• zondag 22 February 2026
  • Het laatste nieuws uit Suriname

Politie, dc's en OW krijgen voertuigen en zwaar materieel

Ingediend door admin op
President Chan Santokhi heeft formeel de overdracht van het zwaar materieel en voertuigen gedaan. (Foto's: René Gompers)

Nog eens 16 voertuigen (Toyota Probox) zijn overgedragen aan het Korps Politie Suriname. Districtscommissarissen hebben
8 pick-ups (Isuzu D-Max) ontvangen. Het gaat nog steeds om de eerste fase van de 100 plus voertuigen die de regering heeft gekocht voor de verschillende diensten, voor een bedrag van US$ 2.7 miljoen. Er zijn ook 10 heavy duty tractoren met maaiers (John Deere) bestemd voor het ministerie van Openbare Werken (OW). Nog meer zwaar materieel is besteld en onderweg. Deze inkopen van OW kosten ruim US$ 2 miljoen.


De voertuigen en het zwaar materieel zijn door president Chan Santokhi vrijdag overgedragen tijdens een ceremoniële bijeenkomst. De politie heeft al eerder een behoorlijk aantal Proboxen en pick ups in

ontvangst mogen nemen. Dit keer waren dc's aan de beurt. Voor hen zijn er 20 voertuigen bestemd. De eerste 8 zijn gegeven aan de dc's die de hoogste nood hebben. Op de ceremonie is benadrukt dat het nog steeds om de eerste fase van de auto aankopen gaat. De voertuigen zijn aangeleverd door Fernandes Autohandel, MN Car Center, Ravish Transport, Mobi Chen, Moral Imports en Warsha NV.



De tweede fase is al ingezet. Naast 100 plus voertuigen zijn ook fietsen en bromfietsen aangeschaft, is er tijdens de toespraken meegedeeld. Daarvoor is er ook ruim US$ 3 miljoen voor uitgetrokken. OW is ook bezig met inkopen ter waarde van US$ 2 miljoen. Onderweg naar Suriname zijn 10 graafmachines en graders. Het eerste deel van de inkopen- 10 heavy duty tractoren- zijn vrijdag in ontvangst genomen.



OW minister Riad Nurmohamed over het onderhoud van het zwaar materieel: "We hebben een mechanisme ontwikkeld waarbij onderhoud ook is uitbesteed, waardoor een bedrijf heel snel service kan doen. Alleen moeten we de rekening wel betalen. Ik dacht het gemakkelijker te maken. Maar ik ben in diezelfde vicieuze cirkel beland. Maar dat was het idee waardoor machines niet meer blijven rotten maar dat we nu een bedrijf hebben die heel snel kan herstellen zodat continuïteit is gegarandeerd."

De noodzaak van capabele DNA-leden

Ingediend door admin op

De Nationale Assemblée (DNA) van Suriname is het hoogste wetgevende orgaan van het land en heeft een aantal belangrijke taken en bevoegdheden:


Wetgeving
• Het maken, wijzigen en intrekken van wetten.
• Het goedkeuren van
de staatsbegroting en belastingwetten.


Controle op de regering

• Het toezicht houden op het beleid en de uitvoering van de regering.
• Het stellen van vragen aan ministers en het eisen van verantwoording.


Verdragen

• Goedkeuring van internationale verdragen
• Het ratificeren van verdragen en overeenkomsten met andere landen of internationale organisaties.


Benoemingen en afzettingen

• Het kiezen van de president en vicepresident.
• Het goedkeuren of verwerpen van benoemingen in belangrijke staatsfuncties.


Toezicht op de grondwet en democratie

• Het bewaken van de naleving van de Grondwet en de rechtsstaat.
• Het behandelen van zaken met betrekking tot mensenrechten en democratische waarden.


De Nationale Assemblée van Suriname speelt een cruciale rol

in de wetgeving en het democratisch bestuur van het land en zorgt ervoor dat de regering op een democratische en transparante wijze functioneert.


Het parlement is verantwoordelijk voor het maken, wijzigen en goedkeuren van wetten die direct invloed hebben op het leven van burgers en de ontwikkeling van de samenleving. Gezien deze verantwoordelijkheid is het zorgwekkend dat er in de huidige samenstelling van kandidaten van enkele politieke partijen geen enkele jurist te vinden is, terwijl wetgeving een kernfunctie van het parlement is. Dit artikel werpt een kritische blik op de wijze waarop politieke partijen kandidaten selecteren en pleit voor een meer deskundige en gedifferentieerde samenstelling van de DNA.

Wetgevende taak DNA

Volgens de Surinaamse Grondwet (artikel 71) en internationale principes van parlementaire democratie heeft DNA de taak om wetten vast te stellen, het regeringsbeleid te controleren en fundamentele rechten te waarborgen. Dit vereist een diepgaande kennis van wetgeving, bestuursrecht en juridische beginselen. In veel landen bestaat het parlement uit een mix van juristen, economen, bestuurders en specialisten uit diverse sectoren. Dit zorgt ervoor dat wetgeving op een hoog niveau wordt ontwikkeld en getoetst.


Politieke kandidaatstelling

Het ontbreken van juristen in DNA weerspiegelt een breder probleem in de politieke cultuur van Suriname. Politieke partijen lijken bij het samenstellen van hun kandidatenlijsten meer waarde te hechten aan loyaliteit en populariteit dan aan expertise en competentie. Hierdoor ontstaat een situatie waarin wetten worden aangenomen zonder voldoende juridische toetsing, wat kan leiden tot inconsistenties, uitvoeringsproblemen en juridische uitdagingen.


Noodzaak gedifferentieerd DNA
Een effectieve wetgevende macht vereist een brede diversiteit aan competenties. Dit betekent niet dat alleen juristen gekandideerd moeten worden, maar dat er een bewuste mix moet zijn van:
• Juristen om wetten grondig te analyseren en juridisch solide kaders te scheppen.
• Economen om de financiële en economische gevolgen van wetgeving te beoordelen.
• Technische en wetenschappelijke experts om beleid op infrastructuur, milieu en technologie te onderbouwen.
• Ervaringsdeskundigen die de dagelijkse realiteit van burgers en specifieke sectoren begrijpen.


Wat kunnen burgers doen?

Burgers spelen een essentiële rol in het stimuleren van politieke partijen om beter na te denken over hun kandidatenprofiel. Enkele manieren waarop zij invloed kunnen uitoefenen:
• Bewust stemmen: Kiezers kunnen bewust stemmen op partijen die een divers en deskundig kandidatenprofiel presenteren.
• Publieke druk uitoefenen: Door opiniestukken, petities en debatten kunnen burgers het belang van deskundigheid in  DNA benadrukken.
• Actieve participatie: Door betrokkenheid bij politieke bewegingen, NGO’s en maatschappelijke initiatieven kunnen burgers invloed uitoefenen op partijprogramma’s en kandidaatselectie.
• Politieke educatie en bewustwording: Het bevorderen van politieke en juridische educatie kan bijdragen aan een geïnformeerde kiezersbasis die beter in staat is om kwalitatieve volksvertegenwoordigers te eisen.


Conclusie

Om de kwaliteit van wetgeving in Suriname te verbeteren, moeten politieke partijen kritisch nadenken over hun kandidatenprofiel. Er dient een evenwicht te worden gezocht tussen academische expertise en praktische ervaring, zodat DNA haar wetgevende en controlerende taken optimaal kan uitvoeren. Een hervorming in de selectiecriteria zou niet alleen de effectiviteit van het parlement verhogen, maar ook het vertrouwen van de bevolking in de politiek versterken.


Aanbeveling

Het zou verstandig zijn om wettelijke richtlijnen of interne partijregels op te stellen die ervoor zorgen dat bij de samenstelling van kandidatenlijsten een minimale mate van deskundigheid wordt gegarandeerd. Politieke partijen moeten verantwoordelijkheid nemen en erkennen dat capabele volksvertegenwoordigers essentieel zijn voor de ontwikkeling van een rechtsstaat en een goed functionerende democratie.


Chanderdath Nagessar, LLB

Enkele hoofdstembureau’s weigeren transparant te zijn over processen-verbaal

Ingediend door admin op

Bijkans de helft van het aantal hoofdstembureaus heeft geen proces-verbaal (pv) willen afstaan aan journalisten en politieke partijen na de openbare zittingen. “Maakt u contact met het CHS”, hebben verschillende voorzitters van de hoofdstembureaus haast in koor meegedeeld aan journalisten. Ook was het niet mogelijk om een foto te maken van het pv dat in het openbaar is voorgelezen. 

De voorzitter van het Centraal Hoofdstembureau (CHS), Lilawatie Punwasi, laat het Journalistencollectief Verkiezingen 2025 (JCV 2025) weten dat er geen opdracht is gegeven om geen foto te maken van de pv’s of een kopie af te staan. Het CHS zelf heeft

de resultaten van het onderzoek van de kandidatenlijsten op DNA-niveau op de zitting geprojecteerd. Ook mochten journalisten het resultaat filmen en fotograferen. 

Ondanks herhaalde pogingen is het nog steeds niet gelukt om de voorzitters van de hoofdstembureaus Sipaliwini, Brokopondo en Wanica te bewegen om een kopie te verstrekken aan de media. Zij blijven verwijzen naar het CHS. Hoewel ook een paar andere hoofdstembureaus eerst ook zeiden dat ze alles eerst naar het CHS moeten sturen, konden er toch foto’s worden gemaakt. De hoofdstembureaus van Paramaribo en Marowijne hebben zonder enig probeel de mogelijkheid aan journalisten om foto’s te maken. Ook Coronie

en Commewijne hebben na eerst te verwijzen naar CHS toch de pv’s verstrekt. 

Het JCV 2025 benadrukt dat transparantie belangrijk is om ruis tijdens het verkiezingsproces te voorkomen. Op basis van de pv’s kunnen feiten gecontroleerd worden op grond waarvan kandidaten zijn geschrapt en waarom lijsten van partijen ongeldig zijn verklaard. Het verkiezingsproces hoort transparant te zijn, maar in de praktijk blijkt dat vaak niet het geval te zijn. 

Door de aanpassing van de Kiesregeling zijn de hoofdstembureaus onder verantwoordelijkheid geplaatst van van het CHS. Hierdoor ontstaat er onduidelijkheid in de praktijk. Een deel van de hoofdstembureaus stelt zich op het standpunt dat het ondergeschikt is aan het CHS. In artikel 29 lid 7 van de Kiesregeling staat: De Hoofdstembureaus functioneren onder de verantwoordelijkheid van het Centraal Hoofdstembureau.

Er wordt nogmaals een dringend beroep gedaan op de verkiezingsautoriteiten en de overheid om persvrijheid en het recht op informatieverstrekking daadwerkelijk mogelijk te maken door maximale openheid en transparantie te garanderen. Gehoopt wordt dat per ommegaande de openbare informatie wordt verstrekt aan de media.

President evalueert afspraken met veiligheidsbonden

Ingediend door admin op

President Chandrikapersad Santokhi heeft een evaluatiemeeting gehad met de bonden bij het Korps Politie Suriname (KPS), Korps Brandweer Suriname (KBS), Korps Penitentiaire Ambtenaren (KPA) en de Beveiligings- en Bijstandsdienst Suriname (BBS). Dit vond op vrijdag 4 april plaats op het kabinet in aanwezigheid van de clusters van ministers, hoofdverantwoordelijken van de korpsen, veiligheidsdeskundigen van het kabinet en andere ministeries.

De bijeenkomst was bedoeld om zaken uit de principeovereenkomsten die in september vorig jaar zijn getekend, te bespreken en opnieuw afspraken te maken voor de restpunten die nog niet zijn gerealiseerd. Tijdens de meeting werd geconstateerd dat van de zestien geformuleerde punten,

zeker elf die geen directe financiële verplichtingen met zich meebrachten, reeds zijn gerealiseerd.

Er zijn nog enkele uitstaande kwesties, die te maken hebben met de beschikbaarstelling van financiële middelen voor de vier betrokken korpsen. Deze issues variëren van rechtspositionele aangelegenheden, achterstallige bevorderingen tot medailles en de aanschaf van Persoonlijke Standaard Uitrusting (PSU).

President Santokhi benadrukte het belang van de constructieve dialoog tussen de regering en de veiligheidsbonden. Hij kondigde aan dat het technisch monitoringsteam en de cluster van ministers opnieuw in overleg zal treden met de bonden om de issues die nog opgelost moeten worden te bespreken. “We gaan integraal bekijken en

bespreken hoe het staat met de gemaakte afspraken in de uitvoering”, zei de president.

Humphrey Tjin Liep Shie, veiligheidsadviseur van de president, gaf een overzicht van de wekelijkse monitoringsmeetings. Hij ging in op vertragingen die zijn ontstaan in de aanbestedingen, bevorderingen die zijn afgehandeld, verbetering van de brandstoftoewijzing voor operationele diensten. Hij ging ook in op de problematiek rond de betaling voor de aanschaf van brandweerlaarzen, problemen met leverancierscontracten en jarenlange betalingsachterstanden. Daarnaast werden problemen met garantiestellingen en levering van blusvoertuigen en de aanschaf van politie-uniformen aangehaald.

Er werd ook gesproken over bouwprojecten die bij de korpsen nog opgestart moeten worden. De issues hieromtrent zijn besproken. Het staatshoofd zei dat de regering geen nieuwe projecten zal goedkeuren wanneer er nog onduidelijkheden bestaan. “We gaan weer met de bonden aan tafel zitten om een nieuw pakket van maatregelen samen te stellen”, aldus de president.

Journalisten moeten 'bedelen' om processen-verbaal

Ingediend door admin op
Het hoofdstembureau Wanica tijdens de openbare zitting. (Foto: JCV25/Sun.sr)

Het is nog een puzzelwerk om uit te vinden welke personen van politieke partijen landelijk geschrapt zijn door de verschillende hoofdstembureaus. Niet alle

processen-verbaal (pv's) zijn in het bezit van journalisten/media. Om precies te weten hoeveel kandidaten geschrapt zijn, moet het beeld- en audiomateriaal worden uitgewerkt, terwijl het transparant zou zijn om foto's te maken van de pv's die in het openbaar voorgelezen zijn. De zelfstandige rol van de hoofdstembureaus is onduidelijk door de aanpassing van de Kiesregeling.


Bijkans de helft van het aantal hoofdstembureaus heeft geen pv willen afstaan aan journalisten en politieke partijen na de openbare zittingen. “Maakt u contact met het CHS”, hebben verschillende voorzitters van de hoofdstembureaus haast in koor meegedeeld aan journalisten. Ook was het niet mogelijk om
een foto te maken van het pv dat in het openbaar is voorgelezen.

De voorzitter van het Centraal Hoofdstembureau (CHS), Lilawatie Punwasi, laat het Journalistencollectief Verkiezingen 2025 (JCV 2025) weten dat er geen opdracht is gegeven om geen foto te maken van de pv’s of een kopie af te staan. Het CHS zelf heeft de resultaten van het onderzoek van de kandidatenlijsten op DNA-niveau op de zitting geprojecteerd. Ook mochten journalisten het resultaat filmen en fotograferen.

Ondanks herhaalde pogingen is het nog steeds niet gelukt om de voorzitters van de hoofdstembureaus Sipaliwini, Brokopondo en Wanica te bewegen om een kopie te verstrekken aan de media. Zij blijven verwijzen naar het CHS. Hoewel een paar andere hoofdstembureaus eerst ook zeiden dat ze alles eerst naar het CHS moeten sturen, konden er toch foto’s worden gemaakt. De hoofdstembureaus van Paramaribo en Marowijne hebben zonder enig probleem de mogelijkheid aan journalisten gegeven om foto’s te maken. Ook Coronie en Commewijne hebben na eerst te verwijzen naar CHS toch de pv’s verstrekt.

Het JCV 2025 benadrukt dat transparantie belangrijk is om ruis tijdens het verkiezingsproces te voorkomen. Op basis van de pv’s kunnen feiten gecontroleerd worden op grond waarvan kandidaten zijn geschrapt en waarom lijsten van partijen ongeldig zijn verklaard. Het verkiezingsproces hoort transparant te zijn, maar in de praktijk blijkt dat vaak niet het geval te zijn.

Door de aanpassing van de Kiesregeling zijn de hoofdstembureaus onder verantwoordelijkheid geplaatst van het CHS. Hierdoor ontstaat er onduidelijkheid in de praktijk. Een deel van de hoofdstembureaus stelt zich op het standpunt dat het ondergeschikt is aan het CHS. In artikel 29 lid 7 van de Kiesregeling staat: De Hoofdstembureaus functioneren onder de verantwoordelijkheid van het Centraal Hoofdstembureau.

Er wordt nogmaals een dringend beroep gedaan op de verkiezingsautoriteiten en de overheid om persvrijheid en het recht op informatieverstrekking daadwerkelijk mogelijk te maken door maximale openheid en transparantie te garanderen. Gehoopt wordt dat per ommegaande de openbare informatie wordt verstrekt aan de media.

Steun gevraagd voor Actieprogramma Herstelbetalingen slavenhandel

Ingediend door admin op

Het Nationale Reparatie Platform en het Marron Platform Suriname het Actieprogramma: Herstelbetalingen van Surinaamse Slavenhandel en Slavernij officieel gepresenteerd. Dit omvangrijke document vormt de basis voor een onderbouwd voorstel aan de Nederlandse

regering, waarin gepleit wordt voor structurele compensatie voor de materiële en immateriële schade die Suriname heeft geleden onder het Nederlandse slavernijverleden. Het actieprogramma wordt maandag aangeboden aan de Nederlandse regering, via haar ambassade in Paramaribo. 


Het actieprogramma maakt gebruik van recente internationale analyses, waaronder het gezaghebbende Brattle-rapport (2023), dat de totale mondiale schade door slavernij berekent op meer dan US$ 130.000 miljard, stellen de organisaties. Voor Suriname komt de toegekende schade bij een rentevoet van 2.5% uit op US$ 2.780 miljard. Met een diplomatiek bepleite korting van 40% wordt een realistische netto claim van US$ 1.668 miljard voorgesteld.


Individueel en collectief
herstel

Van het nettobedrag is ongeveer 2% bestemd voor directe compensatie aan circa 600.000 nazaten van tot slaaf gemaakten en Inheemse volkeren, wat neerkomt op US$ 50.000 per persoon. De overige ruim 98% wordt ondergebracht in een Nationaal Herstelfonds, dat over een periode van 50 jaar jaarlijks ruim US$ 32 miljard zal investeren in structurele ontwikkeling. Hierbij gaat het onder andere om onderwijs, gezondheidszorg, economische versterking, infrastructuur, klimaatreparatie en landrechten.


Herstel als investering in de toekomst

Het actieprogramma stelt herstelbetalingen niet voor als liefdadigheid, maar als noodzakelijke rechtvaardiging voor historisch onrecht. De voorgestelde maatregelen zijn gericht op structurele versterking van de nationale ontwikkeling. Het Nationaal Herstelfonds zal beheerd worden door een Herstelraad waarin vertegenwoordigers van nazatengemeenschappen, de overheid, deskundigen en internationale partners zitting hebben. Transparantie, jaarlijkse audits en publieke verantwoording vormen de basis van het beheermodel.


Strategische route: diplomatiek, juridisch en bestuurlijk

De routekaart naar herstel bestaat uit drie sporen: een diplomatieke benadering in samenwerking met Caricom en internationale partners; juridische voorbereiding via mensenrechtenkaders; en de versterking van nationale uitvoeringsstructuren, waaronder de oprichting van een Herstelautoriteit en een Nazatenregister.


De initiatiefnemers doen een oproep aan alle politieke partijen, maatschappelijke organisaties, diaspora-instellingen en burgers in Suriname en daarbuiten om zich achter dit programma te scharen. De cijfers zijn helder. De strategie is haalbaar. De urgentie is groot. Nu is het tijd voor gezamenlijk leiderschap en daadwerkelijke stappen richting herstel, wordt benadrukt.

Een kleine politieke historie van Suriname

Ingediend door admin op

Een kleine politieke historie van Suriname is een boek van Rappa in twee delen. Deel 1 gaat over de periode 1650-1947. Deel 2 bestrijkt de periode 1947-1964. De ondertitel luidt: ‘een zoektocht

naar de oorsprong van de hedendaagse politieke cultuur in ons land’. Het is een uitgave van RALICON (RAppa’s LIteratuur CONsultancy).


Rappa werd voor de verkiezingen van 2020 in Suriname benaderd door een aantal jongeren met de vraag of hij informatie zou willen verschaffen en voorlichting geven over de achtergrond van de Surinaamse politiek. Voor de meeste van deze jongeren was het de eerste keer dat zij mochten gaan stemmen. De situatie rond die verkiezingen vonden zij chaotisch en onoverzichtelijk om tot een keus te kunnen komen. Van de meeste kandidaten op de kiezerslijsten hadden zij totaal geen beeld van wat hun

reputatie en plannen waren.


Vandaar dus de vraag aan Rappa, die de Surinaamse samenleving als zijn broekzak kent en veel kennis bezit van de Surinaamse politiek. Door zijn journalistieke uitingen via radio, televisie, kranten en internet is zijn reputatie in het land al lang en goed gevestigd. Vandaar dat hij werd gevraagd voor deze klus en hij accepteerde die ook.


Nadat de klus was geklaard, bleek dat er zoveel materiaal beschikbaar was gekomen dat het idee ontstond, dat te ordenen en beschikbaar te stellen aan de samenleving in de vorm van een publicatie. Het resultaat werd deel 1 van het boek, dat in vier drukken is verschenen. Bij elke nieuwe druk is de inhoud geactualiseerd naar de stand van zaken van dat moment. Nu is de eerste druk van deel twee verschenen. Hij zou de Surinaamse samenleving een dienst bewijzen door het schrijven van deel 3 over de periode 1964-2025, want dan is Suriname 50 jaar onafhankelijk.


Wie is Rappa?

Rappa is een pseudoniem van Robby Jonathan Parabirsing (1954). Op het Lyceum was hij op een dag met een paar vrienden aan het rondhangen bij de school. Hij was ook betrokken bij de Schoolkrant en daar gingen natuurlijk ook de babbels over. Tijdens het geklets stelde een creoolse jongen hem de vraag hoe hij eigenlijk heette. ‘Robby Parabirsing’ moet zijn antwoord geweest zijn. ‘No, no man, vanaf nu heet jij Rappa!’. Die naam past beter bij jou en bij ons’. Kort, bondig en met uitstraling moet de gedachte geweest zijn.


Rappa is een gepensioneerde leerkracht. Hij is ook vele malen adviseur geweest van studenten en politieke voorlichters. Sinds zijn schoolperiode op het Surinaams Lyceum heeft hij veel belangstelling gehad voor het politieke gebeuren in binnen- en buitenland. In zijn wekelijkse column Politieke Borrelpraat op Starnieuws belicht hij op satirische wijze maatschappelijke zaken, soms scherp op de snede, maar steeds vanuit verschillende invalshoeken. Hij komt ook met bruikbare oplossingen, wat kennelijk ook voor de jongeren reden is geweest hem te vragen hun in te wijden in de geschiedenis van de Surinaamse politiek.


Behalve als editor, uitgever en manager van Ralicon is Rappa ook actief in het bestuur van de Schrijversgroep ’77. Hij is er voorzitter. De Schrijversgroep ’77 verdient sowieso een groot compliment omdat zij ondanks de vele woelige jaren is blijven voortbestaan. Velen hebben daar hun krachten aan gegeven en niet altijd zonder risico.

De boeken
Rappa hanteert bij het schrijven de volgende leuzen:
-“Ik wacht niet met schrijven totdat er gelezen wordt, maar: ik schrijf, zodat er gelezen kan worden.”
-“Het geschrevene blijft, het gepraat vervliegt.”

De boeken zijn geschreven in ‘prettig en makkelijk leesbare taal’, aldus de woorden van Rappa. Daardoor zijn ze toegankelijk voor de meeste Surinamers. Dat klopt wel. De taal die hier bedoeld wordt, is het Surinaams-Nederlands. Maar dat Surinaams-Nederlands wordt taalkundig gezien in een rap tempo steeds meer ‘Surinaams’ en minder ‘Nederlands’ en raakt dus verder van het ABN af. Het wordt tijd om het ‘Nederlands’ in de naam weg te laten en te spreken van het Surinaams, zoals het Zuid-Afrikaans en het Vlaams, als zelfstandige taal.


In de huidige twee delen die elkaars complementen zijn, valt over de periode 1650–1964 heel veel te lezen. Bijvoorbeeld wat Venetiaan destijds bedoelde met 'tarantula’s'. Heel belangrijk is dan te weten hoe u ze in de samenleving herkent, want ze zijn er in overvloed - en nog steeds - overal en onuitroeibaar aanwezig. Verder hebben we allemaal een idee van ‘Friends & Family’ in de politiek. Rappa vertelt daar meer over. 


Heel interessant is ook te lezen, hoe Kielstra werd gedegradeerd van gouverneur van Suriname tot ambassadeur elders en natuurlijk waarom. Heel interessant is kennis te nemen van het feit waarom de Hindostaan Lachmon aan de creool Pengel een heuse zetel cadeau doet. Over het Algemene Kiesrecht was er veel te doen geweest. Wie waren de voorstanders en wie de tegenstanders. Rappa legt dat haarfijn uit. Ook over de smadelijke verkiezingsnederlaag van de NPS, respectievelijk de macht van Pengel en zijn ondergang wordt door Rappa gefileerd.


Bish Ganga

Geen nieuwe ambtenaren in dienst rond de verkiezingen

Ingediend door admin op

Minister Stanley Raghoebarsing van Financiën en Planning benadrukte tijdens een regeringspersconferentie, dat er geen nieuwe ambtenaren in dienst worden genomen van de staat.

Hij weet dat dit een trend van regeringen is rond de verkiezingen; meestal worden massaal ambtenaren in dienst genomen. Dat is nu niet het geval.

Wat er wel kan gebeuren is dat mensen tijdelijk in dienst worden genomen om werkzaamheden te doen in verband met de verkiezingen, maar zij staan niet op de loonlijst van de Staat.

Regering schaft logistiek materiaal aan voor politie, commissariaten en OW

Ingediend door admin op

Op het terrein van het ministerie van Openbare Werken (OW) aan de Duisburglaan heeft de overdracht plaatsgevonden van een nieuwe tranche voertuigen en zwaar materieel ten behoeve van de politie, districtscommissariaten en het ministerie van OW zelf. Dit gebeurde op vrijdag 4 april 2025 in aanwezigheid van president Chandrikapersad Santokhi.

Het betreft 10 probox-voertuigen (fase 1) voor de politie, 8 voertuigen voor de bestuursdiensten van de districtscommissariaten en 10 tractoren met zaaimaaier voor OW. Sergio Kadosoe, directeur Onderzoek en Dienstverlening van OW, zei dat de aanschaf van de politievoertuigen in de eerste fase circa 2,5 miljoen USD kostte, terwijl die

voor de bestuursdiensten een investering is van 2,7 miljoen USD vertegenwoordigen. De voertuigen zijn geleverd door lokale ondernemingen.

Commissaris van politie Rishi Akkal sprak namens het Korps Politie Suriname (KPS) zijn dank uit aan de regering voor deze broodnodige aanwinsten, die essentieel zijn voor het waarborgen van de veiligheid in het land. Hij noemde eerdere investeringen in het KPS en de implementatie van GPS-trackers en een brandstofverbruiksapp om het beheer te optimaliseren.

OW-minister Riad Nurmohamed erkende de lange aanloop naar deze levering, die mede door de tussenkomst van president Santokhi is gerealiseerd. Hij gaf aan dat ernaar gestreefd wordt de tweede fase

van de politievoertuigen nog voor de verkiezingen te voldoen. Zijn collega Kenneth Amoksi van Justitie en Politie sprak ook zijn dank uit voor deze versterking van het KPS-wagenpark. Hiermee is de politie beter instaat de dienstverlening naar de samenleving verbeteren. De justitieminister juicht het toe dat er ook is gedacht aan de bestuursdiensten, die volgens hem een zeer belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de rapportage en aanpak van verkeersveiligheid.

President Santokhi wees erop dat de regering de afgelopen jaren de economische crisis heeft bezworen en succesvol het IMF-programma heeft uitgevoerd. Thans kunnen deze investeringen worden gepleegd en nu is het tijd om terug te geven aan het volk, dat vraagt om veiligheid en goede dienstverlening. Het staatshoofd wees ook op de digitalisering van de overheid, de aanpak van verkeersveiligheid en grensoverschrijdende criminaliteit, en de bouw van een nieuw hoofdgebouw voor de politie, waarmee de veiligheid van de burger prioriteit krijgt.

VSB dringt aan op transparantie en regulering bij toekenning aanmeersteigers en havens

Ingediend door admin op

De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) heeft zich in een brief aan president Chandrikapersad Santokhi gericht over de groeiende zorgen rondom het beleid en proces voor het aanwijzen van aanmeersteigers en havens in Suriname. De brief roept op tot meer transparantie, wettelijke consistentie en het waarborgen van eerlijke concurrentie in het licht van de verwachte groei in havenactiviteiten, met name door de opkomende Olie- en Gasindustrie.

Belangrijke stakeholders zoals de Terminal Operators op de Jules Sedney Terminal – waaronder Integra Port Services/DP World Paramaribo en VSH Transport – hebben bij de SSB hun bezorgdheid uitgesproken over de manier waarop momenteel besluiten

worden genomen met betrekking tot havenfaciliteiten. De vereniging benadrukt dat er dringend behoefte is aan een transparant en evenwichtig beleid waarin de centrale rol van de Jules Sedney Haven, als door de overheid aangestelde haven, wordt gerespecteerd.

In de brief verwijst de VSB naar de Scheepvaartwet waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘algemene steigers’ en ‘andere steigers’. De vereniging wijst erop dat commerciële lading in principe alleen via de algemene steigers gelost mag worden, en dat andere steigers enkel toegelaten mogen worden indien hun specifieke functie duidelijk gemotiveerd is.

Een belangrijk zorgpunt dat wordt aangestipt, is het gebrek aan capaciteit bij overheidsinstanties

zoals de Douane, Dienst der Invoerrechten en Accijnzen en het ministerie van LVV. Wanneer op meerdere locaties algemene steigers worden aangewezen, ontstaat het risico dat de overheid haar toezichtstaken niet adequaat kan uitvoeren, wat uiteindelijk kan leiden tot inkomstenderving voor de Staat.

Ook het gelijke speelveld tussen havenbedrijven komt in het geding. De VSB stelt dat de Jules Sedney Haven opereert onder het Landlord Port Model, waarbij concessie kosten aanzienlijk zijn. Tegelijkertijd worden er andere havengebieden aangewezen die in privé-eigendom zijn en waarbij dergelijke kosten niet van toepassing zijn. Dit creëert volgens de vereniging een ongelijk speelveld en zet de concurrentiepositie van bedrijven die onder het concessiemodel werken onder druk.

Tot slot spreekt de VSB de bereidheid uit tot dialoog en samenwerking met de overheid en andere belanghebbenden. De vereniging benadrukt haar rol als belangenbehartiger van het bedrijfsleven en stelt zich beschikbaar om bij te dragen aan de totstandkoming van een weloverwogen, evenwichtig en toekomstbestendig havenbeleid.

De VSB vertrouwt erop dat haar zorgen serieus worden genomen en kijkt uit naar een constructieve samenwerking met de regering.