
De kip, het bos en de rekening van niet verder denken
| starnieuws | Door: Redactie
In mijn vorig artikel schreef ik over een schijnbare tegenspraak; Suriname eet jaarlijks 42 tot 48 kg kip per persoon, waarvan 65% uit het buitenland komt. Onze lokale sector levert slechts 35% aan vleeskippen en importeert vrijwel 100% van het veevoer. In 2019 werd er in heel Suriname slechts 54 hectare aan maïs verbouwd.
De vraag die ik toen opwierp blijft staan: Waarom is een klein percentage van ons land beplanten een catastrofe, terwijl de afhankelijkheid van geïmporteerde kip de norm is?
- Goudwinning (mijnbouw): veroorzaakt ±70% van de jaarlijkse ontbossing.
- Landbouw (akkerbouw): veroorzaakt ruim 5% van de ontbossing.
- Overige oorzaken (infrastructuur, stedelijke druk, enz.): dichtbij 25%.
Belangen boven feiten
Dit verzet tegen agrarische opschaling komt niet voort uit een gebrek aan feiten, maar voornamelijk uit belangen:1.Gevestigde importbelangen: Bedrijven die verdienen aan de import van 65% van onze kip en vrijwel al ons veevoer, zien lokale productie direct als een bedreiging voor hun verdienmodel.
2.Teleurgestelde politici: Actoren
3.Donorbelangen: Organisaties die hun bestaansrecht (vaak als eenmansorganisaties met slechts een bestuur op papier) ontlenen aan internationale financiering kunnen wij eigenlijk ook rekenen tot deze groep. De middelen die zij toegewezen krijgen zijn vaak afkomstig van grote olie- en mijnbouwmultinationals die hun Corporate Social Responsibility moeten aantonen. Voor hen is het behoud van het verhaal "Suriname als onaangetaste groene long" uiterst lucratief, omdat het perfect past binnen de compensatieprogramma's van deze internationale financiers ondanks het feit dat deze multinationals ook grote vervuilers zijn van onze planeet. Het wrange is dat dit 'papier-behoud' geen enkel echt economisch alternatief biedt. In plaats daarvan blijven er eindeloos projecten ingediend worden in het kader van "het voorkomen van milieuvervuiling en waar nodig het beheersen daarvan" of "capaciteitsversterking",
Pleiten voor landbouwontwikkeling betekent geen vrijbrief voor ongecontroleerde ontbossing. Binnen een zeer strak kader is gecontroleerde groei wél mogelijk.
Hiervoor is een goed, eerlijk doordachte ruimtelijke ordening om duidelijke agrarische zones af te bakenen, van cruciaal belang. Dit is geen kwestie van de politieke waan van de dag of van een toevallige regering; het gaat om duurzaam en noodzakelijk nationaal beleid voor de toekomst van Suriname. We moeten stoppen met het in de criminele sfeer brengen van robuuste agrarische initiatieven terwijl we de echte kern van onze bosvernietiging blijven negeren.
Waarom
Ik pleit zeker niet voor het einde van ons bos maar wel voor het einde van hypocriete handelingen en gedachten op dit stuk.
| starnieuws | Door: Redactie




































