijk

| suriname herald | Door: Redactie