• vrijdag 27 March 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname
Column: Bezuinigen of bezwijken: tijd voor harde keuzes

Column: Bezuinigen of bezwijken: tijd voor harde keuzes

| starnieuws | Door: Redactie

De stijgende brandstofprijzen zijn geen abstract economisch probleem meer. Ze zijn voelbaar in elke portemonnee, op elke markt en in elke supermarkt. De verhoging van de brandstofprijs (diesel en gasoline) brengt een
kettingreactie door de hele economie. Transportkosten stijgen, bedrijven rekenen die door, en uiteindelijk betaalt de burger de rekening, die elke dag hoger wordt. 

De price-cap, die de regering heeft ingesteld – ruim SRD 53 voor diesel en SRD 48 voor gasoline – geven tijdelijk ademruimte, maar niemand moet de illusie hebben dat dit nog langer standhoudt. De internationale ontwikkelingen, met name de oorlog in het Midden-Oosten, laten zien dat de druk alleen maar zal toenemen. En dus ook de prijzen.
Het instellen van een crisisteam is in zo’n situatie onvoldoende. Het is zelfs gevaarlijk als het de indruk wekt
dat er wordt gehandeld, terwijl de kern van het probleem onaangeroerd blijft. Wat nodig is, zijn duidelijke, samenhangende en vooral afdwingbare bezuinigingsmaatregelen. 

De eerste klappen zijn al gevallen. Transportbedrijven en leveranciers hebben hun tarieven verhoogd. Goederen die over land worden vervoerd, maar ook producten die via import het land binnenkomen, zijn duurder geworden. Zelfs de ambulancekosten in Coronie zijn drastisch omhoog gegaan. 
De oorlogssituatie zorgt ervoor dat voedselprijzen stijgen, bouwkosten oplopen en ondernemers onder druk komen te staan. Kleine bedrijven, die toch al kwetsbaar zijn, worden het eerst geraakt.

We hebben deze fase en crises eerder meegemaakt. Tijdens de Covid-19-pandemie werden ingrijpende maatregelen genomen. Niet vrijblijvend, maar dwingend. Niet populair, maar noodzakelijk. De samenleving paste zich aan omdat het moest. De overheid gaf richting – soms hard, soms oncomfortabel, maar wel duidelijk.

Vandaag is de dreiging anders. Geen virus, maar een economische schok die het dagelijks leven steeds duurder maakt. Maar de urgentie is niet minder. Toch lijkt de reflex nu voorzichtiger, afwachtender. Alsof we hopen dat de storm vanzelf overwaait. Dat is een misrekening.

Elke oproep tot bezuiniging begint met geloofwaardigheid. En geloofwaardigheid begint bij de overheid zelf. Zolang de overheid haar eigen uitgaven niet zichtbaar en strikt terugbrengt, zal geen enkele burger zich aangesproken voelen om offers te brengen. Dat betekent harde keuzes: minder overheidsuitgaven, efficiënter werken en het schrappen van overbodige kosten.

Een gedwongen les uit de Covid-periode is thuiswerken. Dat kan weer worden ingevoerd, maar dit keer structureel en controleerbaar. Dit kan direct bijdragen aan lagere brandstofkosten. Minder verkeer betekent minder import van brandstof en minder druk op huishoudens en de deviezenvoorraad.

De overheid zal het voorbeeld moeten geven, een signaal dat het zelf ook pijn voelt van deze internationale crises. De regering kan deze crises niet vanuit en top-down positie oplossen. Dat werkt niet in een samenleving die al onder druk staat.

Wat nodig is, is overleg. Echt overleg. Met het bedrijfsleven, met vakbonden en met maatschappelijke organisaties. Niet om besluiten uit te stellen, maar om ze te versterken. Want bezuinigingsmaatregelen die samen worden ontwikkeld, hebben meer kans op draagvlak en effect. Het bedrijfsleven weet waar de pijnpunten zitten in transport en productie. De vakbeweging weet waar de grenzen liggen voor werknemers. Zonder die input blijft beleid theoretisch en vaak ineffectief. De Sociaal Economische Raad die onlangs is ingesteld, leent zich er heel goed voor. 

Maar als burgers moeten we eerlijk zijn en ook de hand in eigen boezem steken. Deze verantwoordelijkheid kan niet alleen bij de overheid worden gelegd. De samenleving zal haar gedrag moeten aanpassen. Consumptiepatronen die jarenlang vanzelfsprekend waren, kunnen dat niet meer zijn. De import van luxe en niet-noodzakelijke goederen zal moeten worden teruggedrongen. Dat vraagt niet alleen om beleid, maar ook om bewustwording. Tegelijkertijd moeten we investeren in zelfvoorziening. Meer lokaal produceren, meer zelf verbouwen, minder afhankelijk zijn van dure import.

Dat vraagt begeleiding, voorlichting en stimulansen. Maar vooral: bereidheid van de samenleving om te veranderen. De realiteit is hard: we staan op een punt waarop uitstel gelijkstaat aan verergering. Bezuinigen is geen politieke keuze meer. Het is een economische noodzaak. Maar de manier waarop het gebeurt, maakt het verschil. Zonder leiderschap wordt het chaos; zonder draagvlak wordt het verzet en zonder  rechtvaardigheid wordt het onhoudbaar.

De regering maar ook het parlement waarin coalitie en oppositie vertegenwoordigd zijn, moeten moedig zijn en vooral eerlijke politieke wil moeten tonen, want dat er bezuinigingsmaatregelen moeten komen is een kwestie van tijd. Als overheid en samenleving hun deel van de verantwoordelijkheid niet durven nemen en dragen, zal de uitkomst onvermijdelijk zijn; tijd voor harde keuzes. 


Wilfred Leeuwin

| starnieuws | Door: Redactie