De regering is voornemens om een inwisselplicht en valuta-repatriatieplicht van 30% in te voeren, voor exporteurs. Per januari 2021, zou het zover moeten zijn dat bedrijven 30% van hun omzet verplicht omwisselen bij de Centrale Bank van Suriname, tegen de unificatiekoers. Voor Herman Fraser van de Algemene Surinaamse Houtunie (Ashu), zijn er nog té veel onduidelijkheden met betrekking tot deze maatregelen, indien de regering die doorvoert.
style="box-sizing:border-box; font-weight:bolder">
Gevolgen voor de houtsectorTen eerste zou de regering de koers wel moeten kunnen hanteren. In het verleden is de inwisselplicht reeds ingesteld. Toen werkte de maatregel averechts voor de producenten; de officiële koers was heel laag op 1.80, terwijl de straatkoers tussen 300 en 400 lag, waardoor ondernemingen in grote problemen kwamen.
Deze sector heeft reeds bestaande wetgeving en tientallen beschikkingen. Een van die beschikkingen is de fiscale waarde/FOB-waarde beschikking voor de uitvoer van hout. Op basis van die FOB-waarde wordt reeds 20% exportbelasting afgedragen door de houtsector. De FOB-waarde is per december 2020 verhoogd. Momenteel is die vastgesteld op US$ 180, waarvan US$ 36 (20%) wordt afgedragen aan belastingen. Door de maatregel zou de export van hout duurder worden voor de houtexporteurs, die reeds hoge FOB-kosten betalen.
Fraser vraagt zich ook af als de ondernemingen wederom over deze valuta tegen bankkoers kunnen beschikken, voor het betalen van de kosten voor hun vergunningen.
Indien de maatregelen worden doorgevoerd, zonder daar specifieke aanpassingen in te brengen voor de houtsector, zal de export van specifieke soorten rondhout, afnemen of zelfs wegvallen. ‘Indien men maar US$ 160 krijgt, terwijl de FOB-waarde US$ 180 is, zullen de producenten het verschil niet uit eigen zak erbij zetten’, zegt Fraser. Dat is verlies.
Fraser speculeert dat de overheid misschien doelbewust de export van rondhout wil ontmoedigen met de maatregelen. Maar, dat moet dan optijd worden doorgecommuniceerd. Uiteraard loopt de staat inkomsten mis, wanneer de export afneemt; ookal is dat van rondhout.
style="box-sizing:border-box">De kosten voor de export zijn reeds torenhoog. Daarnaast hebben houtexporteurs hoge vrachtkosten te betalen, omdat de vaargeul dichtslipt. Het uitbaggeren van de rivier heeft op zich laten wachten, waardoor de vracht- en containerkosten zijn toegenomen. Het gevolg is dat het Surinaamse hout internationaal duurder wordt, en afnemers dan goedkopere