
Column: Verantwoordelijkheid begint bij erkenning
| starnieuws | Door: Redactie
Beschikkingen zijn van de pg en de president van het Hof van Justitie.
Maar terwijl de correctie wordt voorbereid, blijft één ongemakkelijke waarheid overeind: zonder de publicaties en het doorzettingsvermogen van Eugène van der San was deze kwestie waarschijnlijk nooit in volle omvang zichtbaar geworden. Zonder dat
Hoofdpersoon in deze politieke soap is VHP-fractieleider Asis Gajadien. Waar de BEP publiekelijk spijt betuigde, houdt hij vol dat de wet op zichzelf goed is, maar dat het in de uitvoering fout is gegaan. Maar wie was verantwoordelijk voor die uitvoering? De rechterlijke macht is financieel verzelfstandigd. Binnen dat kader zijn salarisreeksen vastgesteld op basis van een wet die door DNA is goedgekeurd en door de regering is afgekondigd. In diezelfde wet zijn jaarlijkse periodieken van vijf procent opgenomen — zonder expliciete bovengrens. Dat is geen uitvoeringsdetail. Dat is wetstekst.
Het gevolg: basissalarissen die boven de SRD 500.000 uitkomen. Daarbovenop worden toelagen berekend, belastingvrij. Bovendien ontbreekt in de bepalingen over toelagen een duidelijke koppeling aan een begrensde basisbezoldiging. Als een wet ruimte biedt voor exponentiële groei zonder plafond, dan is het moeilijk vol te houden dat uitsluitend de uitvoering ontspoord is.
En als er inderdaad sprake is van een uitvoeringsfout, dan rijst een fundamentele vraag: hebben de Hofpresident en de procureur-generaal bij het vaststellen van de salarisreeksen de wet verkeerd geïnterpreteerd? Dat is geen detaildiscussie, maar raakt de kern van rechtsstatelijke verantwoordelijkheid. Hebben alle controlerende instanties die afschriften krijgen van de beschikkingen, zitten slapen?
Geen van de 51 leden van De Nationale Assemblee heeft — zichtbaar en aantoonbaar — een integrale financiële doorrekening geëist. Als de regering geen onderbouwde doorrekening heeft overgelegd, had het parlement die moeten eisen. Of zelf moeten maken. Wetgeving zonder financiële onderbouwing is geen hervorming, maar nattevingerwerk. Zich verschuilen achter toenmalige ministers van Binnenlandse Zaken verandert daar niets aan. De verantwoordelijkheid voor wetgeving ligt uiteindelijk bij het parlement dat haar aanneemt.
Aanvankelijk werd Van der San de schietschijf. Daarna werd de publicatie zelf ter discussie gesteld. Er werd met de vinger gewezen dat Starnieuws “politiek misbruikt” werd of “meewerkte aan beschadiging van de pg”. Maar het gaat niet om één persoon. Het gaat om de gehele rechterlijke macht. Om de regering én DNA. Om de zittende en staande magistratuur. Om controleorganen die blijkbaar niet tijdig alarm sloegen. Het ging vooral om de feiten die tot de laatste cent correct waren.
De oorzaak van de grote fouten ligt bij de initiatiefwetten zelf — wetten met open eindes, ruime formuleringen en onvoldoende financiële begrenzing. Tijdens de behandeling zijn die scherpe randen niet weggeslepen. De haaientanden bleven zitten.
De nieuwe initiatiefwetten liggen er. Maar procedures kosten tijd. Dat betekent dat deze maand de salarissen niet plotseling lager zullen zijn.
En daar wringt de schoen. Elke maand dat de huidige regeling doorloopt, betekent verdere druk op de staatskas. Dit is geen louter procedurele kwestie meer, maar een urgent financieel én moreel vraagstuk. Met de initiatiefvoorstellen die er nu liggen, zullen orde op zaken gesteld moeten worden.
Deze kwestie gaat niet alleen over bedragen. Zij gaat over vertrouwen. Over proportionaliteit. Over zorgvuldigheid. Over de bereidheid om fouten in wetgeving te erkennen en te herstellen. De samenleving heeft haar oordeel al uitgesproken. Nu is het aan het parlement om te laten zien dat correctie sneller kan gaan dan zelfrechtvaardiging. En dat verantwoordelijkheid zwaarder weegt dan politieke trots. Dat in DNA minder naar elkaar wordt geschreeuwd maar goede wetten worden gemaakt in belang van het land en volk.
Het is bijna weer tijd om salarissen uit te betalen. Velen moeten het doen met SRD 13.000 netto, na
35 dienstjaren in het onderwijs. Anderen ontvangen een half miljoen tot zelfs een miljoen SRD netto per maand. En dat zonder zichtbare gêne. Assembleeleden Poetini Atompai en Jerrel Pawiroredjo (beiden NPS) hebben maandag vier initiatiefwetten ingediend om de ontspoorde financiële voorzieningen van Assembleeleden en de zittende en staande magistratuur te corrigeren. Dat is geen vrijblijvende stap. Er moest iemand opstaan en zeggen: dit moet worden hersteld.
Maar terwijl de correctie wordt voorbereid, blijft één ongemakkelijke waarheid overeind: zonder de publicaties en het doorzettingsvermogen van Eugène van der San was deze kwestie waarschijnlijk nooit in volle omvang zichtbaar geworden. Zonder dat
eerste signaal — om welke reden dan ook — had deze scheefgroei mogelijk geruisloos voortgeduurd. Niet één maand. Niet één kwartaal. Maar structureel.
Hoofdpersoon in deze politieke soap is VHP-fractieleider Asis Gajadien. Waar de BEP publiekelijk spijt betuigde, houdt hij vol dat de wet op zichzelf goed is, maar dat het in de uitvoering fout is gegaan. Maar wie was verantwoordelijk voor die uitvoering? De rechterlijke macht is financieel verzelfstandigd. Binnen dat kader zijn salarisreeksen vastgesteld op basis van een wet die door DNA is goedgekeurd en door de regering is afgekondigd. In diezelfde wet zijn jaarlijkse periodieken van vijf procent opgenomen — zonder expliciete bovengrens. Dat is geen uitvoeringsdetail. Dat is wetstekst.
Het gevolg: basissalarissen die boven de SRD 500.000 uitkomen. Daarbovenop worden toelagen berekend, belastingvrij. Bovendien ontbreekt in de bepalingen over toelagen een duidelijke koppeling aan een begrensde basisbezoldiging. Als een wet ruimte biedt voor exponentiële groei zonder plafond, dan is het moeilijk vol te houden dat uitsluitend de uitvoering ontspoord is.
En als er inderdaad sprake is van een uitvoeringsfout, dan rijst een fundamentele vraag: hebben de Hofpresident en de procureur-generaal bij het vaststellen van de salarisreeksen de wet verkeerd geïnterpreteerd? Dat is geen detaildiscussie, maar raakt de kern van rechtsstatelijke verantwoordelijkheid. Hebben alle controlerende instanties die afschriften krijgen van de beschikkingen, zitten slapen?
Geen van de 51 leden van De Nationale Assemblee heeft — zichtbaar en aantoonbaar — een integrale financiële doorrekening geëist. Als de regering geen onderbouwde doorrekening heeft overgelegd, had het parlement die moeten eisen. Of zelf moeten maken. Wetgeving zonder financiële onderbouwing is geen hervorming, maar nattevingerwerk. Zich verschuilen achter toenmalige ministers van Binnenlandse Zaken verandert daar niets aan. De verantwoordelijkheid voor wetgeving ligt uiteindelijk bij het parlement dat haar aanneemt.
Aanvankelijk werd Van der San de schietschijf. Daarna werd de publicatie zelf ter discussie gesteld. Er werd met de vinger gewezen dat Starnieuws “politiek misbruikt” werd of “meewerkte aan beschadiging van de pg”. Maar het gaat niet om één persoon. Het gaat om de gehele rechterlijke macht. Om de regering én DNA. Om de zittende en staande magistratuur. Om controleorganen die blijkbaar niet tijdig alarm sloegen. Het ging vooral om de feiten die tot de laatste cent correct waren.
De oorzaak van de grote fouten ligt bij de initiatiefwetten zelf — wetten met open eindes, ruime formuleringen en onvoldoende financiële begrenzing. Tijdens de behandeling zijn die scherpe randen niet weggeslepen. De haaientanden bleven zitten.
De nieuwe initiatiefwetten liggen er. Maar procedures kosten tijd. Dat betekent dat deze maand de salarissen niet plotseling lager zullen zijn.
En daar wringt de schoen. Elke maand dat de huidige regeling doorloopt, betekent verdere druk op de staatskas. Dit is geen louter procedurele kwestie meer, maar een urgent financieel én moreel vraagstuk. Met de initiatiefvoorstellen die er nu liggen, zullen orde op zaken gesteld moeten worden.
De vragen die nu voorliggen zijn concreet:
● Wanneer wordt een commissie van rapporteurs ingesteld?
● Wanneer komen de wetsvoorstellen daadwerkelijk op de agenda?
● Hoe snel kan de behandeling plaatsvinden?
Dit mag geen dossier worden dat wordt doorgeschoven tot eind maart of later. Elke vertraging is opnieuw een aderlating.Deze kwestie gaat niet alleen over bedragen. Zij gaat over vertrouwen. Over proportionaliteit. Over zorgvuldigheid. Over de bereidheid om fouten in wetgeving te erkennen en te herstellen. De samenleving heeft haar oordeel al uitgesproken. Nu is het aan het parlement om te laten zien dat correctie sneller kan gaan dan zelfrechtvaardiging. En dat verantwoordelijkheid zwaarder weegt dan politieke trots. Dat in DNA minder naar elkaar wordt geschreeuwd maar goede wetten worden gemaakt in belang van het land en volk.
Nita Ramcharan
P.s. Wat een voortvarendheid bij SZF. Wat het maar ook zo bij Grassalco...
| starnieuws | Door: Redactie




































