• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Somohardjo over rechtszaak WOOW: soep heter opgediend dan dat deze wordt gegeten

Ingediend door admin op

Minister Bronto Somohardjo van Binnenlandse Zaken (BiZa) vindt dat de voorzitter van de bond bij Openbare Werken (OW), Michael Sallons de soep heter opdient dan dat deze wordt gegeten. De rechter in kort geding heeft onder ander aangegeven dat negatieve rechtsgevolgen niet met terugwerkende kracht kunnen zijn. Daaromheeft het ministerie van BiZa eind januari 2024 tot en met begin februari 2024 weer een VLDR (Verplichte Landsdienaren Registratie) gehouden en aan die personen die zich niet hebben geregistreerd sancties opgelegd, ruimschoots na wijziging van dePersoneelswet in juni 2023.

Over die 2e VLDR heeft de rechter in kort geding niet aangegeven dat

aan die personen die zich niet hebben geregistreerd, geen rechtsgevolgen aan verbonden mogen worden. De rechter in kort geding heeft aangegeven dat de VLDR wel een wettelijke basis heeft. De uitspraak geldt alleen voor de ambtenaren van OW. Voorts heeft de rechter de zaak verwezen naar de bodemprocedure, benadrukt de bewindsman.

“Wij hebben vertrouwen in onze rechters en buigen ons voor elk vonnis. Met dit vonnis in de hand gaan wij samen met de raadsman na hoe zo goed mogelijk uitvoering te geven aan de beslissing van de rechter. De Staat laat zich leiden door de rechtsstatelijke beginselen en het belang

dat de rechter toekent aan het vertrouwen van de Staat”, stelt Somohardjo.

“Nogmaals, wil ik iedereen bedanken die heeft meegedaan met de VLDR inclusief de procureur-generaal en de president van het Hof van Justitie. Door de deelname van meer dan 95% van de landsdienaren, hebben wij een onschatbare waarde aan data verkregen, waardoor wij vele miljoenen hebben bespaard, mede door die besparing hebben wij de koopkrachtversterking van SRD 3500 aan de ambtenaren kunnen verlengen tot eind december en mede door die miljoenen besparingenhebben we ruimte om te onderhandelen met de vakbonden over een nieuwe loonronde.”

Vrouw mishandelt echtgenoot met hulp van haar broers

Ingediend door admin op

De politie in Suriname heeft een 36-jarige vrouw aangehouden, die samen met haar twee broers, haar eigen echtgenoot heeft mishandeld. Ook de broers E.B. (39) en M.H. (31) werden door de Surinaamse politie gearresteerd.

Volgens het 37-jarig slachtoffer S.M. begon het allemaal toen hij op zaterdag 22 juni vredig lag te slapen. Een kloppend geluid op de deur wekte hem, en toen hij opendeed, stond zijn vrouw C.H. voor de deur, klaar voor confrontatie.

Een verhitte woordenwisseling volgde en voordat hij het wist, sprongen de broers in actie.

Het drietal viel S.M. aan met verschillende voorwerpen, waarbij ze geen genade toonden. Onder

invloed van alcohol gingen ze tekeer en lieten S.M. geen keus dan te vluchten.

Met pijn over zijn hele lichaam wist hij aan zijn aanvallers te ontsnappen en rende het huis uit. Later werd hij met verwondingen naar de Spoedeisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo gebracht.

De politie handelde snel en arresteerde het trio. Na voorgeleiding zijn C.H., E.B., en M.H. na overleg met het Surinaamse Openbaar Ministerie in verzekering gesteld meldt de politie.

Suriname maakt grote vordering aanpak mensenhandel

Ingediend door admin op
Inspecteur Letitia Pinas, hoofd van de Trafficking in Persons Unit, is onderscheiden als TIP held door de VS.

Suriname voldoet aan de internationale minimale vereisten in de aanpak van mensenhandel. Voor het eerst is de hoogst mogelijke rang, de Tier-1 status, behaald in het jaarlijkse mensenhandelrapport van de Amerikaanse regering. Deze status bevestigt dat Suriname voldoet aan alle minimale normen

en effectieve maatregelen neemt om mensenhandel te bestrijden, zoals vastgesteld door de Amerikaanse Trafficking Victims Protection Act. Tier-1 landen worden erkend voor hun inspanningen om slachtoffers te beschermen, daders te vervolgen en preventieve maatregelen te treffen om mensenhandel te voorkomen. Het behalen van deze status is een belangrijke mijlpaal en weerspiegelt het harde werk en de toewijding van de desk Mensenhandel & Mensensmokkel van het Openbaar Ministerie (OM) en de Trafficking in Persons Unit van het Korps Politie Suriname (KPS), samen met andere ketenpartners.Het OM feliciteert inspecteur Letitia Pinas, hoofd van de Trafficking in Persons Unit van het KPS die
tijdens een ceremonie op het State Department in Washington werd geëerd als een van de tien 'TIP Helden' van dit jaar, vanwege haar toewijding en leiderschap in de strijd tegen mensenhandel. TIP Helden" zijn individuen die door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken worden erkend vanwege hun uitzonderlijke bijdragen aan de bestrijding van mensenhandel, zoals het beschermen van slachtoffers, het vervolgen van daders en het verbeteren van beleid op dit gebied. Deze erkenning onderstreept niet alleen haar persoonlijke toewijding, maar ook de collectieve inspanningen van Suriname om een leidende rol te spelen in de wereldwijde strijd tegen mensenhandel.De Tier-statussen, zoals vastgesteld in het TIP Report, dienen als een internationale maatstaf voor de inspanningen van landen om mensenhandel te bestrijden. Naast Tier-1 zijn er ook Tier-2, Tier-2 Watch List en Tier-3 statussen, die respectievelijk landen onderscheiden die aanzienlijke vooruitgang boeken, landen die extra aandacht nodig hebben vanwege zorgen over verslechterende situaties, en landen die ontoereikende inspanningen leveren om mensenhandel tegen te gaan.Het behalen van de Tier-1 status voor Suriname zal niet alleen bijdragen aan internationale erkenning, maar ook aan verdere samenwerking met andere landen en internationale organisaties om de bescherming van slachtoffers te waarborgen en daders opsporen en te vervolgen.

De aanpak van mensenhandel en mensensmokkel is één van de prioriteiten van de korpsleiding, benadrukt het KPS. Er wordt verder gewerkt aan het verbeteren van de controle en het hebben van de basisnormen die nodig zijn om mensenhandel sneller te ontdekken en aan te pakken, zodat Suriname in Tier 1 blijft. In het afgelopen jaar zijn diverse daders geïdentificeerd en vervolgd, evenals een aantal slachtoffers geïdentificeerd en van onderdak en begeleiding voorzien.

Schoon drinkwater voor Matta; ‘geen gunst maar een mensenrecht’

Ingediend door admin op

Het inheemse dorp Matta heeft vanaf afgelopen weekend schoon drinkwater. De Surinaamse Waterleiding Maatschappij (SWM) heeft een waterinstallatie geopend. ‘Drinkwater voor de gemeenschap is geen gunst, maar een mensenrecht’. Dat zei Sergio Jubithana, voorzitter van de Organisatie Samenwerkende Inheemse Dorpen in Para en Wanica (OSIP).

SWM-directeur Clifton Lienga onderstreept dat ook. Schoon drinkwater behoort tot punt 6 van de Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Hij vroeg de gemeenschap zuinig hiermee om te gaan. Er is nog niet genoeg drinkwater, daarom bereidt de SWM zich voor op het aanboren van twee nieuwe bronnen in het gebied.

Het dorp krijgt het water niet gratis. De burgers

zullen een waterrekening krijgen, zodat de voorziening gegarandeerd en efficient is.

Suriname verwerft Tier-1 status in wereldwijd mensenhandelrapport

Ingediend door admin op

Suriname heeft op 24 juni voor het eerst de hoogst mogelijke rang, de Tier-1 status, behaald in het jaarlijkse mensenhandelrapport van de Amerikaanse regering. Deze status bevestigt dat Suriname voldoet aan alle minimale normen en effectieve maatregelen neemt om mensenhandel te bestrijden, zoals vastgesteld door de Amerikaanse Trafficking Victims Protection Act (TVPA), zo bericht het Surinaamse Openbaar Ministerie.

Tier-1 landen worden erkend voor hun inspanningen om slachtoffers te beschermen, daders te vervolgen en preventieve maatregelen te treffen om mensenhandel te voorkomen. Het behalen van deze status is een belangrijke mijlpaal en weerspiegelt het harde werk en de toewijding van de desk

Mensenhandel & Mensensmokkel van het Openbaar Ministerie (OM) en de Trafficking in Persons Unit van het Korps Politie Suriname (KPS), samen met andere ketenpartners.

TIP Held inspecteur Letitia Pinas

Inspecteur Letitia Pinas, hoofd van de Trafficking in Persons Unit van het Korps Politie Suriname, werd tijdens een ceremonie op het State Department in Washington geëerd als een van de tien ‘TIP Helden’ van dit jaar, vanwege haar toewijding en leiderschap in de strijd tegen mensenhandel. 

“TIP Helden” zijn individuen die door het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken worden erkend vanwege hun uitzonderlijke bijdragen aan de bestrijding van mensenhandel, zoals het beschermen van slachtoffers,

het vervolgen van daders en het verbeteren van beleid op dit gebied. Deze erkenning onderstreept niet alleen haar persoonlijke toewijding, maar ook de collectieve inspanningen van Suriname om een leidende rol te spelen in de wereldwijde strijd tegen mensenhandel.

De Tier-statussen, zoals vastgesteld in het TIP Report, dienen als een internationale maatstaf voor de inspanningen van landen om mensenhandel te bestrijden. Naast Tier-1 zijn er ook Tier-2, Tier-2 Watch List en Tier-3 statussen, die respectievelijk landen onderscheiden die aanzienlijke vooruitgang boeken, landen die extra aandacht nodig hebben vanwege zorgen over verslechterende situaties, en landen die ontoereikende inspanningen leveren om mensenhandel tegen te gaan.

Het behalen van de Tier-1 status voor Suriname zal niet alleen bijdragen aan internationale erkenning, maar ook aan verdere samenwerking met andere landen en internationale organisaties om de bescherming van slachtoffers te waarborgen en daders opsporen en te vervolgen.

Man (36) mishandelt door vriendin en haar twee broers

Ingediend door admin op

De 36-jarige C.H., E.B. (39) en M.H. (31), die allen woonachtig zijn in de omgeving van de Industrieweg Zuid te Paramaribi, zijn door de politie van het bureau Livorno op zondag 23 juni ter zake openlijke geweldpleging aangehouden.

Het slachtoffer S.M. (37) deed diezelfde dag aangifte tegen zijn vriendin en haar twee broers. Volgens de aangever lag hij zaterdag 22 juni te slapen toen hij op een gegeven moment een geklop hoorde op de deur. Hij schrok wakker, deed de deur open en zag zijn vriendin C.H. die direct met hem tekeer ging. 

De aangever en zijn vriendin raakten in een woordenwisseling,

waarop de broers zich ermee gingen bemoeien. Op een bepaald moment werd de man met verschillende voorwerpen door het drietal mishandeld. Het lukte de man na enige tijd uit handen van de verdachten te komen en rende het huis uit. 

Volgens verklaring van het slachtoffer verkeerde zowel zijn vriendin als haar broers onder invloed van alcohol. De man klaagde over pijn over zijn gehele lichaam en werd met een geneeskundige verklaring verwezen naar de Spoed Eisende Hulp van het Academisch Ziekenhuis Paramaribo.

De vrouw en haar twee broers werden ter voorgeleiding overgebracht naar het politiebureau waarop ze na afstemming met het Openbaar

Ministerie door de politie in verzekering werden gesteld.

TEXELS SCHEEPSWRAK MET EEN SURINAAMS TINTJE

Ingediend door admin op

Foto compilatie: Negentienjarige archeologiestudent Liam Tran Schepen bij de rede van Texel. Illustratie: Rijksmuseum van Amsterdam | Auteur: Armand Snijders.

Bij het Nederlandse eiland Texel in de Waddenzee liggen honderden scheepswrakken. De meeste zijn nog niet geïdentificeerd.

Maar dankzij de merktekens op vaten in het ruim van een van deze wrakken aanvullend onderzoek in de archieven, is de negentienjarige archeologiestudent Liam Tran erin geslaagd recent een schip te identificeren en het verhaal ervan te reconstrueren.

Het blijkt te gaan om ’t Hart, een schip dat in augustus 1751 in Suriname was geladen met koffie, suiker en cacao van plantage Sardam. Drie maanden later, om

precies te zijn op 26 november 1751, verging het voor de Texelse kust. Tijdens de Gouden Eeuw vergingen overal ter wereld honderden schepen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en de West-Indische Compagnie.

Bij Texel bevinden zich veel historische scheepswrakken in de Waddenzee en de aangrenzende Noordzee, van vaartuigen die in de loop der tijd in het woelige water zijn vergaan. Vaak liggen schip en lading al eeuwenlang goed geconserveerd onder een dikke laag zand en slib. Soms zorgt de dynamiek van wind en water dat wrakken van eeuwenoude schepen weer aan de oppervlakte komen. Systematisch archeologisch onderzoek kan dan een fascinerend

beeld van een stukje maritieme geschiedenis opleveren.

In de jaren tachtig werd bij Burgzand, een ondiepte ten oosten van Texel, een scheepswrak aangetroffen met verschillende vaten. Die bleken gemaakt van Zuid-Amerikaans hout en de lading bevatte koffie, cacao en suiker. Het wrak werd BZN4 genoemd, naar het Burgzand waarop het zonk. Hoe het schip heette, waarom het was gezonken en wat er met de bemanning is gebeurd, was volstrekt onduidelijk.

De lading van het schip, de vaten dus, vertelde echter wel meer. Op deze vaten zijn tekens ingekerfd en brandmerken geplaatst. Het gaat om lettercombinaties, monogrammen en pictogrammen. Dit zijn merktekens van handelaren en deze stonden gewoonlijk voor de verzender of ontvanger van een product. Het zijn dus eigenlijk handtekeningen van de handelsgeschiedenis. Een handtekening kan je koppelen aan een persoon en daarmee aan een locatie en periode.

Met deze ‘handtekeningen’ ging student Liam Tran aan de slag in de archieven en beetje bij beetje vormden ze de sleutel voor de identificatie van het schip. Merktekens op handelsgoederen zijn aangetroffen in notariële aktes, voornamelijk in inventarissen en verklaringen. Deze verklaringen werden opgesteld wanneer iemand bijvoorbeeld ontevreden was met een product of transactie. Als een deel van de lading beschadigd, van slechte kwaliteit of gestolen was, kon het belangrijk zijn de merken in de verklaring te vermelden. Hiermee werd duidelijk wie of wat met de lading in kwestie verbonden was.

Meerdere merktekens die zijn aangetroffen op de vaten in het ruim van scheepswrak BZN4 konden via de notariële archieven gelinkt worden aan de handel in Surinaamse plantageproducten.

In de Surinaamse en Amsterdamse archieven werden verschillende merktekens aangetroffen, die erop wijzen dat het schip tussen 1747-1756 in Suriname geladen moet zijn. Waaronder het merkteken ‘AB’. Dat was het eerste overeenkomende merkteken dat Liam op het spoor bracht van de identificatie van BZN4.

Dat was een stap in de goede richting. Maar hoe identificeer je een scheepswrak? Er is geen scheepsbel met een scheepsnaam en ook geen kist met daarop de naam van de kapitein aangetroffen. Wat overblijft is een houten schip, met lastig in te schatten verhoudingen, die op honderden andere schepen uit dezelfde periode lijkt. Maar aangezien merktekens in archieven terug te vinden zijn, vormden ze de sleutel voor de identificatie van dit schip.

Merktekens op handelsgoederen zijn aangetroffen in notariële aktes, voornamelijk in inventarissen en verklaringen. Deze verklaringen werden opgesteld wanneer iemand bijvoorbeeld ontevreden was met een product of transactie. Als een deel van de lading beschadigd, van slechte kwaliteit of gestolen was, kon het belangrijk zijn de merken in de verklaring te vermelden. Hiermee werd duidelijk wie of wat met de lading in kwestie verbonden was.

Liam had nu een locatie en een periode, maar daarmee had hij het schip nog niet geïdentificeerd. Dat verliep moeizaam, maar de aanhouder wint. Hierbij hielpen uiteindelijk de notariële scheepsverklaringen die in de archieven lagen opgeslagen. Daarin beschrijven bemanningsleden de reis van het schip van begin tot eind, in het bijzonder de problemen die ze aan boord ervaren. Het kan gaan om leeggelopen vaten, heftige stormen en kapers. Maar ook om gestrande en gezonken schepen.

 Eén schip viel op tussen de verklaringen: het fregatschip ’t Hart. Dat was in augustus 1751 in Suriname beladen met koffie, suiker en cacao. Op 26 november 1751 verging het voor de Texelse kust. De lading, verhoudingen, locatie en periode van het wrak kwamen overeen met het gevonden scheepswrak BZN4. Registraties van de inlading in Suriname bevatten bovendien meerdere merken die terug te vinden zijn op de gevonden vaten bij BZN4.

‘t Hart zonk bij de Rede van Texel na een reeks ongelukkige gebeurtenissen in de late middag van 26 november 1751: het schip liep vol na een stranding en er was een felle wind. Het schip zonk te snel en er was te weinig ruimte aan boord van de lichter om alle lading en bemanning te redden. Zeven opvarenden – de oud-kapitein, de meester, de kok, de zeilmaker, twee matrozen en een passagier – bleven achter en overleefden de reis niet.

’t Hart bleek vooral lading van de plantage Sardam aan boord te hebben. Sardam is een voormalige suikerplantage aan de boven-Cottica. De plantage werd in de Surinaamse volksmond ook wel Friti genoemd, naar de eerste eigenaar Raad Wriedt. De plantage was gelegen aan de boven-Cottica, stroomopwaarts grenzend aan suikerplantage Hamburg, stroomafwaarts aan koffieplantage Constantia. Het was ten tijde van het vergaan van ’t Hart zevenhonderd hectare groot.

Het merkteken JPV SD stond in de vaten op het schip ingekerfd. Dat stond voor Jan Pieterse Visser en zijn plantage Sardam. Het merk werd gebruikt van 1747, toen hij dankzij een huwelijk de plantage overnam, tot zijn overlijden in 1756, toen zijn weduwe hertrouwde. De plantage bleef lange tijd winstgevend en bezat een eeuw later zelfs een stoomgedreven suikermolen. In 1863 werden volgens de overlevering 237 slaven op de plantage vrijgemaakt.

UNITEDNEWS

 

 

 

KEITH ROWLEY: “REGIO NIET VOORBEREID OP OLIERAMP”

Ingediend door admin op

Foto: Vooral op Tobago hadden schoonmaakploegen de handen vol om de gelekte olie uit de Gulfstream op te ruimen. | Beeld: Trinidad Express | Auteur: Armand Snijders.

Er moet een regionaal noodplan voor olielekkages op zee klaarliggen voor de Caricom, de premier van Trinidad en Tobago, vindt het absolute noodzaak dat zo’n plan er komt, gezien de groeiende activiteiten op oliegebied in de regio, met name in Guyana en Suriname.

De recente ramp met een met olie gevulde boot bij Tobago heeft aangetoond hoe kwetsbaar de regio is. Rowley en de inwoners van de eilandstaat werden onlangs met de neus op de

harde feiten gedrukt toen op 7 februari van dit jaar de Gulfstream – die werd voorgetrokken door de sleepboot Solo Creed – voor de kust van het toeristeneiland Tobago kapseisde en zonk.

Uit de gezonken Gulfstream stroomde minstens 54.000 vaten olie, die de stranden van Tobago ernstige schade toebrachten. Ook verschillende andere eilanden in de Caribische zee werden in de dagen en weken na de ramp geconfronteerd met vervuiling, waaronder Grenada, Bonaire en zelfs Aruba. De gelekte olie bereikte zelfs de Venezolaanse kust.

Maar doordat de autoriteiten van die landen bijtijds waren gewaarschuwd, konden maatregelen genomen worden waardoor de schade beperkt bleef.

Trinidad en Tobago heeft volgens minister Stuart Young van Energie echter flink in de buidel moeten tasten. “De exacte omvang van de schade moet nog worden vastgesteld, wel is duidelijk dat enkele mangrovebossen onherstelbaar zijn beschadigd. Ook zijn de gevolgen voor de toerisme- en visserijsector ingrijpend”, zo zei hij onlangs.

Vooralsnog krijgt het land ter compensatie minimaal twintig miljoen euro via het Internationale Fonds ter Compensatie van Olievervuiling (IOPCF). Dat is een geluk bij een ongeluk, want het is vooralsnog nog steeds een mysterie wie de eigenaren zijn van de schepen die de olievervuiling hebben veroorzaakt. De sleepboot Solo Creed werd na een intensieve speurtocht – die ruim drie maanden heeft geduurd – vorige maand wel gevonden in het ruim negenduizend kilometer verderop gelegen Angola. Maar daarmee is de verantwoordelijke voor de olieramp nog niet achterhaald. Maar minister Young zegt goede hoop te hebben zij uiteindelijk “hun verantwoordelijkheid moeten nemen en de mensen op het eiland moeten compenseren voor de geleden schade”, zo waarschuwde hij.

De definitieve schade op Tobago is nog altijd niet precies te overzien. Vast staat in ieder geval wel dat de toerismesector, waar het eiland voor een belangrijk deel afhankelijk is, de gevolgen nog tijden zal voelen. Ook de lokale vissers zijn zwaar getroffen. En vorige week werd bekend dat uit het wrak opnieuw olie lekt. Dat wordt zo goed en kwaad als het kan opgevangen, maar het zal nog weken duren voordat alle olie is verwijderd.

De regio bleek volgens Rowley niet voorbereid te zijn op een dergelijke vorm van milieuvervuiling. “Het incident in Tobago moet als een leermoment dienen voor de regio en de wereld. Een regionaal noodplan is daarom bijzonder verstandig en Trinidad en Tobago zal dat ondersteunen. In feite zal de regio naar ons kijken om een belangrijke rol te spelen”, aldus Rowley.

De Caricom heeft er dus dringend behoefte aan, vooral gezien de ontwikkelingen in Guyana en Suriname. Immers, de oliewinning brengt extra risico’s met zich mee. Rowley: “Het is daarom van belang dat we ons bewust zijn van de veiligheid en ons gezond verstand gebruiken in de omgang met dergelijke situaties. Zodat we weten hoe we moeten reageren op de groeiende activiteit in de offshore olie-industrie van Guyana en Suriname en voorbereid zijn op met Tobago vergelijkbare incidenten in de toekomst.”

De conservatiegroep Fishermen and Friends of the Sea in Guyana heeft onlangs haar bezorgdheid geuit over de ontwikkelingen in dat land, dat één van ‘s werelds belangrijkste olieprocenten zou kunnen worden. De groep roept op tot een bijeenkomst van Caricom om een regionaal noodplan op te stellen. Rowley hebben ze in ieder geval aan hun zijde. Hij is voornemens om de veiligheidskwestie op zee binnenkort binnen Caricom-verband aan te kaarten in de hoop bijval voor een noodplan te krijgen.

UNITEDNEWS

GERELATEERD AAN: ROEP NAAR REGIONAAL NOODPLAN CARICOM VOOR OLIELEKKAGES STEEDS LUIDER

HONDERDEN SURINAMERS ZONDER PAPIEREN MOGEN VAN KAMER IN NEDERLAND BLIJVEN

Ingediend door admin op

 

Bron: NU.nl

In de Tweede Kamer klonk vanaf de publieke tribune lang applaus na het aannemen van een motie om een verblijfsregeling voor Surinamers te regelen.

Een ruime Kamermeerderheid wil zo’n regeling voor honderden Surinamers die al jaren ongedocumenteerd in Nederland wonen. Naar schatting zeshonderd tot achthonderd mensen werden voor de onafhankelijkheid in 1975 in Suriname als Nederlander geboren en kwamen na de onafhankelijkheid naar Nederland.

Ze hadden daarna vijf jaar de tijd om een Nederlands paspoort aan te vragen, maar niet iedereen was daarvan op de hoogte of deed dat. Het gevolg is dat ze al jaren zonder papieren in Nederland leven.

CDA-leider

Bontenbal, die de motie indiende, wil zo snel mogelijk van het kabinet weten hoe de motie wordt uitgevoerd.

Meerdere organisaties reageren verheugd op het nieuws. Het ASKV, De Regenboog Groep, Stichting Comité 1-7-2013, Human Right Initiatives (HRI) en advocaat Eva Bezem (Prakken d’Oliveira) vragen al jaren aandacht voor deze groep.

“Een verblijfsregeling is een rechtvaardige en humane oplossing voor de honderden Surinaamse oud-Nederlanders die al te lang in onzekerheid leven. Wij hopen dat de regeling leidt tot een verblijfsvergunning voor alle Surinaamse oud-Nederlanders die een ongedocumenteerd leven leiden in Nederland”, zeggen ze.

MENS EN MAATSCHAPPIJ

GERELATEERD AAN: NEDERLAND WIL ONGEDOCUMENTEERDE SURINAMERS PASPOORT GEVEN