• woensdag 30 September 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Chemisch vervoer door woongebieden: wie houdt toezicht?

Chemisch vervoer door woongebieden: wie houdt toezicht?

| starnieuws | Door: Redactie

Chemicaliën worden vanuit de havens over de openbare weg en soms via rivieren naar mijnbouwgebieden en andere bestemmingen in het binnenland vervoerd. Daarbij kunnen tankwagens en vrachtwagens woonwijken, dorpen en leefgebieden van Inheemse en tribale volken passeren.

Veiligheid vraagt om meer dan optreden nadat er iets is misgegaan. Suriname heeft een samenhangende aanpak nodig bij de grensposten, de havens en op de openbare wegen. Daar moeten toezicht, controle en handhaving goed op elkaar aansluiten.

De centrale vraag is: onder welke
beveiliging gebeurt dit vervoer, wie houdt toezicht en welke bindende veiligheidsnormen gelden?

Deze vragen zijn dringend. Een ongeval met brandstoffen, cyanide, kwik, zuren of andere gevaarlijke stoffen kan ernstige gevolgen hebben voor bewoners, chauffeurs, hulpverleners, rivieren en drinkwaterbronnen. Veiligheid mag daarom niet uitsluitend worden overgelaten aan de vervoerder of de onderneming die de chemicaliën heeft besteld.


Geen ISO-norm als vervanging van de wet
Vaak wordt gevraagd welke ISO-norm wordt toegepast. Die vraag is begrijpelijk, maar onvoldoende. ISO-normen zijn vooral normen voor bedrijfs- en managementsystemen. Zij vervangen geen nationale wetgeving, vergunningen, routevoorschriften, voertuiginspecties of overheidstoezicht.

Relevante ondersteunende normen zijn:
ISO 39001 voor verkeersveiligheidsmanagement;
ISO 45001 voor veiligheid en gezondheid op het werk;
ISO 14001 voor milieumanagement;
ISO 9001 voor kwaliteitsbeheer.
Voor het daadwerkelijke vervoer van gevaarlijke stoffen zijn vooral de UN Recommendations on the Transport of Dangerous Goods, het GHS-systeem voor classificatie en etikettering en, voor zeevervoer, de IMDG Code
van belang. Voor wegvervoer wordt internationaal vaak het ADR-stelsel gebruikt. De regering moet duidelijk maken welke onderdelen hiervan formeel in Suriname zijn ingevoerd en juridisch kunnen worden gehandhaafd.

Wie controleert de keten?
Het toezicht is verdeeld over verschillende instanties. De Douane controleert de invoer en vrijgave van goederen. De Nationale Milieu Autoriteit houdt toezicht op milieueisen, gevaarlijke stoffen en relevante vergunningvoorwaarden. De Maritieme Autoriteit Suriname en haveninstanties bewaken het maritieme en havengebonden deel. De politie ziet toe op verkeersveiligheid en openbare orde. Brandweer, gezondheidsautoriteiten en het Nationaal Coördinatiecentrum voor Rampenbeheersing moeten bij incidenten kunnen optreden.

Deze verdeling brengt een risico mee: wanneer iedereen een klein deel controleert, kan niemand zich verantwoordelijk voelen voor de volledige route van haven tot eindbestemming. Voor zover uit publiek toegankelijke informatie blijkt, is onvoldoende zichtbaar of één overheidsinstantie integraal verantwoordelijk is voor de gehele vervoersketen.

Minimale veiligheidseisen
Voordat gevaarlijke stoffen de haven
verlaten, moeten ten minste de volgende zaken controleerbaar zijn:
- identificatie van de stof, het UN-nummer en het veiligheidsinformatieblad;
- geldige invoer-, milieu- en vervoersdocumenten;
- goedgekeurde verpakking, tank of container;
- duidelijke gevarenetiketten op voertuig en lading;
- technisch gekeurde voertuigen en getrainde chauffeurs;
- vooraf vastgestelde route en veilige vervoerstijden;
- GPS-registratie en bereikbare noodcommunicatie;
- een calamiteitenplan met brandweer, politie en gezondheidsdiensten;
- registratie van afzender, vervoerder, ontvanger en uiteindelijke opslaglocatie.

Bij vervoer door dichtbevolkte wijken moet worden onderzocht of een alternatieve route mogelijk is. Wanneer woon- en leefgebieden niet kunnen worden vermeden, moeten extra voorwaarden gelden, zoals snelheidsbeperkingen, begeleiding, voorafgaande risicoanalyse en directe waarschuwing van hulpdiensten.


Voor traditionele gebieden geldt bovendien dat vervuiling niet alleen individuele bewoners treft, maar ook collectieve bestaansbronnen, territoria, rivieren en cultureel gebruik. Daar zijn tijdige informatie, daadwerkelijke participatie en, wanneer ernstige gevolgen voor collectieve rechten dreigen, FPIC noodzakelijk.


Verantwoordelijkheid vóór winst
Artikel
41 van de Grondwet plaatst natuurlijke rijkdommen in dienst van de gehele natie. Dat kan geen rechtvaardiging zijn om gevaarlijke stoffen zonder transparante veiligheidswaarborgen naar mijnbouwgebieden te vervoeren. Exploitatie schept juist een zwaardere zorgplicht voor de Staat.

De regering en De Nationale Assemblée moeten daarom openbaar maken welke regels gelden, welke instanties controleren, hoeveel inspecties plaatsvinden en welke overtredingen zijn vastgesteld. Ook moet er één nationaal protocol komen voor gevaarlijke stoffen, met bindende normen, routecontrole, sancties en openbare incidentrapportage.

De wet moet boven economische en politieke macht staan. Veiligheid begint niet pas na een ongeval. Zij begint bij preventie, controle en handhaving.

Veiligheid van Suriname naar de next level — wie sluit zich aan?

Romeo Jubitana
Politiek analist | Mensenrechtenactivist

| starnieuws | Door: Redactie