
Reactie op: Uitstel is geen overleg maar sabotage van de rechtsstaat!
| starnieuws | Door: Redactie
Het belang van een objectieve waakhond: de pers
Binnen een democratische rechtsstaat wordt de pers niet zonder meer beschouwd als de zogenaamde vierde macht. De Trias Politica waarin de democratische staatsvorm haar grondslag vindt, schiet soms tekort omdat het om mensen gaat. Vandaar dat de noodzaak binnen het openbaar bestuur zich heeft aangediend (de pers) om de samenleving te helpen beschermen.
Dit brengt ons terug op het onderwerp van de “wet Rechtspositie Rechterlijke macht” en in het bijzonder de plaats van de procureur-generaal daarbinnen. Toen erop werd gewezen dat het systeem is gecorrumpeerd bij de bekrachtiging van deze wet, vond een pseudo journalist zich geroepen om een kletsverhaal ter ondermijning als reactie te geven.
Van der San kletst niet uit zijn nek. Er werd meegeluisterd en naderhand is het salaris schaamteloos gecorrigeerd. Thans maart 2026.
Het lid van De Nationale Assemblee (D.N.A.) Rabin Parmessar gaf recentelijk aan bij LIM FM als reactie op mijn opmerkingen, dat ondergetekende voorbarig is omdat gesprekken worden gevoerd op Binnenlandse Zaken met de belanghebbenden om na te gaan of de wet juist wordt uitgevoerd. Hij gaf zelf toe dat bij de uitleg van de belanghebbenden er geen spaan tussen te krijgen was. De vraag is heeft men hem ook verteld wat de PG van de maand gaat ontvangen?
Krachtens de grondwet van de Republiek Suriname (S.B. 1987 no. 116) zoals laatstelijk gewijzigd bij S.B. 2023 no. 157 is in artikel 86 bepaald dat bij wet “de geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden en gewezen leden van D.N.A.” wordt vastgesteld. Deze wet is een organieke wet.
In artikel 126 van dezelfde grondwet is ook bepaald dat de geldelijke voorzieningen van de ministers en onderministers bij wet moeten plaatsvinden. Ook deze wet is een organieke wet. In artikel 112 van dezelfde grondwet is bepaald dat het inkomen en overige financiële voorzieningen van de president en de vicepresident ook bij wet moeten worden vastgelegd. Ook deze wet is een organieke wet. Al deze drie wettelijke bepalingen in de grondwet zijn bestemd voor de politieke ambtsdragers.
Evenzo, wordt in artikel 141 lid 3 van dezelfde grondwet bepaald dat “de wet” de geldelijke voorzieningen ten behoeve van hen en hun nabestaanden regelt. In artikel 141 lid 1 is vastgelegd welk lid van de rechterlijke macht aanspraak hierop maakt. Het zijn de leden van de rechterlijke macht met rechtspraak belast en de procureur-generaal. Ook deze wet is een organieke wet “ Een wet door de grondwet vereist”.
De wet Rechtspositie Rechterlijke macht is in strijd hiermee, voldoet niet aan de grondwetsbepaling en is geen organieke wet. Is dit zo moeilijk te begrijpen voor onze volksvertegenwoordigers?
Ik hoop dat het eindelijk doordringt.
| starnieuws | Door: Redactie




































