• woensdag 04 June 2025
  • Het laatste nieuws uit Suriname

100 jaar Boy Scouts Suriname: ‘Met trouw en vertrouwen naar toekomst’

Ingediend door admin op

Boy Scouts Suriname viert dit jaar haar 100-jarig bestaan met diverse activiteiten rondom 29 juli 2024. Sinds de oprichting in 1924 heeft de organisatie een belangrijke rol gespeeld in de jeugdvorming van Suriname.

President Santokhi, ook Chief Scout, werd vanwege zijn aanwezigheid bij een Caricom staatshoofden-vergadering op Grenada, vertegenwoordigd door minister Steven Mac Andrew van Arbeid, Werkgelegeheid en Jeugdzaken.

Het jubileumthema ‘Trouw en Vertrouwen’ benadrukt de inzet van Boy Scouts voor jongerenontwikkeling. Hoogtepunten van de viering waren een vlaggenhijsceremonie, een feestelijke rondmars door Paramaribo, en eerbetonen aan padvinderij-pioniers. Vaandrig Konrad Acton sprak over de toekomstplannen naar de districten toe.

Minister Mac Andrew

prees de invloed van scouting op de jeugd en benadrukte het belang van de waarden eerlijkheid, behulpzaamheid en discipline.

President Santokhi vraagt goede evaluatie CDMA impact orkaanseizoen

Ingediend door admin op

Tijdens de 47e Caricom-staatshoofdenvergadering op het Caribische eiland Grenada sprak president Chandrikpersad Santokhi over de impact van orkaan Berryl en benadrukte hij het belang van een gedetailleerde evaluatie door de Caribbean Disaster Emergency Management Agency (CDEMA).

Hij stelde dat Suriname meer steun kan bieden aan getroffen landen, indien er een goede analyse wordt uitgevoerd van het orkaanseizoen en de hulpbehoeften.

Santokhi kondigde een donatie van $100.000 aan voor St. Vincent & de Grenadines en Grenada en benoemde de noodzaak om logistiek en organisatie van hulpgoederen te verbeteren. Suriname steunde ook het CDEMA Relief Fund met $25,000 en verzond twintig voedselcontainers.

Caricom-voorzitter

Dickon Mitchell prees Suriname’s inspanningen en benadrukte het belang van voorbereidende financiering.

Curaçao nieuwste geassocieerde lid van Caricom

Ingediend door admin op

Curaçao is zondag het nieuwste geassocieerde lid van de Caribische Gemeenschap (Caricom) geworden, een blok dat economische integratie en samenwerking promoot in een regio van voornamelijk kleine eilandstaten in ontwikkeling.

Curaçao sloot zich aan bij de groep tijdens een ceremonie bij de opening van de top van regeringsleiders van de organisatie in Grenada, waar leiders kwesties zullen bespreken zoals de groeiende impact van klimaatverandering.

Premier Gilmar Pisas van Curaçao zette zijn handtekening tijdens zijn bezoek aan het eiland Grenada. “Curaçao telt weer mee in het Caribisch gebied”, aldus MFK-ministers in het kabinet.

Bij aankomst op de luchthaven van Grenada werd de minister-president van

Curaçao met de nodige egards ontvangen. De Curaçaose vlag wapperde prominent, terwijl Pisas een militaire begroeting kreeg, aldus het Antilliaans Dagblad.

Pisas sprak de aanwezigen toe na de ondertekening. Hij benadrukte de strategische positie van Curaçao. De autonome status van Curaçao binnen het Koninkrijk, de relatie met de Europese Unie, maar ook de goede relaties met de Verenigde Staten, Venezuela, Colombia en Suriname zijn waardevolle assets van Curaçao. De missie van Caricom om economische integratie en duurzame ontwikkeling te promoten passen volgens Pisas perfect bij de doelen van het eiland.

Eerder dit jaar stemde de Rijksministerraad in Den Haag in met het

‘Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Curaçao, en de Caribische Gemeenschap (Caricom) tot vaststelling van de voorwaarden voor het verlenen aan Curaçao van de status van geassocieerd lid van de Caribische Gemeenschap’.

Als geassocieerd Caricom-lid is het voor Curaçao mogelijk om deel te nemen aan vergaderingen en programma’s van deze politieke en economische unie. Ook mag Curaçao participeren in de meeste organen van Caricom, echter zonder stemrecht.

Caricom-lidstaten zijn Antigua & Barbuda, Bahama’s, Belize, Dominica, Grenada, Haïti, Montserrat, Saint Lucia, St Kitts & Nevis, St Vincent and the Grenadines en Suriname.

Geassocieerde leden zijn Anguilla, Bermuda, British Virgin Islands, Cayman Islands en Turks & Caicos.

OM versterkt strijd tegen mensenhandel

Ingediend door admin op

Het is vandaag, 30 juli, de Werelddag tegen Mensenhandel. Het Openbaar Ministerie (OM) Suriname hernieuwt zijn toewijding aan de strijd tegen mensenhandel door specifieke aandacht te vestigen op bewustwording, opsporing, slachtofferzorg en vervolging.

Mensenhandel is een ernstige schending van mensenrechten, waarbij inbreuk wordt gemaakt op menselijke waardigheid en de lichamelijke en geestelijke integriteit van slachtoffers. Het omvat verschillende vormen van uitbuiting, waaronder:

– Arbeidsuitbuiting: Dit komt veel voor in sectoren zoals de bouw, tuinbouw, horeca en schoonmaakindustrie. Slachtoffers – vaak migranten – moeten lange dagen werken onder slechte omstandigheden.

– Seksuele uitbuiting: Slachtoffers worden onder druk gezet om seks te hebben tegen betaling.

Het geld dat zij verdienen, gaat vervolgens deels of helemaal naar iemand anders.

– Gedwongen criminaliteit: Dit komt veel voor onder jongeren. Zij worden onder druk gezet om strafbare dingen te doen, zoals drugs verhandelen of diefstal plegen. Net als bij seksuele uitbuiting moeten ook hier de slachtoffers het verdiende geld deels of helemaal afstaan.

– Verwijdering van organen: Het illegaal wegnemen van organen van personen, vaak onder dwang, voor verkoop of transplantatie.

Mensenhandel kan grensoverschrijdend van aard zijn alsook plaatsvinden binnen de grenzen van een land.

Dwang en mensenhandel

 Mensenhandel gaat gepaard met onder andere dwang, geweld, chantage of bedrog, wat op verschillende manieren

kan plaatsvinden:

– Geweld: fysiek geweld om iemand te dwingen mee te werken.

– Opsluiting: het vasthouden van slachtoffers tegen hun wil.

– Iemands paspoort innemen: het afnemen van belangrijke documenten om controle uit te oefenen.

– Chantage: het dreigen met negatieve gevolgen als het slachtoffer niet meewerkt.

– Gebruik maken van iemands kwetsbare positie: dit kan het geval zijn bijvoorbeeld wanneer iemand in slechte uitzichtloze omstandigheden zit, een verstandelijke beperking heeft of nog heel jong is.

– bedrog: beloften worden niet nagekomen

Wat doet het Openbaar Ministerie tegen mensenhandel?

Het OM speelt een cruciale rol in de strijd tegen mensenhandel door zowel strafrechtelijke vervolging als beleidsmatige aanpak. Binnen het OM is er een team van Officieren van Justitie dat zich richt op aanpak mensenhandel en mensensmokkel. Deze desk zal voor het nieuw zittingsjaar wederom een uitgebreid plan van aanpak presenteren aan de Procureur-Generaal, waarin concrete strategieën en maatregelen om mensenhandel effectief te bestrijden zijn vervat. Dit plan wordt jaarlijks geëvalueerd en geactualiseerd.  

Lancering Tip meldpunt OM voor mensenhandel

 Om de meldingsmogelijkheden te verbreden, introduceert het OM een nieuw e-mailadres speciaal voor tips en informatie met betrekking tot mensenhandel: [email protected]. 

Burgers kunnen ook via dit e-mailadres vertrouwelijk meldingen maken en informatie verstrekken over vermoedens van mensenhandel, die door het OM behandeld zullen worden.Dit e-mailadres komt naast de bestaande meldpunten, zoals de tiplijn 155, tip-unit/ het korps politie Suriname, de website www.menshasu.org alsook het slachtoffersloket Openbaar Ministerie en biedt een aanvullende manier om vermoedens van mensenhandel te melden. Uw medewerking en waakzaamheid zijn cruciaal in de strijd tegen deze ernstige misdaad.

ABOP en PL zoeken na huwelijksbreuk apart nieuwe partners voor samenwerking – ‘Vooralsnog geen partijen in beeld’

Ingediend door admin op

“Al die tijd waren we bezig met de PL, nu gaan wij even kijken wie geschikt is en bereid is om de ABOP samen te werken.” Dit zei vicepresident Ronnie Brunswijk, tevens voorzitter van de Algemene Bevrijdings en Ontwikkelingspartij (ABOP), tegenover lokale media naar aanleiding van de breuk tussen zijn partij en de Pertjajah Luhur van Paul Somohardjo.

Volgens Brunswijk wilde Somohardjo zich niet meer aan de afspraken houden toen het moment kwam om deze in te vullen. “Hij weigerde om de PL te verlaten en in het bestuur van de nieuwe partij zitting te nemen. We hebben lang gesproken,

maar toen het moment kwam was hij niet bereid om het te doen. Nou, toen hebben wij besloten om ervan af te zien”. aldus Brunswijk. 

Volgens de vicepresident zal de ABOP nu op zoek gaan naar geschikte partners. Vooralsnog zijn die niet in beeld. Wat met de nieuwe partij in het leven geroepen gefuseerde partij, ‘ABOP-PL’ gaat gebeuren is vooralsnog onbekend. Brunswijk zou zelf voorzitter worden van de gefuseerde partij met de initialen van de ABOP en PL. Dit staat voor Alternatief voor het Bevorderen van Ontwikkeling, Productiviteit, Participatie van alle Landgenoten. Deze partij is reeds opgericht met een voorlopig bestuur.   

Somohardjo

overtuigd van Javaanse stemmen 

Paul Somohardjo, voorzitter van de PL is op zijn beurt nog altijd overtuigd van de steun van Javaanse kiezers. Tegenover lokale media gaf hij aan dat zijn partij kan rekenen op steun van de ruim 65.000 Javaanse kiezers Ook stelde hij, dat de PL op zoek zal gaan naar geschikte partners voor de verkiezingen.

Noemenswaardig is dat de PL bij de verkiezingen van 2020 samen optrok met onder andere de Partij voor Democratie en Ontwikkeling (PDO), Nieuw Suriname en de KTP. Dit was onderdeel van de door Somohardjo geproclameerde eenheidsbeweging Wong Jowo (Javanen).  Echter kwam de samenwerking niet tot zijn trekken tijdens de verkiezingen van 2020 en viel nadien uit elkaar.

Inmiddels hebben Nieuw Suriname en de PDO zich aangesloten bij de NDP en zullen onder de paarse paraplu deelnemen aan de verkiezingen van 2025. Het is onduidelijk in welke vorm de KTPI zal participeren bij de aanstaande verkiezingen.

President Santokhi: ‘Caricom-landen moeten agressiever van elkaar importeren’

Ingediend door admin op

Tijdens de business sessie van de 47e Caricom-staatshoofden vergadering in Grenada, benadrukte president Chandrikapersad Santokhi de noodzaak voor Caricom-landen om meer van elkaar te importeren.

Hij waarschuwde voor de gevolgen van klimaatverandering op de landbouw in vooral Guyana en Suriname, zoals ernstige droogtes en hevige regenval. Deze klimaateffecten beïnvloeden de strategie om voedselimport van buiten de regio te verminderen.

President Santokhi gaf aan dat, ondanks de productie van vele producten binnen Caricom, er barrières blijven bestaan die de distributie bemoeilijken. Hij riep op tot samenwerking tussen de Caricom-leiders om deze barrières te verwijderen. Caricom-voorzitter Dickon Mitchell en President Irfaan Ali van

Guyana ondersteunden Santokhi’s oproep tot actie tijdens de vergadering.

Project Rehabilitatie Van ’t Hogerhuysstraat gaat door ondanks vertragingen

Ingediend door admin op

Ondanks recente berichten over mogelijke stopzetting, bevestigt het ministerie van Openbare Werken dat het project voor de rehabilitatie van de Van ’t Hogerhuysstraat doorgaat.

Het door de IDB gefinancierde project omvat drie delen: vervanging van de brug te Saramaccadoorsteek, rehabilitatie van de Van ’t Hogerhuysstraat en de bouw van een logistics center op het Nieuwe Havencomplex.

Hoewel de aanbesteding voor de wegrehabilitatie is vertraagd vanwege vertrouwelijkheidskwesties, benadrukt het ministerie dat het project niet is geannuleerd.

De IDB zal een her-aanbesteding uitvoeren met aangescherpte criteria. Het ministerie neemt stappen om toekomstig misbruik te voorkomen, waaronder nieuwe evaluatiecommissies en striktere ethische richtlijnen. Dit

beleid moet de integriteit en efficiëntie van toekomstige projecten garanderen.

GEBALANCEERD BELEID MET NATIONALE MILIEU AUTORITEIT MOET ANTWOORD GEVEN OP ONEERLIJKE MILIEU VRAAGSTUK

Ingediend door admin op

Fotocompilatie: President Chan Santokhi. | Auteur: Wilfred Leeuwin.

President Chan Santokhi heeft zich krachtig uitgesproken tegen de rijke en grote landen die volgens hem niets doen om het wereldwijde probleem van milieubescherming aan te pakken.

Hij verklaarde dat met de oprichting van de Nationale Milieu Autoriteit (NMA) en een gebalanceerd beleid, Suriname hierop een antwoord zal geven. “Zij hebben de boel kapotgemaakt en vragen ons om niet aan onze bossen te komen, om geen ontwikkeling te brengen met onze olie en gas, terwijl zij doorgaan als de grote rijke ontwikkelde landen.

Wij moeten hierop antwoorden en ons standpunt is dat wij ondanks onze

industrieën koolstofnegatief zijn en blijven. Dat hebben zij niet kunnen doen. Die landen die dat niet hebben gedaan, hebben hun bossen gekapt, weggegeven en verkocht; vanwaar halen zij hun zuurstof nu? Wij zijn hun zuurstofverschaffers. Wat betalen ze ervoor terug?” zei Santokhi vrijdag bij de proclamatie van het NMA.

“Wij zijn in staat een gebalanceerd beleid te ontwikkelen. Dus wij gaan door met onze industriële ontwikkeling, ook met olie en gas, maar wel met inachtneming van de internationale normen op het gebied van milieuvriendelijke operaties en exploitatie,” aldus de president.

De langverwachte Nationale Milieu Autoriteit (NMA) werd afgelopen vrijdag eindelijk geproclameerd. De

noodzaak voor deze autoriteit, zoals dat in vrijwel alle landen het geval is, is om inhoud en uitvoering te geven aan nationaal en internationaal beleid voor alles dat met het milieu te maken heeft. Suriname zette in 2020 een belangrijke stap met de totstandkoming van de Nationale Milieu Raamwet, waardoor binnen die wet de NMA kon worden opgezet.

Handhaving en naleving van milieuverdragen en alle wettelijke procedures worden de belangrijkste kerntaken van de autoriteit. In april dit jaar werd een wijziging doorgevoerd in de wet die een scheiding bracht tussen de technische taken van de autoriteit en de beleidstaken van de regering, die worden uitgevoerd door het Ministerie van Ruimtelijke Ordening en Milieu (ROM).

Bij de autoriteit worden vijf pijlers opgericht voor milieumanagement: educatie en informatiemanagement, milieuvergunningen, milieumonitoring en handhaving, juridisch platform (dat continu de nationale en internationale wettelijke naleving monitort) en ten slotte financiële administratie, investeringen en financiering.

Met dit laatste moet het NMA binnen een periode van vijf tot zeven jaar zo min mogelijk financieel afhankelijk worden gemaakt van de centrale overheid. Het Nationaal Instituut voor Milieu en Ontwikkeling in Suriname (Nimos), dat samen met het ministerie een lange voorbereiding heeft gehad op de komst van de NMA, gaat volledig op in deze autoriteit. Hiervoor is een evenzo lange periode vooraf gegaan aan training en het opzetten van een nieuwe structuur voor de bemensing van de NMA.

Bij de proclamatie van de NMA benadrukte voorzitter Vanessa Gefferie van het stichtingsbestuur van Nimos dat de uitdagingen van het milieu en klimaatverandering urgenter zijn dan ooit tevoren. Deze gaan van ontbossing, het verlies van biodiversiteit, tot de toenemende vervuiling van het milieu en de natuur.

Zowel zij als minister Marciano Dasai van ROM en president Santokhi wezen op de onmiskenbare bijdrage die de samenleving hieraan heeft geleverd. Naast de bijzondere taken zal de NMA daarom ook een belangrijke rol vervullen bij het bevorderen van milieubewustzijn. “De verantwoordelijkheid voor het milieu kan niet alleen bij de overheid liggen, maar bij elke burger,” zegt Gefferie.

Dasai voegt hieraan toe dat een gezonde ecologie de basis is voor een gezonde economie. Volgens hem wordt de ruimtelijke ordening sterk beïnvloed door de acties van de mens. Het is dan ook noodzaak het milieu te beschermen voor toekomstige generaties. De sectoren die bij de ruimtelijke ordening impact hebben op het milieu zijn de landbouw, energie, mijnbouw met de toekomstige olie- en gasproducties, en de infrastructurele sector.

De minister stelt dat deze twee beleidspoten (ruimtelijke ordening en milieu) vaak tegenover elkaar staan in de ontwikkeling van de samenleving enerzijds en de bescherming van het milieu anderzijds. “De economie moet worden aangepast aan de natuur en niet andersom, eerst een gezonde ecologie die de basis vormt voor een gezonde economie,” aldus Dasai.

Volgens Dasai moet Suriname streven naar een harmonieuze balans tussen economische groei en milieubescherming. Ruimtelijk beheer moet ten behoeve zijn van de huidige generatie zonder dat de behoeften van toekomstige generaties in gevaar komen. De vraag en de behoefte naar land en landgebruik zorgen voor lucht-, water- en bodemvervuiling, landdegradatie en de uitstoot van CO2. Wereldwijd vormen deze problemen een zeer urgent vraagstuk. Deze uitdaging is in Suriname steeds merkbaar.

De druk neemt toe om uitgestrekte hoeveelheden bosrijke gebieden te behouden. “We hebben te maken met de uitdagingen van afvalbeheer en de preventie en controle daarvan. Er is sprake van een natuurlijk legaliteitsbeginsel waarbij de bescherming van het milieu voorop staat. Met de komst van de NMA heeft deze autoriteit nu wettelijke bevoegdheden om het milieu te helpen beschermen. Het gemis van milieuwetten met een gestructureerde aanpak behoort nu tot het verleden.”

Met het wijzigen van de raamwet in april van dit jaar is er nu een duidelijke afbakening gekomen tussen de taken van ROM en de NMA. Met de komst van de NMA is er een bredere basis gelegd voor de zorg van de staat om het milieu te beschermen. De grote uitdaging ligt echter in het beheren van afval en vervuiling maar ook preventieve acties. Er moet rekening gehouden worden met activiteiten in de mijnbouwsector, de komende olie- en gasactiviteiten, en ontwikkelingen in de sectoren landbouw en energie. Er zal daarom een goed milieu effecten analyse team worden opgezet bij de NMA.

Het doel hiervan is om de mogelijke negatieve effecten van de geplande activiteiten te verminderen. Bij de NMA komen er nationale kwaliteitseisen en standaarden die strikt toegepast moeten worden. Dit zijn richtlijnen die bedrijven en organisaties helpen om de impact op het milieu te beheersen en te verminderen.

In de milieuraamwet zijn aan het NMA sanctiebevoegdheden toegekend. Een milieudelict wordt beschouwd als een misdrijf of overtreding van een wettelijke bepaling. De nadruk ligt op de fase voorafgaand aan het plegen van een overtreding, omdat schade aan het milieu in veel gevallen onherstelbaar is. De strafbepalingen in de wet dienen in de eerste plaats om te voorkomen dat strafbare feiten worden gepleegd en hebben een meer preventieve werking.

President Santokhi, die de noodzaak van de NMA benadrukte, zegt dat deze autoriteit zich ook zal moeten toeleggen op hoe om te gaan met regionale en internationale vraagstukken waarin Suriname geen bepalende, maar wel een beïnvloedende rol kan vervullen. Het is een gegeven dat de temperatuur, waardoor de opwarming van de aarde toeneemt, zal moeten dalen. Hiervoor heeft de wereldgemeenschap strikte mechanismen in het leven geroepen. Suriname heeft op die maatregelen en mechanismen weinig invloed.

Het staatshoofd wijst erop dat de zogenoemde grote en sterke economieën zich niet houden aan de normen die wereldwijd gesteld zijn als het gaat om het terugbrengen van de uitstoot van schadelijke stoffen. “Bij de vraag wat kleine landen en economieën daartegen kunnen doen, is het dat rekening gehouden moet worden met je positie. Want de gevolgen van het niet houden aan de wereldnormen zien we elke dag in onze omgeving.”

Santokhi wijst op de effecten van klimaatverandering zoals het verlies van land, de dreiging van wateroverlast, bedreiging van de agrarische productie als gevolg van droogtes of te veel water, maar ook de vernietiging van infrastructuur en de bedreiging van leefgemeenschappen. “Natuurlijk moeten wij de stappen ondernemen die wij als mens verplicht zijn te doen, want we zijn het erover eens dat de natuur door de Schepper in een goede balans is geschapen. Het is echter de mens die die balans heeft doorbroken. De mens is de grote veroorzaker van de grote chaos die is ontstaan in de wereld van milieudreiging,” aldus het staatshoofd.

Santokhi zegt dat Suriname zich niet zal laten ontmoedigen. “Wij zullen doen wat we moeten doen en onze stem laten horen. Ik kan u één ding zeggen: in alles wat zich voltrekt op het gebied van milieu mogen we als land trots zijn. Wij zijn leidend in de wereld,” aldus Santokhi.

UNITEDNEWS

 

NOG GEEN OPLOSSING VOOR TOENEMENDE SCHULDENLAST

Ingediend door admin op

Fotocompilatie: President Chanderikapersad Santokhi. | Auteur: Armand Snijders.

Volgens de regering van president Chanderikapersad Santokhi beweert zij dat zij de economische en financiële stabiliteit van het land weer hebben teruggebracht.

Maar aan de andere kant leent men ook erg veel, waardoor de buitenlandse schuld zorgwekkend aan het toenemen is. Een oplossing voor die schuldenlast heeft de regering echter niet.

Iedereen weet dat de vorige regering het land heeft opgezadeld met een enorme, onverantwoorde schuldenlast en een nagenoeg lege staatskas. President Desi Bouterse had na zijn nederlaag bij de verkiezingen van mei 2020 daarom maar één doel voor ogen en dat was zo snel

mogelijk zijn presidentiële sjerp over te dragen aan zijn opvolger Santokhi. Want de financiële situatie was zo nijpend, dat de overheid eind juni de ambtenarensalarissen niet meer kon betalen.

Santokhi, die zichzelf had gepresenteerd als dé man die Suriname wel even zou redden en weer op het juiste spoor zou brengen, wist bij de lokale handelsbanken geld los te peuteren (lees: te lenen). Met de oude schuldeisers zou zijn dreamteam om de tafel gaan zitten om de schulden te herschikken in het voordeel van Suriname.

Dat het allemaal anders uitpakte, weten we allemaal. Van de ruim vier miljard dollar aan schulden werd

geen stuiver kwijtgescholden, en aan de obligatiehouders van Oppenheimer zitten we nog tot in lengte van jaren vast en moeten we een deel uit de olieopbrengsten terug betalen als schuld aan de schuldeisers. Voor de ruim half miljard dollar die we aan de Chinezen verschuldigd zijn, is eveneens nog geen oplossing.

Maar ondertussen leende de regering er wel lustig extra op los. Dat was op zich wel te begrijpen, want de schoorsteen van de overheid moest blijven roken om niet alles tot stilstand te laten komen.

Los van de in totaal circa half miljard dollar die we tot begin volgend jaar van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zullen krijgen, werden er vele tientallen miljoenen dollars losgepeuterd bij onder meer de Inter-American Development Bank (IDB), de Wereldbank, de Islamic Development Bank (IsDB) en de Caribbean Development Bank (CDB).

Dus er stroomt heel veel geleend geld richting Paramaribo. Maar omdat niet alle gedetailleerde informatie is verstrekt, is het momenteel nog niet te zeggen hoeveel geld de regering-Santokhi in totaal heeft geleend. Maar deskundigen schatten dat dit minimaal een miljard dollar is. Dat komt dus bovenop de ruim vier miljard dollar die het land in 2020 al in het krijt stond en waarvan nog nauwelijks een cent is afgelost.

Weliswaar heeft deze regering de rust in financieel opzicht wel een beetje teruggebracht, maar dat is geen verdienste van de huidige beleidsmakers, zij zijn aan het pronken met de veren van het IMF en de andere geldschieters van Suriname. De reserves zijn niet toegenomen door het goede en ‘prudente’ beleid van de regering, maar door de buitenlandse steun die deels in de monetaire reserves bij de CBvS worden gestort. De overheid – met name het ministerie van Financiën en Planning – krijgt daarvoor SRD’s terug, waarmee lokale betalingen worden verricht, zoals de uitbetaling van de ambtenarensalarissen.

Een ander deel van de ‘toegenomen monetaire reserves’ wordt gebruikt om de internationale schuldeisers te betalen, zoals voor de aflossingen aan de Oppenheimer-obligatiehouders, waar de regering een hele onvoordelige herschikkingsdeal mee heeft gesloten. Er is eigenlijk een extra schuld aangegaan om een bestaande schuld te betalen. Dus in feite dempt Santokhi een putje door een ander putje te scheppen.

Terecht vragen mensen zich af in hoeverre het beleid van Santokhi en zijn minister Raghoebarsing (en diens voorganger Armand Achaibersing) verschilt van dat van Desi Bouterse en Gillmore Hoefdraad. Beiden hebben Suriname immers in de schulden gedompeld. Als argument kan de huidige regering aanvoeren dat de miljarden die het inmiddels voortvluchtige duo heeft geleend, grotendeels als sneeuw voor de zon zijn verdwenen of in de verkeerde zakken zijn beland. En dat het geld dat nu is geleend, zal worden benut om het land er weer bovenop te helpen.

Maar vooralsnog heeft de VHP de samenleving ernstig verarmd. Want terwijl met de nieuwe leningen – met name van het IMF – weliswaar de monetaire reserves worden versterkt, is er niets gedaan om de deviezeninkomsten uit de eigen productie te laten toenemen. Daardoor is de armoede zienderogen toegenomen. De regering is daar al herhaalde malen voor gewaarschuwd door onder meer het IMF en de Vereniging van Economisten in Suriname (VES) en ze ziet en hoort de gevolgen dagelijks vanuit de samenleving, maar ze lijkt blind en doof voor de kritieken.

Alleen al om die reden werd de laatste tranche van het IMF schoorvoetend en met de nodige reserves aan ons land overgemaakt. Als de regering voor de volgende kwartaalbetalingen geen stappen onderneemt en zichtbare vorderingen maakt, zou er weleens geen toestemming kunnen komen. De strenge eisen van de instelling uit Washington hebben overigens vooral een weerslag op de bevolking, die al bijna vier jaar het gevoel heeft dat het vel over de oren worden getrokken.

Vooralsnog zit de Surinaamse regering in een heel wankel financieel schuitje dat als het maar even tegenzit, flink water zal maken en zelfs kan zinken. Santokhi heeft bovendien nog altijd geen kant-en-klare oplossing voor de bergen problemen waar hij zich voor geplaatst ziet. Daar kan hij alleen maar het hoofd aan bieden door ook ongebreideld te lenen, dat hij tot een nieuwe kunst heeft verheven.

Hij heeft echter geen idee hoe hij al deze leningen moet gaan afbetalen. Hij mikt echter op de aanstaande olie-inkomsten, in de hoop dat die voldoende zijn om alle crediteuren tevreden te stellen. Maar daardoor zal er voor het volk en de ontwikkeling van Suriname in de komende jaren veel minder overblijven dan in 2020 was verteld. Dus de lijdensweg van het volk is voorlopig nog niet echt voorbij.

UNITEDNEWS

REGERING MOET OGEN OPENHOUDEN VOOR ONTWIKKELINGEN IN DE WERELD

Ingediend door admin op

Fotocompilatie: Jim Hok, voorzitter van de Progressieve en Landbouwers Unie (PALU).

Vanwege de problemen die onder andere door Amerikaanse experts toen al enige tijd werden gesignaleerd met de Amerikaanse dollar, heeft de PALU in juni van het vorig jaar een aantal indringende vragen gesteld aan onze President.

Het was toen al van t grootste belang dat de regering duidelijke maatregelen had getroffen of nog zou treffen. Ook belangrijke vragen over de Central Bank Digital Currencies (CBDC ‘s) zijn in de brief voorgelegd. We zijn nu meer dan een jaar verder. Gegeven het tijdschema dat zowel de Amerikaanse overheid als de Europese Unie

hadden vastgesteld voor hun CBDC lijken de komende maanden van doorslaggevend belang te zullen worden. De partij trekt opnieuw aan de bel, nu met nog veel meer nadruk. Jim Hok wijst daarbij vooral op de grote oorlogsdreigingen en economische machtsverschuivingen in de wereld.

CBDC ‘s komen eraan

Het is geen geheim dat de dominantie van de Amerikaanse dollar afneemt, en in augustus 2024 lanceren de BRICS-landen waarschijnlijk hun eigen gezamenlijke munt. Hoewel de EU en de VS beweren dat hun Central Bank Digital Currency (een digitale munt die door de Centrale Bank wordt uitgegeven) niet binnen de komende twee jaar zal worden

geïmplementeerd, suggereren de bewegingen op de internationale markten iets anders. Hoe het ook zij, het is voor ons van t grootste belang om te begrijpen hoe de wereldwijde verschuiving naar digitale centrale bankvaluta’s onze economie zal beïnvloeden. De EU en de VS bevinden zich in de laatste fase van de ontwikkeling van hun digitale munt. Wat zal de invloed zijn op zaken in onze economie.

Geen enkele aandacht

Veel landen wereldwijd hebben al hun eigen CBDC ontwikkeld. In onze regio, binnen de CARICOM, zijn er ook voorbeelden van landen die deze stap al hebben gezet. Omdat de regering de mond dicht houdt over dit onderwerp is het momenteel uiterst onduidelijk wat de positie van Suriname is ten aanzien van CBDC ‘s. In onze organisatie bestaat het vermoeden dat deze zaken helemaal niet leven bij de regering. En dat is een bloedserieuze zaak. Hieronder enkele vragen die nu misschien ook via andere kanalen aan de regering kunnen worden voorgelegd, waardoor van die kant meer duidelijkheid over het beleid kan komen.

Gevolgen voor Surinamers

Is Suriname bezig met de ontwikkeling van een eigen digitale valuta, of zullen we de Euro of de Amerikaanse digitale dollar moeten accepteren? Dit roept zorgen op over de invloed die een dergelijke situatie zal hebben op onze onafhankelijkheid. Er zal vast ook wel een overgangsfase zijn, waarbij nog niet alles volledig digitaal is. Wat zal er tijdens en na de overgangsfase naar de CBDC’s gebeuren met de USD en EURO cash reserves van de burgers maar ook met de tegoeden op Bankrekeningen? Worden deze automatisch omgezet of wat? Hoe zullen privé- en zakelijke schulden in USD en EURO worden afgehandeld? Wat zal er gebeuren met de waarde van de SRD tegenover de digitale munten van de USD en de Euro in deze overgangsfase en daarna? Wat wordt trouwens de rol van de Banken en de Cambio’s? Is de Centrale Bank van Suriname zich misschien in het geheim al aan het aanpassen aan de nieuwe realiteit van CBDC’s, en welke rol zal zij spelen in het toezicht op de digitale valuta?

Er zijn natuurlijk nog wel meer zorgpunten. Veel Surinamers hebben al hun spaarcenten geïnvesteerd in onroerend goed. Heeft men in regeringskringen al nagedacht over de vraag wat de komende operatie van de VS en de EU zal hebben op de waarde van onroerend goed in ons land?

Komende regering

Het is van het allergrootste belang dat de Surinaamse regering duidelijke maatregelen en plannen ontwikkelt om de overgang naar CBDC ‘s soepel te laten verlopen en de economische stabiliteit te waarborgen. Hok benadrukt dat de komende maanden cruciaal kunnen zijn voor het bepalen van onze toekomst. Maar ook zal de regering die wij straks gaan kiezen de ogen open moeten houden voor wat er speelt in de wereld en deskundig moeten zijn om allerlei ongelukken te voorkomen. 

PERSBERICHT| PALU