• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

MINISTER RAMDIN SPOORT DIASPORA AAN TOT INVESTERINGEN IN SURINAME

Ingediend door admin op

Foto: Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken.

Tijdens de tweede dag van de ‘1st Business Summit of Diaspora Suriname’ op 7 februari 2025 heeft minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken in zijn keynotespeech een krachtige oproep gedaan tot strategische samenwerking en investeringen in Suriname.

Het driedaagse evenement, georganiseerd door het Directoraat International Business van het ministerie van BIBIS en het Diaspora Instituut Suriname, staat in het teken van ‘Unity Overcomes Distance’. De summit omvat workshops, paneldiscussies en een expositie in de Prince Ballroom, waarbij investerings- en handelskansen in sectoren als landbouw, toerisme, productie, energie, aquacultuur en technologie centraal staan.

Minister Ramdin benadrukte tijdens

het panel ‘Investing in Suriname: Opportunities and Challenges’ de historische betekenis van het evenement voor zowel de diaspora als Suriname.

Hij wees op de economische transformatie die het land doormaakt dankzij recente offshore olie- en gasontdekkingen. Deze ontwikkelingen hebben Suriname op de wereldwijde energiekaart geplaatst, internationale investeerders aangetrokken en ongekende kansen gecreëerd voor nationale groei.

De minister onderstreepte het belang van diaspora-betrokkenheid in sectoren als olie en gas, agri-business, bosbouw, hernieuwbare energie, vastgoedontwikkeling en technologie. Hij benadrukte dat het tijd is om verder te gaan dan gesprekken en over te stappen op concrete, langetermijnprogramma’s die bijdragen aan duurzame samenwerking. Daarbij noemde hij

initiatieven zoals mentorschap, vaardigheidsoverdracht en de oprichting van een Diaspora Investment Platform.

Dit platform moet fungeren als een centrale hub om investeringen te faciliteren, diaspora-ondernemers te verbinden met lokale netwerken en ondersteuning te bieden op het gebied van regelgeving en financiën. Ramdin benadrukte dat het Directoraat International Business en het Diaspora Instituut Suriname speciaal dit platform hebben opgezet om bedrijfsleiders, beleidsmakers en investeerders met elkaar in contact te brengen en de basis te leggen voor economische samenwerking.

Hij riep de diaspora op om hun expertise en investeringskracht te benutten om Suriname te transformeren tot een welvarende en duurzame economie. De minister sprak zijn vertrouwen uit in een toekomst waarin samenwerking en innovatie de sleutel zijn tot duurzame groei. De Business Summit markeert volgens hem het begin van een hernieuwd partnerschap tussen Suriname en zijn wereldwijde diaspora.

UNITEDNEWS

 

Gewapende roofoverval op chauffeur van Fernandes

Ingediend door admin op

Twee gewapende criminelen hebben vrijdagavond een roofoverval gepleegd aan de Coprastraat in Suriname, waarbij een chauffeur die leveringen doet voor de Fernandes Bakkerij werd overvallen.

Vernomen wordt dat het 38-jarige slachtoffer bij thuiskomst werd overvallen. Hij was bezig uit te stappen toen de daders hem overrompelden.

Ze waren gewapend met vuistvuurwapens en rukten zijn tas weg. In de tas had het slachtoffer mobiele telefoons, een paspoort en een geldbedrag van ongeveer 200.000 Surinaamse dollars van het desbetreffende bedrijf.

Na de overval sloegen de daders op de vlucht en renden richting de Kasabaholoweg. Ze stapten vervolgens in een voertuig dat gereedstond in een inrit.

Het

slachtoffer bleef ongedeerd maar was geschrokken van de overval. De politie van Uitvlugt is bezig met de opsporing en aanhouding van de verdachten.

SURINAME MIST KANS OP DE LUCRATIEVE VOEDSELMARKT

Ingediend door admin op

Auteur: Armand Snijders.

Suriname moet dé voedselschuur van de regio worden, roepen opeenvolgende regeringen al jaren. Maar in werkelijkheid is het al jaren kommer en kwel en loopt daardoor heel veel geld mis.

Dat concludeerde ook de Rekenkamer van Suriname onlangs in een rapport. Vooral door gebrek aan een duidelijk beleid rommelen de meeste ondernemers in de agrarische sector maar wat aan en produceren nauwelijks genoeg voor de lokale markt – die nog altijd wordt overspoeld door verse import. Daardoor blijft de voedselschuur leeg en slaan andere landen, zoals buurland Guyana, hun slag. Dat is een gemiste kans op een lucratieve markt.

Het

was jaren geleden vooral – inmiddels wijlen – president Desi Bouterse die de term ‘voedselschuur’ vaak in zijn mond nam en een grootse en welvarende agrarische toekomst van Suriname voor zich zag. Ook de huidige regering droomt ervan om vanuit het land de gehele Caribische regio te voeden met wat er in het vruchtbare Suriname groeit, zeker tegen het licht dat de Caricom in 2030 25 procent minder dure importen vanuit de rest van de wereld wil halen.

Overal in de regio wordt beloofd dat ons land daar een belangrijke bijdrage aan kan leveren. Er zijn zelfs overeenkomsten getekend met eilanden

als Barbados, Aruba en Curaçao om daar Surinaamse producten – zoals manja, sopropo en boulanger – Dat die daar kunnen worden af te zetten.

Maar tot nu toe is het vooral bij overeenkomsten en mooie woorden en beloftes gebleven. En wordt nog altijd heel weinig geëxporteerd naar de regio en wat er wel het land verlaat wordt gedaan op initiatief van lokale ondernemers die dat al jaren doen. Van enige bevordering – laat staan stimulatie – vanuit de overheid om de hoeveelheden op te krikken, is nauwelijks sprake.

En zo gaat het al tientallen jaren, zo concludeert ook de Rekenkamer van Suriname in haar rapport. Daaruit blijkt dat de pogingen van verschillende ministers van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) om Suriname tot de voedselschuur van het Caribisch gebied te maken, geen succes hebben gehad. Van de elf export-bevorderende maatregelen die sinds 2010 zijn genomen, hebben zeven geen merkbare toename in de export veroorzaakt.

Zoals het ten tijde van de regering-Bouterse bij het bouwen van de cassaveverwerkingsfabriek bij Zanderij, wat op een fiasco uit is gelopen, waardoor de boeren met een overschot aan cassave bleven zitten en financieel enorm het schip in gingen. Het was verspilde moeite en dus weggegooid geld.

Een ander opvallende flop in die periode was een hypermoderne productiefaciliteit die op de voormalige Staatsboerderij opgezet zou worden. De Israëlische LR Group zou daar volgens toenmalig LVV-minister Rabin Parmessar voor miljoenen dollars investeren en jaarlijks 4,2 miljoen liters melk, 2.000 ton kippenvlees en vijf miljoen eieren voor de lokale markt leveren en exporteren. Maar het ging nooit door, mede omdat er een luchtje van rotte eieren aan de hele overeenkomst hing.

Andere maatregelen zoals het verstrekken van leningen en schenkingen aan landbouwers, hebben wel potentieel, maar het effect daarvan op de langere termijn is nog niet duidelijk. De Rekenkamer stelt verder dat de export van landbouwproducten naar het Caribisch gebied sinds 2010 is gedaald. De totale exportwaarde was in 2022 zelfs lager dan in voorgaande jaren. En dat terwijl ook deze regering veel zegt te doen om de afzet van producten te bevorderen. Maar het lukt maar niet om dit van de grond te krijgen, terwijl buurland Guyana continue agrarische successen boekt.

Waarom dat hier niet lukt, is eigenlijk al een generatie lang kraakhelder: boeren, opkopers, handelaren en politici weigeren over het algemeen de handen ineen te slaan en geven elkaar beurtelings de schuld van mislukte oogsten, te lage prijzen voor de export (van vooral rijst) en te hoge prijzen voor de lokale consumenten.

Dat de agrarische sector een enorme potentie heeft en de staatskas vele tientallen miljoenen dollars per jaar zou kunnen opleveren, wordt al jaren door tal van deskundigen geroepen. Maar het lijkt erop dat de regering er niet echt het belang van wil inzien. Liever staart men zich blind om de oliedollars die over een paar jaar mogelijk ontvangen worden.

De olie raakt echter op een gegeven moment op en de winning daarvan brengt behoorlijke schade toe een het milieu. De agrarische industrie daarentegen is veel duurzamer en zal ook over vele decennia Suriname nog veel geld opleveren.

Deze regering heeft, aldus de Rekenkamer, echter de gelden die voor de sector bestemd waren vooral ingezet om het bacoveproducent Food and Agriculture Industries (FAI) draaiende te houden, wat betekende dat minder middelen beschikbaar waren voor andere exportmaatregelen.

Sinds de Belgische eigenaar Univé in 2021 het bedrijf berooid en met een schuld van 21 miljoen dollar had achtergelaten heeft de regering daar vele miljoenen in gepompt. De FAI is nog steeds zeer noodlijdend en de Rekenkamer concludeert dat het geld beter had kunnen worden geïnvesteerd in andere zaken in de agrarische sector.

Ondertussen blijft het behelpen voor boeren en verwerkende bedrijven. Er worden vanuit de overheid wel kleine initiatieven ontplooid die echter weinig zoden aan de dijk zetten ten aanzien van de export, ook al omdat de politiek zich daar mede mee bemoeit. Van ogenschijnlijk onduidelijke projecten, zoals de bouw van een Chinees landbouwcentrum in Saramacca en het kassenteeltproject in Nickerie, is het maar de vraag of heel Suriname daar baat bij heeft, of dat alleen een select groepje hier vruchten van plukt.

Hetzelfde geldt voor de bouw van een particuliere rijstverwerkingsfaciliteit voor het bedrijf Jai Kisaan in de Prins Bernhardpolder te Nickerie, waar de regering het lieve sommetje van zes miljoen dollar voor uittrekt. Volgens president Chandrikapersad Santokhi zal deze investering helpen om de bevolkingslandbouw te ondersteunen en zal het de landbouwers van Nickerie helpen om hun opbrengsten efficiënter te verwerken. Of dat werkelijk zo is, zal nog moeten blijken.

Het lijken in ieder geval ad-hoc initiatieven, die geen onderdeel uitmaken van een weloverwogen beleidsplan om de potentiële goudmijn die de agrarische sector is, daadwerkelijk te gelde te maken. En dus blijft de voedselschuur voorlopig leeg.

ANALYSE

Vier MoU's voor bevordering van investeringen

Ingediend door admin op
De Suriname Energy Chamber en de Suriname Hospitality and Tourism Association hebben ook een MoU getekend. Rechts Orlando Olmberg, CEO. (Foto: CDS)

Er zijn vier overeenkomsten getekend om investeringen te bevorderen. Drie Memoranda of Understanding (MoU's) zijn getekend tussen de Suriname Investment and Trade Agency (SITA), het Curaçaose Handels- en Investeringsbevorderingsbureau (CINEX), de Suriname Energy Chamber (SEC) en de Suriname Hospitality

and Tourism Association (SHATA). De vierde betreft een MoU dat de SEC en CINEX onderling hebben bezegeld. De officiële ondertekening vond plaats op 6 februari in het Assuria High-Rise Event Center in Paramaribo.

Amar Alakramsingh, CEO van SITA, benadrukt het belang van deze MoU’s: “Het tekenen van deze Memoranda of Understanding is een strategische stap binnen het SITA-programma, meldt de Communicatiedienst Suriname. Het doel is om samenwerkingen op te zetten met organisaties wereldwijd, zodat Suriname kan profiteren van de kennis en ervaringen van succesvolle landen, en zo investeringen en exportbevordering kan stimuleren.”De ondertekende MoU’s richten zich op drie belangrijke sectoren in
Suriname: de energiesector, de hotelsector en het bredere handels- en investeringsklimaat. De Suriname Energy Chamber zal samen met SITA en CINEX (het Curaçaose investeringsbureau), werken aan het aantrekken van buitenlandse investeringen, met name in de olie- en gasindustrie. De samenwerking tussen de drie partijen richt zich op het faciliteren van joint ventures en het ondersteunen van Surinaamse bedrijven bij het aangaan van buitenlandse partnerschappen. Ook zal er specifiek aandacht zijn voor de ontwikkeling van lokale ondernemingen en de bescherming van Surinaamse bedrijven. Daarnaast wordt met SHATA gewerkt aan het bevorderen van investeringen in de toeristische sector. Dit zal onder andere bijdragen aan de groei van de hotelsector en een ruimere toerisme-industrie in Suriname.Orlando Olmberg, CEO van de Suriname Energy Chamber, benadrukt dat deze samenwerking essentieel is om bedrijven die willen investeren in Suriname te faciliteren. Volgens hem kan Suriname zijn positie als belangrijke speler in de energiesector versterken met de ervaring van Curaçao in de olie- en gasindustrie en de financieringsmogelijkheden die CINEX biedt. “De samenwerking met SITA zal tevens bijdragen aan het aantrekken van investeringen in de regio”, zegt Olmberg. Door deze MoU’s wordt de basis gelegd voor een gestructureerde en succesvolle samenwerking die Suriname zal helpen zijn economische groei te versnellen

Verdachten op de vlucht na inbraak bij woning politieagent

Ingediend door admin op

Bij een woning van een politieagent aan de Wilhelminaweg in Suriname, is vrijdag een inbraak gepleegd. Drie verdachten sloegen na de inbraak op de vlucht in een grijs gelakte Toyota Vitz.

De inbrekers maakten een onbekende hoeveelheid geld en sieraden buit. Er zijn geen dienstwapen of andere politie-attributen van de agent meegenomen.

Volgens de eerste meldingen probeerde men de vluchtauto klem te rijden. Hierbij liep het voertuig schade op aan de linkerachterzijde.

Desondanks wisten de verdachten te ontkomen en vluchtten zij via de Tout Lui Fautweg richting de Martin Luther Kingweg.

De Surinaamse politie heeft een onderzoek ingesteld en is op zoek naar de

verdachten.

DA'91: Respect burgerrechten essentieel voor eerlijke verkiezingen

Ingediend door admin op

Het nieuws  dat er grote delen van ons land zijn, met name ons binnenland, die geen optimaal gebruik hebben kunnen maken van hun recht  gedurende de volledige periode van ter inzage legging van de kiezerslijsten, is zeer verontrustend voor DA’91.

De partij begaf zich reeds enige weken terug zelf naar met name het Inheemse dorp Redi Doti om de gemeenschap

te helpen bij de elektronische controle van de kiezerslijsten. Telefonisch bereikte de partij meerdere verzoeken voor de elektronische controle waar de partij ook nog steeds gevolg aangeeft. Opvallend is dat de discussie onder de beleidsmakers zich vastpint op het gebrek aan financiën om tijdig de kiezersregisters naar het binnenland van Suriname te brengen. Hierbij staan de autoriteiten er helemaal niet bij stil dat dit een schending van de rechten van de kiezers in deze gebieden betreft.

Bij de planning van de verkiezingen zou verwacht mogen worden dat voor alle wettelijk verplichten trajecten er voldoende financiën gereserveerd waren. DA’91 vind het

uitermate belangrijk dat elke burger zijn rechten gerespecteerd worden. Bij de komende verkiezingen is het cruciaal dat elke kiezer zijn of  haar stem kan uitbrengen zonder daarbij slachtoffer te worden van nalatigheid van de regeringsautoriteiten.

De wettelijke ter inzage legging van de kiezerslijsten moet burgers in staat stellen om hun gegevens op de kiezerslijst te controleren en waar nodig correctie aan te vragen. Dit is een vast onderdeel van de verkiezingskalender. De periode gedurende welke elke burger gebruik hiervan kan maken is ook vastgelegd bij wet. Het is dan ook niet acceptabel dat naar nu blijkt, delen van onze samenleving niet in staat gesteld zijn van dit wettelijk toegekend recht gebruik te maken.

De consequenties hiervan zijn enorm voor de kiezers en kunnen erin resulteren dat er nog meer thuisblijvers zijn deze verkiezing of mensen hun stemrecht ontnomen wordt doordat zij niet of niet goed zijn vermeld in het kiesregister.

DA’91 doet een dringend beroep op de regering en met name het Ministerie van Binnenlandse Zaken dat ons totaal grondgebied volledige inzage geniet van het kiezersregister voor een gelijk durende periode. Dat wil zeggen als het te laat aanvangt in het binnenland, dan moet het in dat gebied langer mogelijk zijn ( c.q. de wettelijke toegekende duur ) worden gegeven aan de betreffende gemeenschap voor controle en ter inzage legging.

Dergelijke onvolkomenheden in het verkiezingsproces roepen ernstige vragen op over de wijze waarop de voorbereiding van de Algemene, Vrije en Geheime Verkiezingen van 25 mei 2025 worden voorbereid en in hoeverre daadwerkelijk elke burger die daartoe gerechtigd is zijn/haar stem in alle vrijheid zal kunnen uitbrengen. DA’91 heeft zich reeds vroeg ten dienste gesteld van de binnenlandse gemeenschappen om via de partij elektronisch het kiesregister te controleren. De partij is nog steeds ter beschikking van de gemeenschap om deze assistentie te verlenen. DA’91 doet een dringend beroep op de regering de voorbereiding en uitvoering van de verkiezingskalender op een goede, rechtvaardige en conform de wet vereiste wijze te doen plaatsvinden.

Een andere issue die bij de partij bevreemding oproept is dat nu minder dan twee weken voordat politieke organisaties zich zullen registreren voor deelname aan de algemene, vrije en geheime verkiezingen het vereiste Staatsbesluit zoals vermeld in de Kiesregeling met betrekking tot de waarborgsom, nog steeds niet gepubliceerd is. Uitgaande van de extreme hoogte van de waarborgsom en de voorzieningen die vele participerende partijen zullen moeten treffen teneinde dit bedrag tijdig te storten, is het ongehoord dat nu nog steeds de vereiste informatie conform de wet, niet bekend is.

DA’91 spreekt de hoop uit dat dit niet de zoveelste poging is om vooral de buitenparlementaire politiek op achterstand te zetten in de participatie in de democratie door deelname aan de verkiezingen.  DA’91 doet een dringend beroep op de president liever gister dan vandaag te voldoen aan de wettelijke verplichting zoals vastgelegd in artikel 31 lid 6 van de Kiesregeling.

Personeel AdeKUS eist achterstallige betalingen vóór 15 februari

Ingediend door admin op

Medewerkers van de Anton de Kom Universiteit van Suriname (AdeKUS) hebben zich woensdag verzameld bij het kabinet van vicepresident Ronnie Brunswijk om betaling van hun achterstallige salarissen en toeslagen te eisen. Volgens de werknemers wachten zij al sinds juli op hun beloofde loonaanpassingen en andere financiële tegemoetkomingen.

Volgens Shita Rambaran, een vertegenwoordiger van de universiteitsmedewerkers, heeft de overheid zich niet gehouden aan gemaakte afspraken. “We hebben sinds juli geen enkele verhoging ontvangen en we zijn hier om ons geld te halen. Niet te vragen, maar te halen. Ons 15% en 20% zijn beloofd, maar we hebben niets gezien.”

De medewerkers geven aan

dat hen in december en januari nog werd verzekerd dat de betalingen spoedig zouden plaatsvinden. Toch bleef het geld uit. “We kregen de belofte dat in januari onze normale salarissen met een verhoging van 20% uitbetaald zouden worden, maar dat is niet gebeurd,” zegt een werknemer. “We hebben gewacht, brieven geschreven en geprobeerd om informatie te krijgen, maar we worden niet gehoord.”

De medewerkers zijn niet naar de minister van Onderwijs gestapt, maar rechtstreeks naar vicepresident Brunswijk. “De vp is hoger dan de minister en heeft de macht om samen met de minister van Financiën en het universiteitsbestuur een oplossing te

vinden,” zegt een medewerker.

“Wij wachten niet tot eind februari. We willen uiterlijk voor 15 februari ons geld.”

De ontevreden werknemers zeggen dat de situatie niet langer houdbaar is. “We hebben kinderen die naar school moeten, gezinnen die afhankelijk zijn van ons inkomen. Mensen moeten kiezen tussen eten op tafel zetten of schoolgeld betalen,” aldus een medewerker.

Een ander voegt toe: “Het is niet dat we niet willen werken, maar we kunnen niet blijven functioneren zonder dat onze rechten worden gerespecteerd. Dit is geen staking, maar een noodzakelijke actie om te krijgen waar we recht op hebben.”

Volgens vakbondsvertegenwoordiger Blanker ligt het probleem bij de overheid, die niet consistent handelt. “De regering heeft met andere sectoren afspraken gemaakt en betalingen uitgevoerd, maar bij ons wordt het vooruitgeschoven,” zegt hij. “Als je als overheid afspraken maakt, moet je die nakomen.”

Hij hekelt de rol van de minister van Onderwijs en Financiën, die volgens hem onvoldoende prioriteit geven aan de universiteitsmedewerkers. “Dit is niet de eerste keer dat we in beraad zijn. We zijn hier omdat de regering ons niet serieus neemt. De vp moet dit oplossen.”

Vicepresident Brunswijk heeft aangegeven dat hij overleg voert met de minister van Onderwijs en Financiën om tot een oplossing te komen. De medewerkers blijven echter bij hun standpunt: “Geen uitstel, geen vage beloften. We willen ons geld nu.”

Het personeel van de universiteit blijft in beraad totdat er een concrete oplossing op tafel ligt. “Als er geen snelle oplossing komt, kunnen verdere acties niet worden uitgesloten,” waarschuwen de medewerkers.

Kuldipsingh ziet gezamenlijke groei tussen internationale- en lokale ondernemers

Ingediend door admin op

De International Business Conference (IBC) is een bijeenkomst die zich toelegt op het verbeteren van de facilitering van bedrijfsactiviteiten en het bevorderen van buitenlandse kapitaalinvesteringen in Suriname en Guyana. Het thema van dit jaar heeft als doel nieuwe wegen te openen voor bedrijfsgroei en strategische vooruitgang voor zowel lokale als internationale ondernemingen. De economische vooruitgang in de regio zal hierdoor tegelijkertijd worden aangewakkerd. Minister Rishma Kuldipsingh van het ministerie van Economische Zaken, Ondernemerschap en Technologische Innovatie (EZ) heeft tijdens de 2e editie van de IBC Suriname, internationale bedrijven aangemoedigd om samen te werken met Surinaamse ondernemers om wederzijdse groei te ontsluiten. De 2e editie

van IBC, die werd gehouden van 4-6 februari 2025, heeft plaatsgevonden in Paramaribo, Suriname.

Volgens minister Kuldipsingh is Suriname een gezegend land met overvloedige natuurlijke hulpbronnen, rijke culturele diversiteit en een toewijding aan economische diversificatie. Zij onderstreept dat de regering zich inzet om het gemak van zakendoen in Suriname te verbeteren door middel van gerichte hervormingen, moderne infrastructuur en ondersteunend beleid. Vervolgens werkt het ministerie ook samen met verschillende instellingen en internationale organisaties om onze wetten en regelgeving verder te versterken, zodat Suriname een veilige en betrouwbare bestemming voor investeerders blijft.

Minister Kuldipsingh benadrukt dat in samenwerking met de Wereldbank, Suriname is

begonnen met het Competitiveness and Sector Diversification Project, gericht op het verbeteren van het zakelijke klimaat van het land en het bevorderen van economische diversificatie. Het ministerie versterkt lokale bedrijven door initiatieven zoals het Midden- en Kleinbedrijf (MKB)-beleid en het Kleine en Middelgrote Ondernemingen (KMO)-fonds die financiering, mentorschap en ondernemerstraining bieden aan lokale bedrijven.

Suriname omarmt technologie om het bestuur en de bedrijfsefficiëntie te verbeteren. De minister heeft aangegeven dat de digitalisering van het vergunningsproces en de introductie van e-governance systemen de bureaucratie hebben verminderd en de transparantie verder hebben vergroot. Investeringen in ICT-infrastructuur en de ontwikkeling van tech-startups worden gestimuleerd om Suriname te positioneren als leider in digitale transformatie binnen de regio. De minister heeft tot slot opgeroepen dat Suriname open staat voor het doen van zaken en dat de regering een ​​omgeving creëert waarin bedrijven en partnerschappen floreren.

KPS politiekapel vervolgd project muzieklessen verzorgen aan kinderen in kansarme buurten

Ingediend door admin op

Het politiekapel van het Korps Politie Suriname heeft op heden donderdag 06 januari 2025 de leerlingen van de 4de, 5de en 6de klas van de O.S. Munderbuiten school en O.S. Stolkbuiten kennis laten maken met de verschillende muziekinstrumenten. Dit is onderdeel van het project van de minister van justitie en politie, Kenneth Amoksi die als doel had, kinderen in kansarme buurten muzieklessen te laten volgen om zodoende positief bezig te zijn en zich te richten op een productieve toekomst.

Dit project is reeds 2 jaren terug gestart in het jeugddetentiecentrum Opa Doeli. De draad is wederom opgepakt om dit

project te vervolgen. De buurtorganisaties van Sophiaslust, Stiwewa zijn al aangedaan voor verdere afspraken. Verder is ook de buurtorganisatie Stibula aangedaan alwaar het project nog steeds vordert.

De muzieklessen worden verzorgt aan de schoolkinderen door leden van de Politie muziekkapel. Het is de bedoeling dat de buurtorganisaties benaderd worden om muzieklessen te verzorgen ook aan kinderen in overige kansarme buurten.

Ramdin roept diaspora op te investeren in Suriname

Ingediend door admin op
Minister Albert Ramdin spreekt de '1st Business Summit of Diaspora Suriname' toe. Het event duurt drie dagen en wordt vandaag afgesloten. (Foto: BIBIS)

Minister Albert Ramdin van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking heeft tijdens de 1st Business Summit of Diaspora Suriname opgeroepen tot strategische samenwerking. “Suriname bevindt zich op de drempel van een ingrijpende economische transformatie, gedreven door

recente offshore olie- en gasontdekkingen die ons op de wereldwijde energiekaart hebben geplaatst, toonaangevende investeerders hebben aangetrokken en ongeëvenaarde kansen hebben geboden voor nationale ontwikkeling”, zei de minister. 

Het event, welke drie dagen beslaat onder het thema Unity overcomes distance wordt gehouden door het Directoraat International Business en het Diaspora Instituut Suriname, een werkarm van het ministerie. Vandaag wordt vervolgd met diverse workshops en paneldiscussies en een tentoonstelling in Prince Ballroom waarbij de bevordering van investeringen en handelsmogelijkheden in sectoren zoals landbouw, toerisme, productie, energie, aquacultuur, visverwerking en technologie centraal staan.

Ramdin stipte enkele belangrijke sectoren aan voor
diaspora betrokkenheid, waaronder de gas- en oliesector, agri-business, bosbouw en hernieuwbare energie, vastgoed- en infrastructuurontwikkeling en technologie en innovatie. Voorts benadrukte hij de noodzaak voor concrete bijdragen. “Om het volledige potentieel van onze diaspora te benutten, is het essentieel dat we verder gaan dan discussies en daadwerkelijke, op lange termijn gerichte, programma’s implementeren die concreet bijdragen aan duurzame samenwerking, zoals mentorschap en vaardigheidsoverdracht en een Diaspora Investment Platform.” Het Platform moet dienen als centrale hub om investeringen te faciliteren, diaspora-ondernemers te verbinden met lokale netwerken en ondersteuning te bieden bij regelgeving en financiën.In zijn toespraak haalde minister Ramdin de onbreekbare band aan tussen Suriname en zijn diaspora en riep op tot samenwerking om economische groei te stimuleren, en dat het Directoraat International Business en het Diaspora Instituut Suriname het platform speciaal gecreëerd hadden om bedrijfsleiders, beleidsmakers en investeerders met elkaar in contact te brengen en een basis te leggen voor verdere economische samenwerking. De minister riep verder op tot het benutten van de aanwezige expertise en investeringsmogelijkheden, met als doel Suriname te transformeren tot een welvarende en duurzame economie.Ramdin sprak zijn vertrouwen uit in de toekomst en hij riep ondernemers, investeerders en professionals op om gezamenlijk te werken aan een inclusieve en veerkrachtige economie. De conferentie markeert volgens hem het begin van een hernieuwd partnerschap tussen Suriname en zijn wereldwijde diaspora, waarbij samenwerking en innovatie de sleutel vormen tot duurzame groei en ontwikkeling.