SLM blijft grote zorg voor Regering-Simons
Het redden van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) is een van de grootste uitdagingen voor de nieuwe regering van president Jennifer Geerlings-Simons.
Het redden van de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM) is een van de grootste uitdagingen voor de nieuwe regering van president Jennifer Geerlings-Simons.
De waarnemend minister van Openbare Werken en Ruimtelijke Ordening (OWRO), André Misiekaba, heeft een speciaal crisisteam in het leven geroepen om de bestuurlijke en financiële sti
De leden van de districts- en ressortraden (DR en RR) in Brokopondo zijn op woensdag 23 juli 2025 beëdigd. Minister Miquella Huur van Regionale Ontwikkeling (RO) riep de regionale vertegenwoordigers op om hun werk met passie en toewijding te verrichten.
Negen DR-leden zijn door de minister geïnstalleerd, terwijl 59 van de 62 RR-leden door de districtscommissaris van Brokopondo, Ludwig Mendelzoon, zijn beëdigd. De drie afwezige RR-leden worden op een later moment geïnstalleerd. De beëdigingsceremonie vond plaats in het multifunctioneel gebouw van Brokopondo.
De minister wees de DR- en RR-leden op de dienstbare en eerbare taak die zij op zich hebben genomen.
Districtscommissaris Mendelzoon drukte de DR- en RR-leden op het hart dat zij eerder een dienende dan een verdienende rol vervullen. Ze zijn gekozen om het volk te dienen en vormen het hoogste politieke orgaan binnen een ressort. Hij deed een dringend beroep op de leden om hun werk serieus te nemen, omdat de prestaties van de afgelopen vijf jaar
Na de beëdiging hebben de DR-leden, onder leiding van de minister, de DC en onderdirecteur van het onderdirectoraat Decentralisatie en Districtsbestuur, Jennyfer Wachter, hun eerste hoorzitting/vergadering gehouden.
Daarnaast hebben de DR-leden van de zes ressorten van Brokopondo zich afzonderlijk voorgesteld aan de RR-leden, zodat die weten bij welke DR-leden zij de problemen van hun ressort moeten rapporteren. Met deze kennismaking, tevens eerste hoorzitting, gaf de DC het officiële startsein voor het werk van de DR- en RR-leden.
Suriname heeft tijdens het High-Level Political Forum on Sustainable Development (HLPF) van de Verenigde Naties in New York voor het eerst een volledig nationaal beoordelingsrapport gepresenteerd over alle zeventien Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s). Dit vond plaats op dinsdag 22 juli 2025.
Deze tweede Vrijwillige Nationale Evaluatie (VNR) markeert een belangrijke stap in de rapportageverplichting van het land, na de eerste VNR in 2022 die zich beperkte tot vier doelen. Met dit rapport biedt Suriname een totaaloverzicht van de geboekte voortgang, bestaande uitdagingen en prioriteiten richting 2030.
De presentatie werd verzorgd door Elizabeth Bradley, directeur Internationale Samenwerking van het ministerie van Buitenlandse Zaken,
Tijdens de sessie werd een audiovisuele introductie getoond van de Groene Ontwikkelingsstrategie 2025–2050, waarin Suriname zijn ambitie onderstreept om economische groei, natuurbehoud en sociale gelijkheid in balans te brengen. Met een bosbedekking van ruim 93% blijft het land een van de weinige CO₂-negatieve landen ter wereld. Deze status wordt behouden door bindende
In het beoordelingsrapport wordt aandacht besteed aan thema’s zoals economische diversificatie, vergroening van werkgelegenheid, versterking van het sociaal vangnet, hervorming van het onderwijs, klimaatslimme landbouw en het verbeteren van bestuurspraktijken, onder meer door inzet op transparantie en onafhankelijk milieutoezicht.
Tijdens de interactieve dialoog met lidstaten en maatschappelijke groepen gaf de delegatie toelichting op vragen over duurzame economische groei, sociale inclusie en milieubescherming. Suriname benadrukte dat de afhankelijkheid van de mijnbouw en de opkomende olie- en gasindustrie moet afnemen en dat er wordt geïnvesteerd in hernieuwbare energie, duurzame landbouw, eco-toerisme en innovatie, met daarbij bijzondere aandacht voor de positie van Inheemse grondenrechten, innovatiehubs, groene banen in het binnenland en sociale bescherming. Daarnaast werd erkend dat er, ondanks grondwettelijke bescherming en wetgeving, in de praktijk nog uitdagingen bestaan op het gebied van gelijke behandeling van LGBTI-personen. Het land zet in betere handhaving, training voor professionals, inclusieve gezondheidszorg, betere dataverzameling en versterking van het nationaal SDG-platform, zodat alle stemmen, inclusief LGBTI, daadwerkelijk meetellen.
Op vragen over de balans tussen natuurbehoud en olieontwikkeling onderstreepte de delegatie dat economische groei hand in hand moet gaan met milieugaranties. Daarbij werd gewezen op de toepassing van internationale normen en onafhankelijk toezicht op offshore activiteiten, waaronder een maximum van 10 ppm olie-in-water.
Hoewel de voortgang zichtbaar is, blijft Suriname voor aanzienlijke uitdagingen staan. Sociale bescherming voor kwetsbare groepen, bestrijding van gendergerelateerd geweld, het terugdringen van informele werkgelegenheid en de gevolgen van klimaatverandering vragen blijvende inzet en samenwerking. In die context werd een oproep gedaan aan de internationale gemeenschap om bij te dragen aan het versterken van instituties, toegang tot betrouwbare data, inclusieve mensenrechten, duurzame energieoplossingen en participatie van het maatschappelijk middenveld en de private sector.
“Met dit volledige beoordelingsrapport zetten we een nieuwe stap en laten we zien waar we staan”, aldus Elizabeth Bradley. “Maar om onze doelen te halen, hebben we partners nodig. Samenwerking, gedeelde verantwoordelijkheid en echte participatie zijn de basis voor een duurzame toekomst waarin niemand achterblijft.”
De delegatie sprak een bijzonder woord van dank uit aan de Economische Commissie voor Latijns-Amerika en het Caribisch gebied (ECLAC) voor financiële ondersteuning, aan de vier nationale consultants onder leiding van Rosita Sobhie voor de technische begeleiding, aan het directoraat Internationale Samenwerking voor de coördinatie van het proces, en aan de SDG-Commissie, het SDG-Platform en alle stakeholders die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het rapport.
In het auditorium van het ministerie van Volksgezondheid is de medische missie AMISTAD 2025 ceremonieel afgesloten. Het betreft een gezamenlijke doelstelling tussen de Verenigde Staten van Amerika en Suriname. Medici van het luchtmachtonderdeel van het United States Southern Command (AFSOUTH) hebben samen met Surinaamse en enkele Canadese collega’s in verschillende delen van het land kosteloos medische diensten geboden. De afsluitingsceremonie vond plaats op donderdag 24 juli 2025.
De AMISTAD 2025 missie in Suriname ging op 14 juli van start. Surinaamse en Amerikaanse medische teams hebben onder andere in het Wanica Ziekenhuis, het ziekenhuis te Brownsweg en het Academisch Ziekenhuis Paramaribo
Bij de afsluitingsceremonie sprak volksgezondheiddirecteur Rakesh Gajadhar Sukul namens minister André Misiekaba van Volksgezondheid zijn dankbaarheid uit. “We hebben opnieuw bewezen dat we samen veel kunnen bereiken.” Hij erkende het enthousiasme vanuit de gemeenschap: “Elke keer als het team uit Amerika komt, is de gemeenschap erg blij en vraagt men alweer om meer.”
Ambassadeur Robert Faucher van de Verenigde Staten van
De teams hebben in de genoemde periode voor meer dan 270.000 Amerikaanse dollar aan zorg verleend. Binnen twee weken zijn ruim 670 patiënten behandeld, meer dan 2.300 medische handelingen uitgevoerd, ruim 300 tandheelkundige behandelingen uitgevoerd en is meer dan 1.700 uur aan essentiële pre-deployment training voltooid die Amerikaanse medici nodig hebben om wereldwijd inzetbaar te zijn.
Daarnaast was de missie een gelegenheid voor kennisuitwisselingen over onderwerpen zoals hepatitis, neurotrauma, tandheelkundige problemen, cardiovasculaire gezondheid en diabetes, evenals tactische zorg bij gewonden in gevechtssituaties. De missie was een van symbool van duurzame vriendschap, wederzijds respect en gezamenlijke vooruitgang.
Het was op woensdag 23 juli precies een week geleden dat Jennifer Geerlings-Simons werd geïnstalleerd als president van de Republiek Suriname. Het staatshoofd is op donderdag 24 juli in een exclusief interview breedvoerig ingegaan op de verschillende aspecten van het uit te zetten regeringsbeleid. Zij blikt positief terug op haar eerste werkweek.
“Ik moet zeggen de eerste week was goed. De mensen hebben goed ondersteund. We hebben een paar acute zaken moeten oplossen, dat is gelukt. Dus ik kijk goed terug op de eerste week.” President Geerlings-Simons geeft aan dat het werk reeds de volgende dag na haar inauguratie is
Zij begon het werk uiteindelijk vanuit het presidentieel paleis om vervolgens permanent over te stappen naar het Kabinet van de President als vaste werkplek. President Geerlings-Simons heeft intussen de nodige gesprekken en kennismakingsrondes achter de rug. Ook wat betreft het werk van het kabinet. “We hebben over verschillende zaken gesprekken gevoerd om het werk op te starten. We zijn nog niet klaar, het werk gaat nog door. Ik
Intussen wordt het werk dat voor de staat gedaan moet worden, voortvarend voortgezet. President Geerlings-Simons herinnert eraan dat Suriname geen formele overdracht kent. Hoewel is getracht om van de uitgaande ministers en president de nodige informatie te krijgen, gebeurt dit in feite pas wanneer de regering reeds aanzit. De nieuwe regering zal daarom ernaar toe werken dat Suriname vóór 2030 een overdrachtsperiode én -procedure kent.
De eerste regeringsraadsvergadering van de nieuwe regering is een feit. Deze heeft op donderdag 24 juli plaatsgevonden op het Kabinet van de President en werd voorgezeten door president Jennifer Geerlings-Simons. Tijdens deze bijeenkomst hebben de verschillende ministers hun eerste verslag uitgebracht en aangegeven welke de knelpunten op hun departement zijn. Een belangrijk aspect tijdens de regeringsraadsvergadering was dat het kabinet door de minister van Financiën is geïnformeerd over de huidige financiële situatie.“Het is goed is verlopen. We hebben behoorlijk wat informatie met elkaar uitgewisseld. De belangrijke informatie die aan de ministers is gegeven, is de stand van zaken met
“We nemen een situatie over waarbij we voor de aanpassing van de begroting van 2025, op basis van wat al is uitgegeven in het land, geen beleidsmaatregelen hebben veranderd. Het is echt zuiver wat de overheid maandelijks moet uitgeven aan vaste lasten. Dus er is op dit moment geen nieuw beleid opgenomen in de begroting. De beleidsmaatregelen zijn op hetzelfde niveau gebleven.” Aan het woord is president Jennifer Geerlings-Simons op donderdag 24 juli in een exclusief interview na haar eerste werkweek.
Het staatshoofd is in gesprek met Roberto Lindveld ingegaan op de financiële status van Suriname. Ze geeft aan dat
Het staatshoofd benadrukt dat er met een sterk team van adviseurs van de minister én de president gewerkt zal worden voor wat de staatsfinanciën
Het staatshoofd benadrukt dat er slechts is gekeken naar de vaste lasten – de rente en schuldaflossingen, lonen en salarissen, en subsidies. Daarin is nog niet opgenomen, de ongeveer SRD 7 miljard die de overheid aan bestelbonnen c.q. betalingsverplichtingen zou hebben aan personen en bedrijven. “Omdat die ook nog verder moeten worden gescreend en het ministerie is daarmee bezig. Dat komt dus boven op het tekort van SRD 1.3 miljard”, zo verduidelijkt de president.Zij merkt echter op dat de regering nog andere inkomsten heeft, namelijk US-dollar inkomsten, waarmee de maandelijkse tekorten gedekt zouden kunnen worden. Echter, die inkomsten zijn volgens het staatshoofd nog niet allemaal geheel duidelijk.
De regering is bezig mogelijkheden te bekijken om de schuldenlast van Suriname te verlichten. Zo geeft president Jennifer Geerlings-Simons te kennen in een exclusief interview na haar eerste werkweek. Er is reeds een team van deskundigen van het ministerie van Financiën én van de president aan het werk als het gaat om de staatsfinanciën. “Ik heb vaker aangekondigd en dat heb ik ook gedaan vanaf mijn beëdiging…we kijken we naar mogelijkheden om de last die de aflossing van schulden op ons legt, te verlichten.”
Volgens de president zijn er gesprekken geweest met verschillende buitenlandse experts en wordt er ook gesproken
Een van de belangrijkste zaken om de staatsfinanciën te beheren is de begroting, die voor 2025 nog rond moet komen. Dit is volgens president Geerlings-Simons de eerste taak van de nieuwe regering. Met deskundigen en de Belastingdienst is gesproken over mogelijkheden om de inkomsten van de
President Geerlings-Simons merkt op dat btw soms wel wordt geïnd bij de burger, maar niet aan de staat wordt afgedragen. “Dus de Belastingdienst zal daar extra aandacht aan besteden. Verder hebben we dat ook bij de douane sommige dingen niet goed gaan. Dus daar zal ook naar worden gekeken om toch efficiënter te werken en meer binnen te krijgen. Dat betekent dat we met zijn allen in elk geval de vaste lasten kunnen voldoen tot eind van het jaar. Dat is waar we ons mee bezighouden.”
Niet alleen de kwestie rond de Surinaamse Luchtvaart Maatschappij (SLM), maar de luchtvaartsector als geheel is een zaak die de aandacht van de nieuwe regering-Simons/Rusland heeft. In een vroeg stadium zijn er reeds gesprekken gevoerd met de SLM en belanghebbenden uit de luchtvaartsector. De regering begrijpt volgens president Jennifer Geerlings-Simons dat problemen binnen de gehele Surinaamse luchtvaartsector binnen korte termijn aangepakt moeten worden. Het staatshoofd is in een interview, een week na afloop van haar eerste werkweek, ingegaan op de hierboven genoemde vraagstukken.
“De SLM is een waarvan we allemaal weten dat het cruciaal is, het bedrijf draait op verlies”,
President Geerlings-Simons deelt mee dat er reeds gesprekken
Het staatshoofd erkent dat er hier en daar middelen nodig zullen zijn, en voor sommige zaken misschien een organisatorische aanpak om zaken recht te trekken. Ze voegt eraan toe dat er voor Suriname verdiensten zitten aan de luchtvaartsector, los van de SLM, maar van onder meer overvliegende vliegtuigen. “Al deze dingen moeten in orde gemaakt worden”, zegt de president, die het behoud van de luchtvaartsector in een adem noemt met het ontwikkelen van de toerismesector. In eerste instantie zal volgens haar worden nagegaan hoe de Suriname Tourism Board versterkt kan worden. Volgens het staatshoofd zijn er enerzijds lopende kwesties die dagelijkse aandacht vergen, en anderzijds langetermijndoelstellingen waarop de regering haar focus moet richten.
Toerisme is een van de sectoren waarvoor er weinig tijd is om die te ontwikkelen. Daarom is afgesproken dat er voor deze sector speciale programma’s worden gemaakt en units komen, ingevuld door deskundigen die zich sec met de sector gaan bezighouden. Zij zullen met zowel de regering als de private sector in contact moeten staan over hetgeen nodig is om de toerismesector te versterken. “Als er geld nodig is voor bepaalde dingen, dat wij ook daarnaar kijken. Als er andere maatregelen of wetten nodig zijn, dat zij dat kunnen checken”, legt het staatshoofd uit. Dit moet met zich meebrengen dat de overheid ook effectiever aan andere zaken kan werken.