• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Succesvolle afronding Learning for Life-project: 13 jongeren klaar voor werk in de hospitalitysector

Ingediend door admin op

Dertien jongeren hebben met succes het Learning for Life social community project afgerond. De afsluiting vond plaats bij Surinaamse Brouwerij, samen met trainers, stagebedrijven en partners. Met het uitreiken van de certificaten begint nu de volgende fase: doorstroom naar werk binnen de hospitalitysector.

Het project maakt deel uit van Brouwen aan een Beter Suriname (BaBS), de lokale invulling van HEINEKEN’s duurzaamheidsprogramma Brewing a Better World, en werd uitgevoerd in samenwerking met Stichting Buurtwerk Latour (STIBULA), Orga Nice en het International Hospitality and Tourism College (IHTC).

De jongeren volgden een intensief traject met vakgerichte opleidingen, soft-skillstrainingen en praktijkervaring. Bij IHTC werden zij getraind in

onder meer klantzorg, persoonlijke ontwikkeling, food & beverage service en bartending. Daarnaast behaalden zij de EVAS-certificering via STIVASUR en volgden zij een professionele biertaptraining bij Surinaamse Brouwerij.

In de praktijkfase liepen de deelnemers stage bij gerenommeerde horecabedrijven zoals Torarica Resort, Courtyard by Marriott Paramaribo, Radisson Hotel Paramaribo en Moments Restaurant & Lounge, in functies variërend van Front Office tot Bar en Food & Beverage.

Surinaamse Brouwerij spreekt haar waardering uit voor alle partners en stagebedrijven die dit traject mogelijk hebben gemaakt. Met de afronding van het programma wordt nu actief ingezet op baanplaatsing, zodat de deelnemers duurzaam kunnen doorstromen naar werk. Daarmee

wordt de kern van Learning for Life, opleiding en toekomstperspectief, concreet waargemaakt.

GESCHIL OVER HERVERZEKERING NA BRAND FERNANDES BOTTLING BELANDT IN ARBITRAGE

Ingediend door admin op

De afwikkeling van de brandschade die in juni 2021 ontstond bij Fernandes Bottling Company heeft geleid tot een juridisch geschil tussen verzekeringsmaatschappij Self Reliance en een buitenlandse herverzekeraar.

Nadat Self Reliance de schade had vastgesteld en een bedrag van naar schatting 25 miljoen Amerikaanse dollar aan Fernandes Bottling uitkeerde, weigerde de herverzekeraar deze claim te vergoeden. Het meningsverschil draait om de vraag of het risico correct is ondergebracht binnen de afspraken van het herverzekeringsverdrag. Omdat partijen het daarover niet eens zijn geworden, is besloten de zaak via arbitrage te laten beslechten.

Uit informatie die is verkregen uit kringen rond het dossier blijkt

dat de buitenlandse herverzekeraar van mening is dat Self Reliance het risico niet op de juiste wijze heeft gecedeerd. Volgens de herverzekeraar zijn de voorwaarden van het toepasselijke herverzekeringsverdrag niet volledig nageleefd. Mocht het arbitragecollege deze visie volgen, dan kan dat betekenen dat Self Reliance zelf een aanzienlijk deel van de uitgekeerde schade moet dragen, of dat slechts een beperkt deel van het geclaimde bedrag wordt vergoed.

Een ingewijde legt uit dat bij grote verzekeringsrisico’s doorgaans gebruik wordt gemaakt van verschillende vormen van herverzekering. Eén daarvan is facultatieve herverzekering, waarbij een specifiek risico grotendeels wordt overgedragen aan een herverzekeraar en de

lokale verzekeraar slechts een beperkt eigen aandeel behoudt. Een andere veelgebruikte vorm is herverzekering via een treaty, waarbij vooraf vaste afspraken worden gemaakt over de verdeling van risico’s binnen een portefeuille. In dergelijke verdragen houdt de verzekeraar meestal een klein percentage van het risico zelf. In dit geval zou Self Reliance het risico volledig via een surplus treaty hebben ondergebracht. Volgens de bron brengt dat bij grote schades extra financiële kwetsbaarheid met zich mee.

In het jaarverslag over 2021 heeft de directie van Self Reliance voor het eerst melding gemaakt van de brand bij Fernandes Bottling Company. Daarin werd aangegeven dat het ging om een aanzienlijke schade en dat de verzekering was ondergebracht binnen het herverzekerings-surplusverdrag van de maatschappij. Nadat onafhankelijke schade-experts de omvang van de schade hadden vastgesteld, maakten de herverzekeraars bezwaar tegen de wijze waarop het risico was gecedeerd. Conform de bepalingen in het verdrag riepen zij hun recht op arbitrage in.

Ook in het jaarverslag over 2022 kwam de kwestie opnieuw aan bod. De directie meldde daarin dat gedurende dat jaar intensief is gewerkt aan de afhandeling van de brandclaim. Daarbij werden internationale schade-experts en gespecialiseerde advocaten ingeschakeld. Dit gebeurde in overleg met de Raad van Commissarissen en het bestuur. Ondanks deze inspanningen bleven de herverzekeraars bij hun standpunt dat de inrichting van de risico’s niet overeenkwam met de afspraken in het herverzekeringsverdrag.

Omdat het verschil van inzicht bleef bestaan, is besloten het geschil voor te leggen aan een arbitrage-tribunaal, zoals vastgelegd in het treaty. Partijen hebben inmiddels overleg gevoerd over de samenstelling van het tribunaal en over de te volgen procedures. Self Reliance laat zich in deze zaak bijstaan door advocaat Hans Londonck Sluijk, die gespecialiseerd is in herverzekeringsrecht.

De verzekeringsmaatschappij heeft haar memorie van eis inmiddels ingediend bij het arbitrage-tribunaal. De volgende stap is het indienen van de memorie van verdediging door de herverzekeraar. Volgens informatie uit de jaarverslagen zou het arbitrageproces in Nederland beginnen in januari van dit jaar. In de aanloop daarnaar heeft een van de panelleden van het treaty contact gezocht met Self Reliance om te spreken over de mogelijkheid van een schikking. Dat overleg stond gepland voor december. In afwachting daarvan hebben de overige panelleden zich beraad over het verdere verloop van de arbitrage.

Vanwege de onzekerheid over de uitkomst heeft Self Reliance in de jaarrekening over 2021 een financiële voorziening getroffen. Deze voorziening is bedoeld om eventuele tegenvallers op te vangen indien de herverzekeraars de claim geheel of gedeeltelijk afwijzen. Tegelijkertijd geeft de directie aan dat zij blijft anticiperen op ontvangst van de herverzekeringsvergoeding. Daarbij wordt erkend dat het uiteindelijke bedrag kan afwijken van het bedrag dat nu in de boeken is opgenomen. Volgens de directie weerspiegelt dit de voorzichtigheid die wordt betracht bij de financiële verslaglegging.

De brand en het daaropvolgende geschil hebben ook invloed gehad op de financiële resultaten van Self Reliance. In 2021 daalde het verzekeringsresultaat met 73 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Dat jaar werd afgesloten met een verlies van SRD 427 miljoen. Volgens de directie was deze terugval het gevolg van meerdere factoren. Zo daalden de verdiende premies met 28 procent, terwijl de schade-uitkeringen met zestien procent toenamen. De daling van de premie-inkomsten wordt toegeschreven aan hyperinflatie, een verdere overdracht van risico’s aan herverzekeraars en een hogere premiereserve in verband met de toepassing van IFRS-standaarden. De stijging van de schadelast hangt samen met inflatie, de waardedaling van de Surinaamse dollar ten opzichte van de Amerikaanse dollar en een toename van brandschades.

In het jaarverslag wordt verder toegelicht hoe herverzekeringsverplichtingen boekhoudkundig worden verwerkt. Het aandeel van herverzekeraars in de verzekeringsverplichtingen valt onder IFRS 4 en blijft op de balans staan totdat deze verplichtingen zijn afgewikkeld of vervallen. Deze verplichtingen worden aangemerkt als kortlopende schulden en bestaan uit bedragen die moeten worden voldaan aan binnen- en buitenlandse verzekeringsmaatschappijen. De toename ervan wordt verklaard door wisselkoersontwikkelingen en de groei van de verzekeringsportefeuille.

Op vragen over de huidige stand van zaken liet de directie van Self Reliance via het secretariaat weten dat op dit moment nog geen inhoudelijke reactie kan worden gegeven. De kwestie wordt intern besproken, maar vanwege de drukte in december en de afwezigheid van enkele betrokkenen vergt dit meer tijd. De directie verwacht binnen afzienbare tijd met een nadere toelichting te komen.

UNITEDNEWS

ZAL DE SURINAAMSE MUNT STIJGEN IN WAARDE?

Ingediend door admin op

Het recente bericht in Times of Suriname dat de Surinaamse dollar (SRD) in kracht zal toenemen door de verwachte offshore olieproductie in Blok 58, klinkt als een verademing. Het Staatschuldenplan 2026 schetst twee duidelijke toekomstbeelden: een geleidelijke, maar onhoudbare schuld-bbp-ratio van 96% zonder olie (boven het wettelijke plafond van 60%), en een rooskleurige 43% met olie vanaf 2028. Hoewel deze projecties hoop geven, is het cruciaal om de aannames en afhankelijkheden in deze analyse kritisch onder de loep te nemen.

Het hele optimisme is gebaseerd op één fundamentele en onzekere variabele: de start en omvang van de offshore olieproductie in 2028,

gekoppeld aan een stabiele olieprijs. Het Staatschuldenplan gaat uit van een gemiddelde olieprijs van USD 72,5 per vat in de periode 2025-2029. De realiteit, zoals het oorspronkelijke artikel vermeldt, is dat de marktprijs momenteel onder de USD 60 per vat verhandeld wordt. De vraag is dan ook: wat gebeurt er met de schuld-bbp-ratio als de gemiddelde olieprijs substantieel lager uitvalt dan USD 72,5? De verwachte instroom van ‘oliedollars’ en daarmee de verwachte versterking van de SRD staat of valt bij deze prijs. Elk structureel tekort aan deze verwachte inkomsten zal de projectie van 43% tenietdoen.

Daarnaast creëert de zware leuning op

inkomsten uit olie een klassieke ‘Dutch Disease’ (Hollandse Ziekte) risico. Een sterke SRD door olie-inkomsten maakt Surinaamse producten en diensten (zoals landbouw en toerisme) duurder voor het buitenland, waardoor deze sectoren minder competitief worden.

De economische basis wordt dan smaller en volledig afhankelijk van de grillen van de internationale oliemarkt. Dit is geen duurzame groei. Voldoende diversificatie en versterking van niet-oliegebonden sectoren zijn essentieel om de economie te beschermen tegen toekomstige olieprijsschokken.

Tot slot begint de drastische verbetering van de schuld-bbp-ratio pas vanaf 2028. Dit betekent dat de regering de komende drie jaar (2025-2027) de financiën zodanig moet beheren dat de schuld niet onbeheersbaar wordt in de aanloop naar de olie-inkomsten. De schuld-bbp-ratio stijgt in 2025 door kapitaalinjecties en het overheidstekort. Zonder strenge fiscale discipline tot 2028 kan de schuld alsnog te hoog oplopen, waardoor de toekomstige oliedollars primair gebruikt moeten worden voor schuldaflossing in plaats van voor duurzame ontwikkeling of het opbouwen van een stabilisatiefonds.

Het Staatschuldenplan 2026 is geen garantie; het is een beleidsinstrument dat het beste scenario schetst op basis van cruciale aannames. Ja, de Surinaamse munt kan in kracht toenemen en de schuld kan beheersbaar worden. Maar dit is alleen het geval als de offshore productie exact volgens schema en verwachting in 2028 van start gaat, de internationale olieprijs structureel hoog blijft, en de overheid de periode tot 2028 overbrugt met een strenge en transparante begroting. Als analisten moeten we de projectie van 43% schuld-bbp-ratio beschouwen als een doel in plaats van een zekerheid. De regering is nu aan zet om niet alleen de olieproductie te realiseren, maar ook om het land te beschermen tegen de valkuilen van onzekere olieprijzen en het gevaar van de ‘Hollandse Ziekte’. Zonder een robuust plan voor diversificatie en transparant beheer van de oliedollars, blijft de SRD kwetsbaar.

UNITEDNEWS

Gezochte Ruimwijk eerder vervolgd na dodelijke schietpartij, nu verdacht in zaak-Sherwin

Ingediend door admin op

De oproep van de Nederlandse politie om uit te kijken naar Hugo Ruimwijk (47) in de zaak van de zogeheten ‘maïsveld-moord‘ krijgt een extra lading nu duidelijk is dat de Rotterdammer al eerder betrokken is geweest bij een zaak met dodelijke afloop.

In die eerdere zaak schoot Ruimwijk in 2010 zijn beste vriend dood in Rotterdam. Hij beweerde dat het per ongeluk gebeurde, toen beiden met een wapen zaten te spelen.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

Ruimwijk werkte het lichaam weg door het in een tapijt te wikkelen en het stoffelijk overschot

samen met anderen in het water van natuurgebied De Esch te dumpen. In die zaak werd tien jaar cel tegen hem geëist.

Ruimwijk is in het verleden al meermalen veroordeeld voor wapenbezit en ernstige gewelddelicten. De Rotterdammer wordt nu door de Nederlandse politie verdacht van betrokkenheid bij de gewelddadige dood van Sherwin Peterhof (41), wiens lichaam gedumpt werd in een maïsveld in België.

De autoriteiten vermoeden dat Ruimwijk kort daarna naar Suriname is uitgeweken en de politie deelde daarom zijn naam en foto om tips los te krijgen. Het Nederlandse Openbaar Ministerie looft daarbij 7.500 euro uit voor de gouden tip

die leidt tot zijn aanhouding.

Dat de zaak hoog wordt opgenomen, blijkt ook uit de inzet op locatie: Nederlandse rechercheurs zijn op dit moment in Suriname om samen met lokale autoriteiten de zoektocht te coördineren.

De oproep aan inwoners in Suriname is helder: wie Ruimwijk herkent of weet waar hij verblijft, wordt gevraagd die informatie te delen met de politie. Ook wordt rekening gehouden met de mogelijkheid dat de verdachte vanuit Suriname is doorgereisd richting Guyana of Frans-Guyana.

Monorath: “Niets aan de hand met een waarnemend korpschef”

Ingediend door admin op

Er is volgens minister Harish Monorath van Justitie en Politie niets aan de hand met het feit dat het Korps Politie Suriname (KPS) het sinds medio augustus moet doen met een waarnemend korpschef (kc).

De bewindsman vindt dat commissaris Melvin Pinas zijn werkzaamheden tot nu toe normaal heeft uitgevoerd als waarnemend kc.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

“Er is niets aan de hand. We hebben een waarnemend korpschef en die postuleert nu vier maanden. De werkzaamheden worden normaal uitgevoerd en hij heeft dezelfde bevoegdheden als wanneer iemand korpschef zou zijn. Dus ik

heb nog geen haast met die procedure”, zei de bewindsman vrijdag op een regeringspersconferentie.

Het benoemen en ontslaan van een korpschef is een aangelegenheid van de president. Pinas werd waarnemend kc nadat hoofdcommissaris Bryan Isaacs met onmiddellijke ingang uit zijn functie als kc werd ontheven.

Deze maatregel volgde op een reeks incidenten die het imago van het politiekorps onder druk hadden gezet. Zo verdwenen bij de Narcoticabrigade aanzienlijke geldbedragen, sieraden en mobiele telefoons. Ook bij politiebureau Munder werden politiefunctionarissen aangehouden voor de verduistering van ruim SRD 1 miljoen.

‘Dompie’ (17) aangehouden na straatroof waarbij telefoon werd gestolen

Ingediend door admin op

De politie in Suriname heeft een 17-jarige jongen aangehouden voor een straatroof waarbij een Samsung-telefoon is buitgemaakt aan het Molenpad, ter hoogte van Yin Rong Autoparts. Het incident vond plaats op vrijdag 12 december 2025 rond 21.15 uur.

Een 60-jarige man deed de volgende dag aangifte bij het politiebureau. Hij verklaarde dat hij die vrijdag rond 21.00 uur van huis vertrok om naar zijn werk te gaan bij een beveiligingsbedrijf en enkele minuten later op de locatie stond te wachten op vervoer.

(adsbygoogle = window.adsbygoogle || []).push({});

Terwijl hij zijn mobiele telefoon

in zijn linkerhand vasthield, werd het toestel plots uit zijn hand weggenomen.

Volgens de aangever kwamen drie mannen vanuit de Cornelisstraat in de richting van Yin Rong. Hij kon niet precies aangeven wie van de drie de telefoon heeft weggenomen. Wel herkende hij één van hen als ‘Dompie’, die na het voorval wegrende richting de Frederik Derbystraat, terwijl de twee anderen volgens de verklaring wegvluchtten richting de Van ’t Hogerhuysstraat.

De aangever gaf aan zich niet te kunnen herinneren hoe de daders gekleed waren, maar verklaarde te weten dat ‘Dompie’ aan de Frederik Derbystraat, in de buurt van Wi Kontren, woont.

De

zaak is vastgelegd in een proces-verbaal als gekwalificeerde diefstal met geweldpleging en ‘Dompie’ werd diezelfde avond aangehouden door het Quick Response Team die hem daarna overdroeg aan bureau Herman Gooding.

Ontvluchte verdachte weder-aangehouden

Ingediend door admin op

Een gemengd team van de afdeling Kapitale Delicten (KD), het Regio Bijstand Team Paramaribo (RBTP) en de Inlichtingen Dienst heeft de ontvluchte verdachte M.K. (29) op de J.A.P. Internationale Luchthaven te Zanderij na te zijn uitgeleverd, weder aangehouden.

Deze verdachte die ingesloten was in het cellenhuis van het politiebureau Flora, ter zake diefstal met geweldpleging, zag kans om op donderdag 28 augustus 2025 uit het cellenhuis te ontvluchten en Suriname te verlaten. Hij werd echter op Sint Maarten in de boeien geslagen, alwaar hij in het bezit bleek te zijn van een vals Nederlands paspoort.

Na de uitleveringsprocedures werd de

verdachte op 10 december 2025 uitgeleverd aan de Staat Suriname. Bij aankomst op de J.A.P. Internationale Luchthaven te Zanderij, werd hij door het gemengd team aangehouden en ontving de verdachte een verlenging van zijn bevel tot in verzekeringstelling, waarvan hij het afschrift voor ontvangst tekende.

Na te zijn verhoord is hij na overleg met het Openbaar Ministerie hangende het onderzoek overgebracht en ingesloten in één van de Penitentiaire Strafinrichtingen.

Naar aanleiding van zijn ontvluchting en vertrek naar Sint Maarten is er een apart strafdossier tegen hem opgemaakt, waarin hij wordt verdacht van ontvluchting na vrijheidsbeneming.