• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

ILO blij met inzet van Suriname voor Decent Work-programma

Ingediend door admin op

Een technische missie van het Decent Work Team and Office for the Caribbean van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) heeft op maandag 20 januari 2025 een beleefdheidsbezoek gebracht aan minister Steven Mac Andrew van Arbeid Werkgelegenheid & Jeugdzaken (AWJ). Het voornaamste doel van dit bezoek is om de voortgang van het derde Decent Work Country Programme Suriname 2023-2026 (DWCP SU III) te evalueren en de verdere koers te bepalen.

De missie, onder leiding van de directeur de heer Joni Musabayana, verblijft van 20 tot 25 januari 2025 in Suriname. Op basis van de ontvangen rapportages kwam de missie tot de

bevinding dat de implementatie van het DWCP vlot verloopt. Ook sprak de ILO-directeur lovend over de sterke commitment die het ministerie en de Nationale Decent Work Commissie tot dusver hebben getoond. Suriname onderscheidt zich in de regio door als eerste land een derde DWCP uit te voeren. Het programma wordt in samenwerking met de sociale partners en andere belanghebbenden uitgevoerd. Ons land loopt voorop met de implementatie van dit programma en boekt goede prestaties in vergelijking met andere landen in de regio. De ILO-topman ziet graag dat andere landen in de regio een voorbeeld nemen aan Suriname en ook hetzelfde
werktempo en commitment etaleren, waardoor de regio sneller decent work voor iedereen kan realiseren. Hij was benieuwd naar de motivatie achter de hoge mate van bereidheid en vastberadenheid van Suriname om zich in te zetten voor de realisatie van het programma.

Minister Mac Andrew gaf aan dat de hoge mate van toewijding te danken is aan het feit dat het land reeds ervaringen heeft opgedaan met het uitvoeren van twee Decent Work-programma’s en dat gebruik wordt gemaakt van de ervaring van personen die vanaf het begin erbij waren, zoals de voorzitter van de Nationale Decent Work Commissie, Glenn Piroe, die ook leiding heeft gegeven aan de twee vorige Commissies. Een andere positieve factor is de benoeming van een ILO-Nationale Projectcoördinator in ons land, waardoor de uitvoering van het programma in samenspraak met de Nationale Decent Work Commissie gemakkelijker kan worden bevorderd. Ook de monitoring en implementatie training die de leden van de commissie in 2023 op Trinidad and Tobago hebben gevolgd, heeft volgens Mac Andrew bijgedragen aan de tot nog toe succesvolle implementatie van het derde programma.

Een ander pluspunt is dat de Raad van Ministers (RvM) onlangs heeft besloten dat Suriname zich mag aansluiten bij de Global Coalition for Social Justice, die wordt geleid door de ILO en als missie heeft het bevorderen van multilaterale samenwerking, waardoor de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) versneld kunnen worden uitgevoerd, met een focus op sociale rechtvaardigheid. Voorts noemde Mac Andrew de recente ratificatie van vier belangrijke ILO-conventies door de regering, wat een belangrijke stap is naar de realisatie van het DWCP en de versterking van arbeidsstandaarden in Suriname. De RvM heeft ook haar goedkeuring gegeven aan de instelling van de commissie met betrekking tot Just Transition en de commissie voor de formalisatie van de informele economie.Deze commissies die belangrijk zijn voor de verdere uitvoering van het DWCP worden binnen twee weken geïnstalleerd.

De ILO is enigszins bezorgd over de continuïteit en de geconstateerde toewijding bij de implementatie van het derde DWCP na de wisseling van de macht als gevolg van de komende algemene vrije en geheime verkiezingen in ons land. Mac Andrew verzekerde dat, ongeacht welke regering zal aantreden, Decent Work niet meer weg te denken is. De bewindsman verwacht ook niet veel verschuivingen of vervangingen van functionarissen, aangezien het ministerie niet gepolitiseerd is en meer werkt op basis van technische expertise en objectiviteit in plaats van politieke voorkeuren.

PASSAGIERS WEIGEREN MET KAPOT CORENDON-TOESTEL NAAR AMSTERDAM TE VLIEGEN

Ingediend door admin op

Bron: Curaçao.nu

De Corendon-vlucht CD598 van Curaçao naar Amsterdam, gepland voor vertrek afgelopen nacht om 00:30, heeft een vertraging opgelopen door technische problemen.

Het toestel vertrok uiteindelijk vanochtend om 06:30. Volgens Corendon weigerden meerdere passagiers, na een eerdere evacuatie uit het vliegtuig, opnieuw aan boord te gaan. Deze groep bleef achter op Curaçao.

De technische problemen ontstonden toen een defect aan de grondapparatuur op luchthaven Hato ervoor zorgde dat de airco aan boord van het vervangende vliegtuig niet functioneerde. Dit leidde tot een onaangename hitte in het toestel. Het cabinepersoneel moest de passagiers tijdelijk uit het vliegtuig laten stappen, terwijl een oplossing werd

gezocht. Omdat het nacht was, was er geen luchtvaartpersoneel aanwezig om bepaalde procedures uit te voeren, wat de situatie verder compliceerde.

Corendon-woordvoerder Norman Serphos verklaarde dat de veiligheid altijd prioriteit heeft. “Een vliegtuig vertrekt alleen wanneer het voldoet aan alle strenge veiligheidsvoorwaarden,” aldus Serphos.

Het bedrijf betreurt de vertraging en biedt excuses aan de getroffen passagiers. Samen met vliegtuigexploitant World2Fly en afhandelaar Swissport wordt de situatie grondig geëvalueerd.

Volgens de woordvoerder was het noodzakelijk om de verplichte rusttijden van de bemanning te respecteren, wat ook bijdroeg aan de vertraging. Uiteindelijk vertrokken 81 passagiers alsnog met vlucht CD598 naar Amsterdam. De groep passagiers die

weigerde terug aan boord te gaan, is op Curaçao gebleven. Corendon belooft maatregelen te treffen om herhaling van dergelijke incidenten te voorkomen.

Amsterdam

De ellende bleek bij aankomst op Schiphol nog niet voorbij, zo meldden verschillende passagiers aan Curacao.nu. Ook daar ontstond er een misverstand, zodat de gate niet open was. Bij de bagageband bleken de koffers op Curacao te zijn achtergebleven. Passagiers klaagden over slechte communicatie aan de kant van Corendon.

TRAVEL

 

 

Derde leven geëist aanrijding Saramacca

Ingediend door admin op

De aanrijding die het afgelopen weekend plaatsvond tussen de personenauto en de tractor aan de Oost-Westverbinding in het district Saramacca heeft een derde leven geëist.

De mede inzittende A.D. (55) heeft maandag in het ziekenhuis het leven gelaten. Zij was zwaar gewond opgenomen in het ziekenhuis. Het ontzielde lichaam van A.D. is eveneens in opdracht van het

Openbaar Ministerie ter obductie door de politie in beslag genomen.

De autobestuurder R.R. (55) en een Cubaan van wie de personalia nog onduidelijk is en arbeider was van de tractorbestuurder hebben ter plaatse het leven gelaten. De tractorbestuurder D.M. (49) is in verzekering gesteld.

 

Inbraak bedrijfspand: geld buitgemaakt en grote schade aangericht

Ingediend door admin op

Een bedrijf aan de Helena Christinaweg in Suriname is afgelopen nacht het doelwit geworden van inbrekers. Bij de inbraak werd een groot geldbedrag buitgemaakt.

De inbrekers gingen uiterst geraffineerd te werk: ze knipten zowel de hoofdvoeding van het bedrijf als de bedrading van de beveiligingscamera’s door, om zo ongezien hun slag te kunnen slaan.

Volgens de directeur heeft het bedrijf enorme schade opgelopen door het doorknippen van de draden. “De schade weegt zwaarder dan de buit”, benadrukte de directeur. Hij noemt de daders georganiseerde criminelen die grote schade hebben veroorzaakt aan het productieproces van het bedrijf.

De gedupeerde gaf verder aan dat het

gestolen geld op korte termijn op de bank zou worden gestort. De inbrekers waren echter sneller en wisten 140.000 Surinaamse dollars en 7.000 US dollars mee te nemen.

De politie van De Nieuwe Grond werd na de melding ingeschakeld en stelde een onderzoek in. In het pand werden braaksporen aangetroffen.

Aan de opsporing en aanhouding van de daders wordt momenteel gewerkt.

OLIEAFHANKELIJKHEID DREIGT GUYANA’S GROEIENDE SCHULDENLAST TE VERZWAREN

Ingediend door admin op

Fotocompilatie: Winston Jordan, voormalig minister van Financiën van Guyana. | Bron: Kaieteur News.

Guyana’s steeds verder oplopende schuldenlast vormt een groeiende zorg voor het land, aldus Winston Jordan, voormalig minister van Financiën.

De zware afhankelijkheid van de olie-industrie om de leningen af te lossen, wekt bezorgdheid over de langetermijngevolgen voor de economie van het land. Jordan, die op zondag te gast was in het programma “Nation Watch” van de People’s National Congress Reform, wees op de cijfers uit de nationale begroting van dit jaar en benadrukte dat de olie- en gasindustrie een overweldigend aandeel heeft in de exportinkomsten van Guyana, goed voor

meer dan 50%.

“De olie heeft een verstikkende greep op de economie van Guyana, wat ernstige gevolgen heeft voor de stijgende schuldenlast,” zei de voormalige minister. Hij verwees naar de huidige staat van de Guyanese economie en merkte op dat de olie-inkomsten de afgelopen jaren een dominante rol spelen. “In 2019 was onze export van goederen 1,567 miljard USD, waarvan olie nul was, omdat olie toen nog niet geproduceerd werd,” aldus Jordan. Sinds de start van de olieproductie in december 2019 met de lancering van het Liza Destiny FPSO-schip, is de situatie echter drastisch veranderd.

In 2024 stegen de merchandise-exporten naar 19,792

miljard USD, waarvan olie 17,993 miljard USD vertegenwoordigde, goed voor 91% van de totale export. “Zo groot is de greep van olie op de economie – 91% in 2024!” stelde Jordan. Terwijl er gesproken wordt over groei in de niet-oliesector en investeringen in landbouw en bauxietproductie, voorspelt de begroting van dit jaar dat de totale exporten 19,782 miljard USD zullen bedragen, waarvan 17,609 miljard USD olie, ofwel 89%. “De verstikkende greep is er nog steeds,” benadrukte Jordan.

Het bruto binnenlands product (BBP) van Guyana groeide in 2024 met 43,6%, waarbij de niet-oliesector een groei van 13,1% liet zien. Voor dit jaar wordt een BBP-groei van 10,6% verwacht, met een groei van 13,8% in de niet-oliesector voor 2025.

Jordan verwees ook naar waarschuwingen van de oppositie over een mogelijke daling van de olieprijs, hoewel vicepresident Bharrat Jagdeo dit eerder tijdens een persconferentie betwistte. Jordan wees erop dat in de begroting van dit jaar werd aangegeven dat de olieprijs waarschijnlijk zal dalen. Minister van Financiën, Dr. Ashni Singh, voorspelde een verdere daling van de olieprijs met 10,9% naar 71,9 USD per vat, als gevolg van een overaanbod op de wereldmarkt.

Jordan suggereerde dat de daling van de olieprijs mogelijk groter kan uitvallen dan voorspeld, vooral als de spanningen in Gaza afnemen en de Amerikaanse regering een overeenkomst met Rusland weet te bereiken. “Als deze gebeurtenissen zich niet voordoen, dan is er voor een lagere prijs geboekt en dus een lager bedrag voor het Natural Resource Fund,” stelde Jordan. Hij voorzag moeilijke tijden en waarschuwde voor langdurige “regenachtige dagen.”

De voormalige minister stelde verder dat de regering ondoordacht geld uitgeeft aan twijfelachtige infrastructuurprojecten, zonder dat er waarde wordt toegevoegd aan belangrijke sectoren zoals suikerproductie, bauxiet of goudraffinage. “Er is geen waarde toegevoegd in de suikerindustrie, geen raffinaderijen voor goud en zelfs geen blikjesfabriek. In plaats daarvan verkopen ze zand in de woestijn,” aldus Jordan.

Volgens een recent rapport heeft de regering tussen 2020 en 2024 de nationale schuld met maar liefst 4,2 miljard USD verhoogd. In 2019 stond de schuld op 1,8 miljard USD, maar tegen 2024 was dit opgelopen tot 6 miljard USD. De regering van president Irfaan Ali benadrukt vaak de lage verhouding tussen het BBP en de schuldenlast, wat suggereert dat het BBP van het land veel groter is dan de jaarlijkse aflossingen op de leningen.

Hoewel de groei van het BBP grotendeels te danken is aan de olie-inkomsten, wordt de werkelijke waarde die Guyana uit de olie-industrie haalt vaak ter discussie gesteld. Het land ontving in 2024 slechts 2,6 miljard USD in het Natural Resource Fund, terwijl de export uit de olie- en gassector 18 miljard USD bereikte.

REGIO

De hypothecaire executie volgens het nieuw B.W.

Ingediend door admin op

 

Extra werk voor de Rechterlijke Macht

1.Algemeen 
Het Nieuw Burgerlijk Wetboek (NBW) is op 13 augustus 2024 aangenomen door DNA. Aangenomen wordt dat de inwerkingtreding ervan op 1 mei 2025 zal zijn. Van verschillende zijde (o.a. de SOVA) is erop gewezen dat de juristen die opgeleid zijn op basis van het oude B.W. veel meer tijd nodig zullen hebben om het nieuwe wetboek goed te bestuderen. Het Centrum voor Democratie en Rechtspleging verzorgt cursussen over het NBW. Naar mijn mening zou aan de Regering met name de Minister van Justitie en Politie, de taak toebedeeld zijn voor

de om- en bijscholing van juristen m.b.t. het NBW. Daarnaast moet het als een maatschappelijke verantwoordelijkheid worden gezien van de juristenorganisaties zoals SOVA, SNB, SJV, maar ook de AdeKUS, om bekendheid hieraan te geven. Kennis van het NBW geldt niet alleen voor juristen, aangezien eenieder wordt geacht de wet te kennen. In het licht van het voorgaande, heb ik gemeend onderstaande bijdrage te leveren. 

2. Enkele hoofdpunten m.b.t. de hypothecaire veiling 
Deze staat thans bekend als de veiling ex. 1207 B.W. 

Het NBW bestaat uit 8 boeken en de artikelen worden per wetboek genummerd. Het hypotheekrecht is in het NBW geregeld

in boek 3. Maar voor de wijze van executie wordt ook verwezen naar het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering (Rv). Het NBW omvat ingrijpende wijzigingen m.b.t. het onderhavige onderwerp. 

 

Maar in grote lijnen kan gezegd worden dat de fundamenten van de hypothecaire veiling overeind gebleven zijn. 

Artikel 3:268 lid 1 NBW zegt dat indien de schuldenaar in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt, de hypotheekhouder bevoegd is het verbonden goed in het openbaar ten overstaan van een bevoegde notaris te doen verkopen. Dit is conform het geldende recht. 

 

Een wezenlijke verandering is wel neergelegd in het tweede lid van voormeld artikel dat als volgt luidt: 
Op verzoek van de hypotheekhouder of de hypotheekgever kan de kantonrechter bepalen dat de verkoop ondershands zal geschieden bij een overeenkomst die hem bij het verzoek ter goedkeuring wordt voorgelegd. Indien door de hypotheekgever of door een hypotheekhouder, beslaglegger of beperkt gerechtigde, die bij een hogere opbrengst van het goed belang heeft, voor de afloop van de behandeling van het verzoek aan de rechter een gunstiger aanbod wordt voorgelegd, kan deze bepalen dat de verkoop overeenkomstig dit aanbod zal geschieden.” 
Vermeldenswaard is dat krachtens het NBW alle hypotheekhouders - dus niet alleen de eerste zoals nu het geval is - het recht hebben van parate executie, dat wil zeggen zonder dat zij over een executoriale titel (vonnis) hoeven te beschikken. 

3. Procedure 
Indien een schuldenaar in verzuim is - precies zoals thans het geval is – is de hypotheekhouder/schuldeiser bevoegd het verbondene in het openbaar te verkopen ten overstaan van een door hem aan te wijzen notaris. 
Vroeger werd voor de wijze van verkoop verwezen naar het plaatselijk gebruik, terwijl thans specifiek aangegeven wordt welke procedure gevolgd moet worden. Deze is overigens vrijwel gelijk aan de bestaande praktijk. 

4. Onderhandse verkoop
Nieuw is de mogelijkheid tot onderhandse verkoop krachtens beschikking van de kantonrechter. Dit kan uitsluitend op verzoek van de executerende hypotheekhouder (schuldeiser) of de hypotheekgever die meestal ook schuldenaar is, maar het is ook mogelijk dat een derde zekerheid verschaft voor de schuldenaar (onderzetting). Dit verzoek zal uiteraard alleen maar gedaan worden als een onderhandse verkoop gunstigere perspectieven biedt. De wijze waarop het verzoek moet geschieden is uitvoerig geregeld in het NBW en Rv. 

5. Biedingen
In de publicatie van de veiling dient vermeld te worden dat tot veertien dagen voor de veiling 
schriftelijk biedingen bij de notaris ingediend kunnen worden. Het staat de notaris niet vrij om de biedingen ook aan anderen door te geven dan de executant en de geëxecuteerde. Een bieder is gehouden zijn bod gestand te doen, indien hij een koopovereenkomst heeft getekend. 

6. Rol van de Kantonrechter

In het oude B.W. was de rol van de Kantonrechter veelal beperkt tot het beslissen van geschillen m.b.t. een eventuele stopzetting van een hypothecaire executie. Thans is aan de Kantonrechter een belangrijke taak erbij gegeven namelijk het beslissen over het verzoeken van een onderhandse verkoop van het hypothecair verbonden onroerend goed. 

 

Het is verwachtbaar dat het Hof een speciale Kantonrechter zal belasten met deze taak, aangezien hypothecaire executies aan de orde van de dag zijn en uit de Nederlandse praktijk gebleken is dat er veelvuldig verzoeken om onderhandse verkoop worden gedaan. Deze rechter zal tevens moeten beschikken over kennis m.b.t. de waarde van onroerend goed. 

 

Carlo Jadnanansing

 

Verkeersomleiding Sophia’slustweg

Ingediend door admin op

Het Korps Politie Suriname maakt bekend dat namens de NV Energie Bedrijven Suriname, de firma “Van ’t HEK bv” op maandag 20 januari 2025, wederom is aangevangen met het heien van palen voor elektrische geleiding op de Sophia’slust weg en wel het weggedeelte gelegen tussen de Derde rijweg en de Maisuruweg.

Deze werkzaamheden zullen met geregelde voortgang en gelijke omstandigheden ruim twee weken in beslagnemen.

Op alle weggebruikers in die omgeving wordt het beroep gedaan, rekening te houden met deze noodzakelijke werkzaamheden, door uw reisroute aan te passen om uw bestemming ongehinderd en toch op tijd te bereiken.

Als mogelijke route vanuit

de richting vierde rijweg wordt aanbevolen de Kwattaweg of de Commissaris Weythingweg, terwijl dezelfde route afgelegd kan worden komende vanuit de derde rijweg richting de vierde rijweg.

Public Relations KPS.