• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Staatsolie en National Energy Corporation gaan samenwerken voor zonne-energie en aardgas

Ingediend door admin op

Staatsolie Maatschappij Suriname N.V. en National Energy Corporation of Trinidad and Tobago Limited (National Energy) zullen de mogelijkheden onderzoeken om samen zonne-energiecentrales in Suriname en/of Trinidad and Tobago te bouwen. Ook zullen zij samenwerken op het gebied van aardgas. Hiertoe hebben zij vandaag, 4 juni 2024, documenten ondertekend.

National Energy en Staatsolie willen samen duurzame energieprojecten ontwikkelen. Dit is de strekking van een memorandum van overeenstemming (Memorandum of Understanding, MoU) die zij vanmorgen hebben ondertekend. In het MoU zijn er afspraken vastgelegd voor onder meer het uitvoeren van haalbaarheidsstudies voor het gezamenlijk opzetten van zonne-energiecentrales in Suriname en/of Trinidad and

Tobago. Het eerste geïdentificeerd project betreft het verkennen van de mogelijkheden voor het opzetten van installaties in Suriname met een opwekcapaciteit van ruim 45 megawatt-piekvermogen (MWp) elektriciteit, genoeg om ruim 14.000 gemiddelde huishoudens van stroom te kunnen voorzien. Watt-piekvermogen duidt het maximaal vermogen van een zonnepaneel aan onder de optimale omstandigheden.

Naast de MoU is er ook een Letter of Intent (LoI) getekend. De LoI heeft als uitgangspunten capaciteitsopbouw en kennisuitwisseling. De partijen zullen onderling kennis en expertise uitwisselen om hun respectieve energiesectoren vooruit te helpen. Trinidad and Tobago heeft met name met transport, verkoop en lokaal gebruik van aardgas enorm

veel kennis en Staatsolie wil van hen leren. National Energy zal hiertoe samenwerken met haar moederbedrijf National Gas Company of Trinidad and Tobago. Trinidad and Tobago heeft belangstelling voor afname van toekomstige gasproductie uit de offshore van Suriname.

De MoU en de LoI zijn ondertekend door Vernon Paltoo, President van National Energy Corporation en Annand Jagesar, Managing Director van Staatsolie. Dit moment benadrukt de wil van beide bedrijven om sterkere relaties op te bouwen tussen de energiesectoren van Suriname en Trinidad en Tobago.National Energy Corporation of Trinidad and Tobago Limited is een staatsbedrijf dat al 45 jaar toonaangevend is op het gebied van de energieontwikkeling in Trinidad and Tobago. Het bedrijf zet zich in voor het ondersteunen van de duurzame ontwikkeling van de energiesector door middel van innovatieve oplossingen en strategische partnerschappen.

Bewaker PVC Panel International NV gekneveld achtergelaten

Ingediend door admin op

 Twee criminelen hebben afgelopen nacht rond 01.00u een bewaker van PVC Panel International NV aan het Nieuw Industriepark in Suriname beroofd en gekneveld achtergelaten.

Ze hebben eerst de dienstdoende bewaker overmeesterd en gekneveld. Van hem maakten ze zijn telefoon en een flashlight buit.

Daarna maakten de daders bedradingen, machines en een e-bike uit het bedrijf buit. De schade loopt op in de miljoenen zegt een informant aan de redactie van Waterkant.Net.

Het is niet de eerste keer dat criminelen goederen van het bedrijf hebben weggenomen. Na de daad verlieten de daders de plaats te voet en zijn vervolgens met een boot het Saramaccakanaal

overgestoken. De geknevelde bewaker heeft zichzelf kunnen bevrijden. Hij vroeg hulp aan een omstanders die de Surinaamse politie inschakelden.

De agenten van Flora was ter plaatse voor onderzoek. Van de daders ontbreekt nog elk spoor.

STAATSSCHULD DAALT MET SRD 6.5 MILJARD

Ingediend door admin op

Foto: Minister van Financiën en Planning, Stanley Raghoebarsing.

De totale staatsschuld van Suriname is in het eerste kwartaal dit jaar ten opzichte van het laatste kwartaal van 2023 gezakt met SRD 6.5 miljard.

Nochtans zal het nog minstens 13 jaar duren voordat het wettelijk vastgesteld obligoplafond van totaal 60 procent van het bruto binnenlands product (bbp) zal zijn gerealiseerd. De minister van Financiën en Planning geeft in het overzicht van de bruto staatsschuld over de afgelopen drie maanden aan, dat de buitenlandse staatsschuld momenteel SRD 92.7 miljard bedraagt, SRD 4.2 miljard minder dan het vorige kwartaal. De binnenlandse staatsschuld daalde van SRD

27.6 miljard naar SRD SRD 25.2 miljard.

Waar de buitenlandse schuld/bbp-ratio wettelijk op 35 procent is gesteld, ligt dit momenteel met 103.7 procent ver boven de wettelijke norm. De binnenlandse schuld/bbp-ratio ziet er een stuk beter uit. Wettelijk is dit vastgesteld op 25 procent, maar nu is dat 28.2 procent. De totale schuld/bbp-ratio bedraagt 131.9 procent, meer dan twee keer het wettelijk toegestane. Volgens de op 30 september 2020 gewijzigde wet op de Staatsschuld moet de regering binnen zes jaar na inwerkingtreding van de wet de schuldratio beneden 60 procent brengen.

Financiënminister Stanley Raghoebarsing zegt desgevraagd, dat eind 2020 de ratio volgens

het Internationaal Monetair Fonds 147 procent bedroeg, en volgens het Bureau voor de Staatsschuld was dat 121 procent.

Drie jaar later, in 2023, werd de wet op de Staatsschuld weer gewijzigd. Daarin is, aldus Raghoebarsing, aangegeven dat de regering na de inwerkingtreding van deze wet binnen een periode van 13 jaar een obligoplafond van totaal 60 procent gerealiseerd moet hebben.

Raghoebarsing: “Het was reeds in 2022, toen de aanpassingen van de wet besproken werden in commissieverband, duidelijk dat de regering meer dan zes jaar nodig zal hebben om de ratio op 60 procent terug te brengen. Bij de Debt Sustainability Analysis van het IMF in dat jaar was gebleken dat het land circa 15 jaar nodig zal hebben om de wettelijke ratio te halen”.

Momenteel is het Bureau voor de Staatsschuld bezig om alle informatie te verzamelen om de binnenlandse staatsschuld zo volledig mogelijk te presenteren. Per juli 2023 zijn de achterstallige betalingen van lokale leveranciers van goederen en diensten terugwerkend tot en met december 2021 meegenomen in de uitstaande schuld. De minister meldt dat de overtrekkingen van de overheid op rekeningen bij de algemene banken nog in kaart moeten worden gebracht.

UNITEDNEWS

GERELATEERD AAN: MINISTER VAN FINANCIËN EN PLANNING INSTALLEERT COMMISSIE EVALUATIE BTW

 

Steeds meer kwetsbare groepen niet in staat maandelijkse inkopen te doen

Ingediend door admin op

In Suriname hebben steeds meer kwetsbare groepen moeite om hun dagelijkse behoeften te vervullen. Dit geldt ook voor Stichting Huize Betheljada, een pionier op het gebied van zorg voor kinderen en jongvolwassenen met ernstige meervoudige beperkingen. Sinds haar oprichting in november 1979 biedt de stichting 24-uurszorg en dagopvang, en zet ze zich in om een liefdevol en inspirerend thuis te creëren voor haar bewoners. Toch staat ook deze instelling onder grote druk door de toenemende financiële uitdagingen.

Zorginstellingen in de knel

Het probleem is niet uniek voor Betheljada. Veel zorginstellingen in Suriname ervaren momenteel financiële moeilijkheden, waardoor ze niet in staat zijn

om in hun basisbehoeften te voorzien. De stijgende kosten van levensonderhoud en de beperkte financiële ondersteuning maken het voor deze organisaties steeds moeilijker om te blijven functioneren.

Betheljada publiceert productenlijst van de maand juni 

Om de kloof te overbruggen, heeft Stichting Betheljada onlangs een lijst met noodzakelijke producten gepubliceerd. Deze lijst dient als oproep aan de gemeenschap om waar mogelijk bij te dragen aan het dagelijkse onderhoud van de bewoners. Door middel van donaties hoopt de stichting essentiële items te kunnen verkrijgen, zoals voedingsmiddelen, hygiëneproducten en medische benodigdheden.

De stichting doet een dringende oproep aan burgers, bedrijven en andere organisaties om bij te

dragen aan de benodigde producten. 

Een grotere kwestie

Het probleem van ontoereikende middelen voor zorginstellingen wijst op een bredere maatschappelijke kwestie. De economische situatie in Suriname heeft een directe impact op de meest kwetsbare groepen in de samenleving. Er is een dringende noodzaak voor structurele oplossingen en beleidsmaatregelen die deze instellingen kunnen ondersteunen.

Veehouders te Leiding 8A lijden onder langdurige wateroverlast

Ingediend door admin op

Veehouders in de omgeving van Leiding 8A kampen al geruime tijd met ernstige wateroverlast als gevolg van aanhoudende regenval. Het vermoeden bestaat dat de trenzen niet tijdig zijn opgehaald tijdens de droge periode, waardoor het overtollige water nu geen weg naar buiten vindt.

De situatie is ronduit nijpend. Boeren zien hun landerijen onder water staan en vrezen voor hun vee en gewassen. De weilanden staan blank en de dieren kunnen niet grazen. Ondanks de enorme impact en de economische schade die de wateroverlast veroorzaakt, heerst er onder de burgers een opvallend gevoel van gemeenschapszin en zelfredzaamheid. 

Eigen redzaamheid

Velen zijn van mening dat

eigen initiatief van cruciaal belang is om de situatie te verbeteren en erger te voorkomen. “We kunnen niet blijven wachten op hulp van buitenaf,” stelt een bezorgde inwoner. “Het is aan ons om samen de trenzen en andere probleemplekken te onderhouden.”

Oproep tot actie

Er zijn al diverse initiatieven ontstaan waarbij buurtbewoners de handen ineenslaan om de trenzen uit te diepen en te zorgen voor een betere afwatering. Dit gebeurt echter niet zonder moeite. Ondanks dit alles is er wel behoefte aan een gecoördineerde aanpak en regelmatig onderhoud van de waterafvoersystemen om dergelijke situaties vanuit de overheid. Om in de toekomst te voorkomen

dat dit wederom gebeurt. 

De veehouders en burgers van Leiding 8A vragen om meer betrokkenheid en steun om de wateroverlast te bestrijden. Daarnaast wordt de lokale overheid aangespoord om hun verantwoordelijkheid te nemen en te zorgen voor duurzaam onderhoud van de trenzen.

LVV-minister Sewdien:

Ingediend door admin op

In Nickerie ligt half miljard in OMO-beleggingen in plaats van in investeringen in agrarische productie

In het district Nickerie ligt een bedrag van ruim een half miljard SRD in OMO-beleggingen in plaats in investeringen in de agrarische productie. Beleggingen in OMO’s brengen voor investeerders minder kopzorgen met zich mee zoals die welke te maken hebben met onder andere weersomstandigheden, afzet en prijzen.

Deze opmerkelijke uitspraak deed Landbouwminister Parmanand Sewdien gisteren tegenover de media bij aanvang van de wekelijkse vergadering van de raad van ministers. De minister ging in algemeenheid in op de verschillende randvoorwaarden die zijn ministerie bezig is in plaats te

zetten om de agrarische productie te stimuleren. De productie van voedsel is primair gericht op voedselzekerheid van de bevolking, maar is tegelijk ook bedoeld om te exporteren en zodoende deviezen voor het land binnen te halen.

Voldoende land

Er is volgens hem genoeg land beschikbaar voor agrarische doeleinden. De landbouwminister geeft toe gehoopt te hebben dat investeerders in de rij zouden staan om in de agrarische sector te investeringen. Dat is echter niet het geval. Wat de exacte redenen daarvan zijn weet hij niet precies, “maar bijvoorbeeld in Nickerie zit ruim een half miljard SRD in OMO-beleggingen”. Men heeft daarmee geen enkele

kopzorg of het nou zon of regen is, aldus de bewindsman.

Sewdien zegt dat zijn beleid bericht is om zoveel mogelijk ondersteuning te bieden aan mensen die in de agrarische productie wensen te investeren. Indien daarbij buitenlandse deskundigen moeten worden ingeroepen, wordt dat ook door LVV gedaan. Zo zegt hij dat LVV bezig is met experts van het Braziliaans bedrijf Embrapa om de teelt van mais in Suriname mogelijk te maken. Echter gaan de zaken helaas niet binnen een wip en een zucht. Zoals met de teelt van nieuwe gewassen  gaat er een heel traject van studies en onderzoekingen aan vooraf.

Importvervanging eiwitproducten

De teelt van mais moet bezien worden tegen de achtergrond van de grondstoffenvoorziening voor de productie van veevoer. Met de eigen maisproductie in de naaste toekomst kan de productie van veevoer lokaal ter hand worden genomen, en daarmee kosten worden bespaard. De productie in de pluimveesector kan daardoor concurrerend worden. Dit alles moet volgens de LVV-minister bezien worden mede in het kader van de importvervanging van voedsel. Twee derde van de voedselbehoefte van Suriname wordt geïmporteerd. Jaarlijks gaat daarmee ruim USD 200 miljoen gemoeid. Het beleid van importvervanging is in deze fase vooral gericht op stimulering van de eiwitproductie, zoals vlees.

Voor wat betreft de agrarische productie in zijn algemeenheid zijn  overschotten daarbij bedoeld voor export. Maar dan dienen daarvoor een aantal randvoorwaarden in plaats te zijn, zoals lab faciliteiten, afzetmarkten en exportfaciliteiten. Zo zou volgens de minister LVV al een tijd op zoek zijn naar financiële middelen op koelcellen voor de groente export op te zetten. Bij goed weer is er volop productie en is er zelfs sprake van overschotten. Het is belangrijk dat er koelcellen komen waardoor voorkomen wordt dat groenteproducten worden weggegooid. Voor wat betreft de rijstproductie zegt de minister dat deze bij de huidige inzaai op 35.000 hectare zal uitkomen. Nog voor het einde van de huidige regeerperiode zal de productie per seizoen op 40.000 hectare komen te liggen, verzekerd Sewdien.

Vermiste jongeren, een zorgwekkende trend

Ingediend door admin op

Het toenemende aantal vermiste jongeren in Suriname baart zorgen. Alleen al in mei werden meer dan tien kinderen gemeld als vermist door de mediakanalen van het Korps Politie Suriname (KPS). Dit aantal is alarmerend, met name gezien het feit dat het gaat om kwetsbare jongeren tussen de 11 en 19 jaar, ongeacht de redenen achter de verdwijningen, de duur van de afwezigheid of de uiteindelijke terugkeer.

Misbruik, verwaarlozing of huiselijk geweld?

De motieven achter de verdwijningen kunnen verschillen van kind tot kind. Sommige jongeren verlaten hun huis vanwege misbruik, verwaarlozing of huiselijk geweld. Anderen worden slachtoffer van mensenhandel of worden betrokken bij

criminele activiteiten. In vele gevallen zijn er psychische problemen of instabiliteit aanwezig.

Problemen in liefdesrelaties

In de Surinaamse samenleving worden vaak redenen gesuggereerd, zoals tijdelijk verblijven bij vriend/vriendin of weglopen vanwege liefdesproblemen. Toch worden de echte oorzaken van vermissingen bij jeugdigen in de meeste gevallen niet grondig onderzocht.

Invloed naaste omgeving

De verdwijning van een kind wordt veel beïnvloed door de naaste omgeving en het gezin.  Elk vermist kind levert niet alleen een emotionele rollercoaster van emoties zoals angst, verdriet en onzekerheid bij de ouders of verzorgers van het kind. Heel vaak speelt woede ook een belangrijke rol. Ouders die wanhopig zijn, posten soms

berichten op sociale media in de hoop dat hun kind snel terugkomt. Hoewel ze dit niet bedoelen, zeggen sommige ouders dat ze uit woede hun kinderen slaan of uitschelden, waardoor het kind uit huis loopt. Desondanks, in de meeste gevallen, na het plaatsen van een oproep en aangifte bij de politie, de kinderen teruggevonden worden, biedt dat geen structurele oplossing voor dit probleem.

Suriname is niet uniek

Over de hele wereld staan regeringen en autoriteiten voor problemen van een toename aan vermiste jongeren. Volgens de gegevens van het National Crime Records Bureau (NCRB) waren in India in 2023 meer dan 47.000 kinderen vermist opgegeven, waarvan 71,4 procent minderjarige meisjes waren.

Risicofactoren

Uit een Amerikaans onderzoek van het National Center for Missing & Exploited Children (NCMEC), uitgevoerd onder 476 kinderen die tussen 2020 en 2023 als vermist waren door online aanlokking, bleek dat kinderen die online worden benaderd vaak al te maken hebben met risicofactoren voordat ze vermist raken, waardoor ze extra kwetsbaar zijn. De belangrijkste factoren zijn mentale gezondheid, een geschiedenis van drugs- of alcoholgebruik, suïcidale gedachten of pogingen en ‘self-harm’ gedrag.

Verband huiselijk geweld en vermissing

Er bestaat een duidelijk verband tussen het weglopen van kinderen en huiselijk geweld. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die in huiselijke omgeving geweld ervaren, een grotere kans hebben om weg te lopen. Ze zoeken een uitweg uit hun zeer slechte situatie, omdat ze zich onveilig voelen.

Kinderrechtenverdrag

Suriname heeft reeds dertig jaar het Kinderrechtenverdrag geratificeerd, waarin de rechten van het kind zijn opgenomen door het UNICEF. Echter rijst de vraag in hoeverre er sprake is van bescherming van de rechten van het Surinaamse kind?

Uit een in 2017 Surinaams uitgevoerd onderzoek naar geweld tegen kinderen bleek dat de rechten van kinderen die volgens hulpverleners het vaakst worden geschonden, Artikel 19 (recht op bescherming tegen geweld, misbruik en verwaarlozing) en Artikel 34 (recht op bescherming tegen seksuele uitbuiting) zijn.

SD

Drugsdealer met 1.790 XTC pillen in bezit aangehouden

Ingediend door admin op

 

Een gemengd team van de politie in Suriname heeft gisteren een 33-jarige man aangehouden met 1.790 stuks XTC-pillen in zijn bezit.

De Surinaamse politie kreeg informatie binnen dat de verdachte op een locatie aan de Leysweg XTC te koop aanbood.

 

Na de informatie uitgewerkt te hebben, werd door een team bestaande uit een unit van de Directeur Operaties KPS (DOKPS) en de Stootgroep Oost besloten om de verdachte D.R. aan te houden ter zake overtreding Wet Verdovende Middelen (WVM).

Op hem werden naast de bovengenoemde hoeveelheid pillen ook een weegschaal, een geldbedrag in SRD en een voertuig aangetroffen.

De verdachte alsook de in beslag genomen

goederen zijn overgedragen aan de afdeling Narcotica Brigade, meldt het Korps Politie Suriname.

D.R. werd voorgeleid en is na afstemming met het Openbaar Ministerie door de politie in verzekering gesteld.